Antwoord op

Ik heb een voorziening voor zelfstandig wonen

Hierna worden de volgende onderwerpen beschreven:

De gemeente kan in haar Wmo-verordening bepalen dat een bijdrage in de kosten wordt gevraagd. De gemeente kan de bijdrage vragen vanaf het moment dat u voor het eerst een voorziening krijgt, maar ook als u al een voorziening hebt. Bij het inkomen dat telt voor de bijdrage wordt een deel van uw vermogen opgeteld.

Een bijdrage in de kosten kan alleen van u gevraagd worden als u een voorziening in natura of een persoonsgebonden budget ontvangt.

Soorten bijdragen

Voor beschermd wonen gelden er twee soorten bijdragen in de kosten namelijk:

  1. Hoge bijdrage en;
  2. Lage bijdrage.

Hoge bijdrage

U moet een hoge bijdrage betalen als:

  • u ongehuwd bent en in een instelling voor beschermd wonen verblijft;
  • u gehuwd bent en u en uw partner beiden in een instelling voor beschermd wonen verblijven;
  • u gehuwd bent en uw echtgenoot een bijdrage voor verblijf in een Wlz-instelling betaalt.

De hoogte van uw bijdrage wordt als volgt berekend:

Uw inkomen van twee kalenderjaren geleden
- Verschuldigde belasting
- Premie zorgverzekering (excl. aanvullende verzekering) 
- Zak- en kleedgeld ingevolge de Participatiewet
- 15% inkomsten uit tegenwoordige arbeid, loondoorbetaling bij ziekte of Ziektewetuitkering 
- Aftrek (niet-)pensioengerechtigde leeftijd (bij ministriële regeling geregeld)
- Uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 of de Wet uitkeringen burgeroorlogsslachtoffers 1940-1945
+ 8% van de grondslag sparen en beleggen
= De te betalen hoge bijdrage (met een maximum van € 2.284,60 per maand)

 

Lage bijdrage

Deze bijdrage geldt alleen als u buiten de instelling voor beschermd wonen nog kosten hebt voor een huishouden. Bijvoorbeeld omdat het verblijf tijdelijk is, omdat u voor de kinderen moet zorgen, of omdat u een thuiswonende partner hebt.

Er zijn verschillende categorieën op basis waarvan gekeken wordt of u een lage bijdrage moet betalen en dat is als:

  1. u ongehuwd bent en in een instelling voor beschermd wonen verblijft;
  2. u gehuwd bent en u en uw partner beiden in een instelling voor beschermd wonen verblijven;
  3. u gehuwd bent en uw echtgenoot verblijft in een instelling voor beschermd wonen.

Optie 1 & 2

In de volgende situaties is de lage bijdrage verschuldigd:

  • u verblijft in een instelling voor beschermd wonen de eerste 6 maanden, tenzij het aansluit op verblijf langer dan zes maanden dat onder de zorgverzekering valt.
  • U betaalt, of u en uw echtgenoot betalen, het levensonderhoud van kinderen waarvoor een kinderbijslag wordt ontvangen of de kinderen krijgen studiefinanciering.

Deze lage bijdrage bedraagt per maand 12,5% van het inkomen, zoals beschreven bij de hoge bijdrage. De bijdrage bedraagt ten minste €158,60 en niet meer dan €832,60 per maand.

Optie 3

Deze bijdrage bedraagt per maand 1/12 van 12,5% van het inkomen zoals dat bij de hoge bijdrage wordt vastgesteld. Deze lage bijdrage geldt als:

  • U in een instelling voor beschermd wonen verblijft en uw echtgenoot geen maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget ontvangt;
  • U of uw echtgenoot in een instelling voor beschermd wonen verblijft en als uw echtgenoot een persoonsgebonden budget of een andere maatwerkvoorziening ontvangt;
  • U in een instelling voor beschermd wonen verblijft en uw echtgenoot zorg ontvangt als bedoeld in artikel 14 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ of een subsidie ontvangt als bedoeld in artikel 44, eerste lid, onderdeel b, van de AWBZ, maar u en uw echtgenoot hoeven de bijdrage samen maar één keer te betalen. 

Aan wie moet u betalen?

De bijdrage wordt vastgesteld en geïnd door het CAK. Nadat de gemeente aan het CAK heeft doorgegeven dat er een bijdrage op uw voorziening wordt geheven, heeft het CAK 2 jaar de tijd om de bijdrage vast te stellen.

Lees ook