Antwoord op

Begrippen

De gemeente kan in haar Wmo-verordening hebben bepaald dat u geen recht hebt op een algemeen gebruikelijke voorziening. Dat is een voorziening die voldoet aan de volgende voorwaarden:

Kenmerken algemeen gebruikelijke voorziening
1Iemand zonder beperkingen beschikt ook over de voorziening. Hierbij moet er wel rekening gehouden worden met individuele omstandigheden zoals leeftijd.
2

De voorziening is niet speciaal bedoeld voor mensen met beperkingen.

3Het product is gewoon te koop in reguliere winkels.
4

De voorziening is niet duurder dan soortgelijke producten.


De gemeente kan hiervan afwijken.

Voorbeelden van algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn:

  • een thermostaatkraan;
  • douchekop op glijstang;
  • tandem;
  • centrale verwarming.

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

In de wet staat dat u pas recht hebt op een maatwerk (dat wil zeggen speciaal op u gerichte) voorziening als er geen algemene voorziening is die uw beperkingen compenseert. Als de gemeente een algemene voorziening heeft die voor u ook een oplossing biedt dan komt u dus niet in aanmerking voor een maatwerkvoorziening.  

Een algemene voorziening is het aanbod van diensten of activiteiten. Hierbij is niet eerst  onderzoek nodig naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers. De algemene voorziening is toegankelijk en gericht op maatschappelijke ondersteuning. 

U kunt bijvoorbeeld denken aan een rolstoeldepot waar u voor een dag een rolstoel kunt lenen, of een klussendienst. De aanwezige algemene voorzieningen kunnen per gemeente verschillen. De algemene voorzieningen zijn voor iedereen binnen de gemeente toegankelijk. Ook voor mensen zonder beperkingen. 

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

 

Bijdrage in de kosten

De gemeente kan voor het gebruik van een algemene voorziening (behalve voor cliëntondersteuning) een vergoeding (bijdrage) vragen. De vergoeding moet meestal worden betaald aan de aanbieder van die voorziening. Als de gemeente een bijdrage voor algemene voorzieningen wenst te vragen, dan moet de gemeente dit in de verordening regelen.

 

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

Een beschikking is een aan u gericht officieel en schriftelijk besluit van de gemeente dat rechtsgevolgen heeft. Met een beschikking wordt dus de brief bedoeld waarin een besluit van de gemeente aan u wordt bekendgemaakt.

Voorbeelden

U kunt een beschikking krijgen over de volgende besluiten:

  • toekenning of afwijzing van uw aanvraag;
  • uw aanvraag wordt niet in behandeling genomen;
  • beëindiging van uw recht op een voorziening;
  • herziening of intrekking van uw voorziening;
  • terugvordering (terugbetaling) van uw voorziening;
  • afwijzing van uw aanvraag met verwijzing naar een eerdere afwijzing.

Geen beschikking

Bezwaar maken kunt u alleen tegen een beschikking. Als geen sprake is van een beschikking, kunt u geen bezwaar maken. U kunt bijvoorbeeld geen bezwaar maken tegen iets wat uw gemeente heeft vastgelegd in de Wmo-verordening. De volgende schriftelijke stukken zijn géén beschikking:

  • de gemeente vraagt u gegevens bij uw aanvraag aan te vullen;
  • de mededeling dat uw gemeente medisch advies gaat inwinnen;
  • een mededeling over administratieve verwerking;
  • een oproep voor een gesprek of onderzoeken.

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

De gemeente neemt in principe binnen 2 weken nadat u het door u ondertekende aanvraagformulier bij de gemeente hebt ingeleverd, een beslissing over uw aanvraag. In 2 situaties kan deze termijn langer zijn:
  1. De beslistermijn van uw gemeente is opgeschort.
    Als de beslistermijn wordt opgeschort, dan staat hij tijdelijk stil. De beslistermijn kan worden opgeschort in de volgende gevallen. :
    1. Uw aanvraag is niet volledig.
    2. De gemeente heeft informatie nodig van een buitenlandse instantie. De gemeente moet dat dan aan u melden.
    3. U hebt schriftelijk ingestemd met uitstel.
    4. De vertraging is uw eigen schuld.
    5. De gemeente kan door overmacht geen beschikking te geven.
  2. De gemeente heeft de termijn verlengd.
    Als het de gemeente niet lukt om binnen 2 weken een beslissing op uw aanvraag te nemen, dan kan zij deze termijn één keer verlengen U ontvangt hierover (schriftelijk) bericht van de gemeente. Als u het niet eens bent met de verlenging van de termijn, dan kunt u bij de rechter een voorlopige voorziening aanvragen.

Wat u kunt doen tegen het uitblijven van een tijdige beslissing

Neemt de gemeente geen beslissing binnen de beslistermijn? En heeft de gemeente niet gemeld dat de termijn wordt verlengd? Dan is er sprake van een 'fictieve weigering'. U kunt tegen een fictieve weigering twee dingen doen:

  1. bezwaar maken;.
  2. een dwangsom vragen..

De gemeente kan in haar Wmo-verordening bepalen dat een bijdrage in de kosten wordt gevraagd. De gemeente kan de bijdrage vragen vanaf het moment dat u voor het eerst een voorziening krijgt, maar ook als u al een voorziening hebt. Bij het inkomen dat telt voor de bijdrage wordt een deel van uw vermogen opgeteld.

Een bijdrage in de kosten kan alleen van u gevraagd worden als u een voorziening in natura of een persoonsgebonden budget ontvangt. Ook als u de voorziening in bruikleen krijgt, kan de gemeente een bijdrage vragen. Het maakt niet uit dat u dan geen eigenaar van de voorziening bent. Ook voor een voorziening die al door iemand anders is gebruikt, mag de gemeente een bijdrage vragen.

Maximale hoogte van de bijdrage

In onderstaand schema kunt u zien hoeveel de gemeente per 4 weken maximaal aan bijdrage in de kosten mag vragen:

Uw gezinssituatie en leeftijdUw inkomen bedraagt 2 kalenderjaren geleden Maximale hoogte bijdrage per 4 weken
U bent ongehuwd en nog niet pensioengerechtigd.€ 22.486 of minder € 19,40
Meer dan € 22.486 € 19,40 + (1/13 x 15% van het verschil tussen uw inkomen en € 22.486)
U bent ongehuwd en pensioengerechtigd. € 16.887 of minder € 19,40
Meer dan € 16.887 € 19,40 + (1/13 x 15% van het verschil tussen uw inkomen en € 16.887)
U bent gehuwd en tenminste één van u is nog niet pensioengerechtigd. € 28.177 of minder € 27,80
Meer dan € 28.177 € 27,80 + (1/13 x 15% van het verschil tussen uw inkomen en € 28.177 )
U bent gehuwd en u bent beiden pensioengerechtigd. € 23.374 of minder € 27,80
Meer dan € 23.374 € 27,80 + (1/13 x 15% van het verschil tussen uw inkomen en € 23.374

De gemeente kan uw bijdrage lager vaststellen dan in dit schema is weergegeven.

Geen bijdrage

In de volgende gevallen bent u geen bijdrage in de kosten verschuldigd:

U bent jonger dan 18 jaar en u wilt een voorziening anders dan een woningaanpassing.
U ontvangt een rolstoel.
U of uw partner betaalt al een bijdrage voor verblijf in een Wlz-instelling of voor beschermd wonen.

Aan wie moet u betalen?

De bijdrage wordt vastgesteld en geïnd door het Centraal Administratiekantoor (CAK). Nadat de gemeente aan het CAK heeft doorgegeven dat er een bijdrage op uw voorziening wordt geheven, heeft het CAK 2 jaar de tijd om de bijdrage vast te stellen..

De bijstandsnorm is opgebouwd uit een basisuitkering waarvan eventuele verlagingen kunnen worden afgetrokken. Klik hier voor meer informatie over de hoogte van de bijstandsnorm.

Wettelijke basisuitkering
- verlaging
= Bijstandsnorm

De hoogte van de basisuitkering is wettelijk vastgelegd en is afhankelijk van uw leeftijd en uw leefsituatie. Naast de basisuitkering kan uw gemeente verlagingen hanteren. Uw basisuitkering kan verlaagd worden als u bijvoorbeeld geen woonlasten hebt, omdat u in een kraakwoning woont. De verlaging wordt uitgedrukt in een percentage van de wettelijke basisuitkering voor gehuwden.

De gemeente moet ervoor zorgen dat u als inwoner de mogelijkheid krijgt tot cliëntondersteuning. Daarbij moet uw belang het uitgangspunt zijn.

Wat is cliëntondersteuning?

Cliëntondersteuning is onafhankelijke informatie, advies en algemene ondersteuning. In ingewikkelde situaties is het soms niet duidelijk welke ondersteuning nodig is om mee te kunnen doen in de maatschappij en om zelfstandig te zijn. Cliëntondersteuning kan u helpen om uw vraag helder te krijgen. Maar ook individueel advies en kortdurende ondersteuning bij het maken van keuzes kan horen bij cliëntondersteuning. Cliëntondersteuning kan u begeleiden door het proces van de aanvraag van een Wmo-voorziening, zorgen voor een goede verwjzing of u stimuleren om zelfstandig actie te ondernemen.

Kosten van cliëntondersteuning

Cliëntondersteuning moet geheel gratis worden aangeboden door de gemeente. Er mag ook geen bijdrage in de kosten aan u gevraagd worden voor cliëntondersteuning.

Bij weke organisaties kunt u terecht?

De gemeente kan andere organisaties ondersteunen, zodat zij u informatie, advies en cliëntonderseuning kunnen bieden:

  • Uw gemeente
    Uw gemeente kan zelf een loket inrichten. Neem hiervoor contact op met uw gemeente.
  • Bureau Sociaal Raadslieden
  • MEE
  • Steunpunt GGZ

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

Uw gemeente kan bepalen dat voor (verstrekkingsvormen van) voorzieningen contra-indicaties gelden. Een contra-indicatie is een reden om geen recht te hebben op een (verstrekkingsvorm van een) voorziening. In twee situaties wordt dit begrip veel gebruikt:

1. Persoonsgebonden budgetIn principe mag u zelf kiezen of u een persoonsgebonden budget of een voorziening in natura wilt. Psychische of financiële problemen kunnen echter een reden zijn dat u niet kunt kiezen voor een persoonsgebonden budget. Er is dan sprake van een contra-indicatie voor een persoonsgebonden budget. 
2. Individuele vervoersvoorziening

Bij het recht op een vervoersvoorziening heeft het collectief vervoer meestal voorrang op de andere individuele vervoersvoorziening, zoals een vergoeding van uw autokosten. Veel gemeenten leggen daarom in hun Wmo-verordening vast dat er een contra-indicatie moet zijn voor het gebruik van het collectief vervoer, voordat u recht heeft op andere individuele vervoersvoorziening.

Als u een contra-indicatie voor collectief vervoer heeft, is er een (medische) reden waarom u geen gebruik kunt maken van het collectief vervoer. Een voorbeeld hiervan is een dusdanig ernstig psychisch probleem waardoor u niet samen met anderen kunt reizen.

Wilt u een individuele Wmo-voorziening? Dan moet u wel tot de doelgroep horen. De doelgroep bestaat uit:

Wie? Voorbeeld
mensen met een beperking U bent slecht ter been, u kunt na een ongeluk uw arm niet goed meer gebruiken, u bent snel buiten adem door een longaandoening, u bent slechtziend.
mensen met een chronisch psychisch probleem U hebt een psychiatrische, somatische of psychogeriatrische aandoening. U kunt bijvoorbeeld door de ziekte van Alzheimer niet meer zelfstandig met het openbaar vervoer reizen.
mensen met een psychosociale probleem U hebt problemen met andere mensen of uw omgeving.
mensen die de thuissituatie hebben verlaten
U hebt vanwege huiselijk geweld uw thuissituatie verlaten en u bent op zoek naar hulp.

Sinds 1 oktober 2009 hebt u een nieuw middel gekregen om de gemeente te dwingen om op tijd te beslissen over uw aanvraag of bezwaar. Dit is geregeld in de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen. Deze wet geldt alleen voor aanvragen, bezwaar- of beroepschriften en bezwaar- of beroepschriften tegen het niet tijdig nemen van een besluit die op of na 1 oktober 2009 worden ingediend.

Hoe kunt u een dwangsom vragen?

Heeft de gemeente te laat over uw aanvraag of bezwaar besloten? Dan moet u de gemeente schriftelijk in gebreke stellen. Dit kan op verschillende manieren:

  • U schrijft een brief waarin u de gemeente meldt dat zij te laat heeft besloten. In deze brief moet duidelijk staan om welke beslissing het gaat.   
  • Sommige gemeenten bieden de mogelijkheid om een e-mail te sturen.
  • U maakt bezwaar tegen het uitblijven van de beslissing.
  • U dient een schriftelijke klacht in bij de gemeente over het uitblijven van de beslissing op uw aanvraag of bezwaarschrift.

Verder geldt dat u niet onredelijk lang mag wachten met het vragen van een dwangsom. Ook kunt u niet al bij de aanvraag een dwangsom vragen, ook al verwacht u dat de gemeente niet op tijd zal beslissen.

De hoogte van de dwangsom

U krijgt per dag een dwangsom, maar maximaal voor 42 dagen. De termijn begint 2 weken nadat de gemeente uw ingebrekestelling heeft ontvangen.  

Voorbeeld 
De gemeente ontvangt op 2 januari uw brief waarin u de gemeente ingebreke stelt. De termijn van twee weken loopt dan van 3 januari tot en met 16 januari. Op 17 januari hebt u voor het eerst recht op een dwangsom, als u dan nog steeds geen besluit hebt ontvangen.

In de termijn van 42 dagen tellen alle dagen mee. Het maakt niet uit of dat weekdagen, weekenddagen of feestdagen zijn.  

Hoogte

De hoogte van de dwangsom verschilt per dag. :

dag 1 t/m 14 € 20,00 per dag 
dag 15 t/m 29 € 30,00 per dag 
dag 30 t/m 42 € 40,00 per dag 

Betaling

De gemeente moet in een beschikking bekend maken dat u recht hebt op een dwangsom. Dat moet gebeuren binnen twee weken na de dag dat u voor het laatst recht had op een dwangsom. Meestal kan de hoogte van de dwangsom worden vermeld in het besluit op uw aanvraag of bezwaarschrift. Kan dat niet? Dan moet de gemeente de beschikking over de dwangsom afgeven binnen 2 weken na de beschikking op uw aanvraag of bezwaarschrift

De gemeente moet de dwangsom betalen binnen 6 weken nadat ze de beschikking heeft afgegeven.

Terugbetalen

Heeft de gemeente onterecht een dwangsom aan u betaald? Dan kan ze de betaalde dwangsom terugvorderen tot 5 jaar nadat de beschikking op de dwangsom is afgegeven. U moet de dwangsom dan terugbetalen. Als u het hiermee niet eens bent, dan kunt u bezwaar maken en daarna eventueel in (hoger) beroep gaan bij de rechter.

U bent het niet eens met de dwangsom

Bent u het niet eens met de beschikking op de dwangsom? U kunt bezwaar maken bij uw gemeente en daarna in (hoger) beroep gaan bij de rechter. Bent u al in bezwaar of beroep gegaan op een inhoudelijk besluit? Als u aangeeft dat u het ook niet eens bent met de beslissing over de dwangsom, dan kan dat in dezelfde procedure worden meegenomen. U moet bij een (hoger) beroep de rechter zo snel mogelijk een kopie van de beschikking over de dwangsom geven.

Voorbeeld 

Riet wil een traplift. De gemeente wijst de aanvraag af, maar heeft hierbij de termijn overschreden. Riet gaat in bezwaar tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een traplift. Riet stuurt de gemeente ook een brief dat de beslissing te laat is genomen en dat ze een dwangsom wil. De gemeente vindt dat de overschrijding van de termijn de eigen schuld is van Riet en geeft daarom geen dwangsom. Riet is het hier niet mee eens en wil bezwaar maken. In de bezwaarprocedure over de traplift kan ook het bezwaar over de dwangsom worden meegenomen. Riet moet dit dan wel aangeven. 

Wat belangrijk is in de Wmo is dat u als burger eerst kijkt of u niet zelf of samen met uw directe omgeving (bijvoorbeeld huisgenoten, famile, buren, vrienden) uw probleem kan oplossen of verminderen. Het is de bedoeling in de Wmo dat u zich inspant om uw eigen situatie te verbeteren of dat u kijkt of uw partner of familielid u misschien kan helpen om uw probleem op te lossen.

U kunt alleen een maatwerkvoorziening krijgen van de gemeente als u:

  • niet zelf (op eigen kracht);
  • met hulp van uw huisgenoten ( gebruikelijke hulp);
  • met mantelzorg;
  • met hulp van andere personen uit uw sociale netwerk;
  • dan wel door gebruik te maken van algemene voorzieningen,

uw problemen kunt oplossen en deel kunt nemen aan de samenleving.

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

Gebruikelijke hulp is de hulp die in het algemeen mag worden verwacht van uw echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Onder gebruikelijke hulp kan ook gebruikelijke zorg vallen. Gebruikelijke zorg is de zorg die gezinsleden normaal aan elkaar   geven binnen het huishouden, omdat ze samen verantwoordelijk zijn voor dat huishouden. Is iemand binnen uw huishouden door een probleem of gebrek niet in staat huishoudelijke taken te doen? Dan mag de gemeente van de andere personen in uw huishouden verwachten dat zij (een deel van) die taken overnemen. De gemeente mag zelf bepalen van welke personen dat wordt verwacht. De gemeente kan bijvoorbeeld bepalen dat van kinderen beneden een bepaalde leeftijd niet kan worden verwacht dat ze bepaalde taken overnemen.

Gebruikelijke hulp is breder dan gebruikelijke zorg en ziet ook op andere onderdelen dan alleen het voeren van een huishouden, bijvoorbeeld op bij het verplaatsen in en om de woning. Een huisgenoot kan u bijvoorbeeld helpen bij het duwen van uw rolstoel.

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

 

Compenseren

De voorziening die u krijgt moet compenseren. Dat wil zeggen dat de voorziening uw beperkingen of problemen (bij bijvoorbeeld het huishouden of het verplaatsen in uw woning) voldoende moet oplossen. De gemeente bepaalt welke voorzieningen in uw situatie compenseren, eventueel met behulp van een medisch advies. Als de voorziening volgens u uw probleem niet compenseert, dan kunt hiertegen bezwaar maken bij de gemeente.

Goedkoopst compenserend

De gemeente gaat uit van de goedkoopst compenserende voorziening. Dat wil niet zeggen dat de voorziening die u krijgt ook de goedkoopste voorziening is. Aan alle voorzieningen worden wel bepaalde kwaliteitseisen gesteld. Daarnaast kan het zijn dat een duurdere voorziening langer meegaat en daardoor in feite op langere termijn goedkoper is. Het is belangrijk dat eerst wordt gekeken welke voorzieningen compenserend zijn en daarna welke het goedkoopst is.

Soms kan het volgen van alle regels in de Wmo-verordening zeer onredelijk uitpakken. De gemeente kan dan afwijken van de regels, mits ze in haar Wmo-verordening een hardheidsclausule heeft opgenomen.

Uw gemeente heeft in haar Wmo-verordening het volgende bepaald:

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

Herziening is het met terugwerkende kracht opnieuw vaststellen van uw recht op een voorziening en de hoogte en omvang van uw voorziening.

De gemeente kan uw voorziening bijvoorbeeld herzien wanneer uw medische situatie is veranderd of uw inkomen is gestegen. Eigenlijk wordt er door middel van herziening dus iets gecorrigeerd.

De wet geeft de volgende mogelijkheden op basis waarvan de gemeente mag herzien:

  • U hebt onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt aan de gemeente. Als de gemeente de juiste gegevens of alle gegevens zou hebben gekregen dan zou de gemeente tot een andere beslissing zijn gekomen.
  • U hebt de voorziening of het persoonsgebonden budget niet langer nodig.
  • De voorziening of het persoonsgebonden budget is niet meer toereikend te noemen.
  • U voldoet niet aan de eisen/voorwaarden die bij de voorziening of het persoonsgebonden budget horen.
  • U gebruikt de voorziening of het persoonsgebonden budget niet of u gebruikt het niet voor het juiste doel.

Tegen het besluit om uw voorziening te herzien kunt u bezwaar maken.

Voor het recht op een Wmo-voorziening is het belangrijk dat u een medische indicatie voor een voorziening hebt. Dat wil zeggen dat de voorziening voor u medisch noodzakelijk is.

In eenvoudige situaties kan uw gemeente zelf bepalen of een voorziening noodzakelijk is, maar meestal is een advies nodig. Het beoordelen of u, medisch gezien, recht hebt op een voorziening, noemen we indiceren.

De gemeente kan bepalen dat ze voor een voorziening een eigen bijdrage. of een eigen aandeel van u vraagt. De hoogte van de eigen bijdrage en het eigen aandeel is afhankelijk van uw zogenaamde 'bijdrageplichtig inkomen' Het gaat niet om uw inkomen nu, maar om het inkomen over het peiljaar. Het peiljaar is het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin u een voorziening ontvangt waarvoor u een eigen bijdrage of een eigen aandeel moet betalen. Kort gezegd: vraagt u in 2013 een voorziening aan waarvoor de gemeente een eigen bijdrage of een eigen aandeel vraagt, dan kijkt de gemeente naar uw inkomen uit 2011.

Bijdrageplichtig inkomen

Het bijdrageplichtig inkomen is uw verzamelinkomen over het peiljaar, vermeerderd met 8% van de gezamenlijke waarde van uw vermogen, beleggingen en bezittingen in box 3 van de belastingaangifte minus uw schulden in box 3 en het heffingvrije vermogen (€ 21.139).

Het verzamelinkomen is het gezamenlijke bedrag van:

  • het inkomen uit werk en woning;
  • het inkomen uit aanmerkelijk belang;
  • het belastbare inkomen uit sparen en beleggen, verminderd met daarin begrepen te conserveren inkomen.

Hoe komt de gemeente aan uw gegevens?

De belastingdienst moet de gemeente (eigen aandeel) of het CAK (eigen bijdrage) die inkomensgegevens verstrekken.  

Zijn er geen inkomensgegevens?

Zijn er geen inkomensgegevens van u bekend? Dan is de eigen bijdrage voor u € 19,40 per 4 weken als u ongehuwd bent of € 27,60 per 4 weken als u gehuwd bent.

Speciale situatie: Uw huidige inkomen is aanzienlijk lager dan uw inkomen in het peiljaar

Het is mogelijk dat uw huidige inkomen niet overeenkomt met het inkomen in het peiljaar. Als de verwachting is dat uw inkomen dit jaar ten minste € 2500,00 lager is dan het inkomen uit het peiljaar, dan kunt u de gemeente vragen uw inkomen vast te stellen op basis van het lopende jaar in plaats van op basis van het peiljaar.

Hebt u recht op een Wmo-voorziening? Dan kan de gemeente u de voorziening aanbieden in 2 vormen. Een van die vormen is de voorziening in natura.

Voorziening in natura

Een voorziening in natura is een voorziening die bestaat uit goederen of diensten, niet uit geld. Biedt de gemeente u een voorziening in natura aan? Dan hoeft u zelf niets te regelen.
Hebt u bijvoorbeeld een rolstoel nodig? Dan krijgt u rechtstreeks een rolstoel.
En hebt u bijvoorbeeld hulp bij het huishouden nodig? Dan komt iemand de toegekende hulp bieden.

Verstrekt de gemeente u een voorziening in natura, bijvoorbeeld een douchestoel? Dan beslist ze of u de eigenaar van de voorziening wordt of dat u de voorziening in bruikleen krijgt. Het is mogelijk dat uw gemeente u bij de verstrekking van een voorziening in natura een bijdrage in de kosten vraagt.

Wat heeft de gemeente bepaald?

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

Keuzevrijheid


Het persoonsgebonden budget en de voorziening in natura zijn aan elkaar gelijk. Uitgangspunt is dat u een voorziening in natura krijgt. U kan vragen om een persoonsgebonden budget.

Intrekking is het stopzetten van uw voorziening wanneer achteraf blijkt dat u helemaal geen recht had op een voorziening.

De wet geeft de volgende mogelijkheden op basis waarvan de gemeente mag uw voorziening mag intrekken:

  • U hebt onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt aan de gemeente. Als de gemeente de juiste gegevens of alle gegevens zou hebben gekregen dan zou de gemeente tot een andere beslissing zijn gekomen.
  • U hebt de voorziening of het persoonsgebonden budget niet langer nodig.
  • De voorziening of het persoonsgebonden budget is niet meer toereikend te noemen.
  • U voldoet niet aan de eisen/voorwaarden die bij de voorziening of het persoonsgebonden budget horen.
  • U gebruikt de voorziening of het persoonsgebonden budget niet of u gebruikt het niet voor het juiste doel.

Tegen het besluit uw voorziening in te trekken, kunt u bezwaar maken.

Als uw kind een beperking heeft en aan de voorwaarden voldoet, kan de gemeente hiervoor een voorziening geven. Hierna wordt beschreven welke voorzieningen uw gemeente kan verstrekken en welke voorwaarden er gelden:

Aangepaste box en aankleedtafel (commode)

Is uw kind aangewezen op een aangepaste box en/of aankleedtafel (commode), dan kan de gemeente u hier een voorziening voor geven. Echter, deze voorziening kan ook onder de Zvw vallen. Als uw kind op grond van de Zvw in aanmerking komt voor een aangepaste box en aankleedtafel kunt u geen aanspraak meer maken op de Wmo voor deze voorziening.

Douchestoel op wielen

Douche- en toiletstoelen op wielen zijn speciaal ontwikkeld voor de dagelijkse verzorging van kinderen met beperkingen in de leeftijd van 2 tot 15 jaar. Over het algemeen zijn deze hulpmiddelen niet geschikt voor kinderen die alleen liggend verzorgd kunnen worden. Als uw kind alleen liggend verzorgd kan worden, dan hebt u mogelijk recht op een douchebrancard.

Duofiets

Een duofiets is een speciale tandem waarbij uw kind voorop fietst. Uw kind heeft daardoor een goed zicht op de weg en kan verkeersinzicht ontwikkelen, terwijl u uw kind goed in de gaten kunt houden. De duofiets is in principe geschikt voor kinderen vanaf vijf jaar.

Mogelijke aanpassingen aan de duofiets

Er zijn verschillende mogelijkheden om de duofiets voor de situatie van uw kind geschikt te maken:

  • De zitplaats kan worden aangepast.
  • Er zijn twee verschillende maten frame mogelijk.
  • Een hulpmotor is mogelijk.
  • Dubbele besturing of één vast stuur is mogelijk.
  • Standaard moeten de begeleider én het kind trappen, dit kan worden aangepast (bijvoorbeeld zo dat het kind niet hoeft te trappen).

Autozitjes en fietszitjes

Is uw kind aangewezen op een aangepast auto- of fietszitje? Dan kan de gemeente u hiervoor een voorziening verstrekken. Om recht te hebben op een aangepast auto- of fietszitje, moet u voldoen aan de voorwaarden voor vervoersvoorzieningen.

Controle

Hebt u een aangepast zitje? Dan is het belangrijk dat u regelmatig laat controleren of dit nog geschikt is voor uw kind. Wanneer uw kind groeit of als zijn of haar medische situatie verandert, dan kan een zitje ongeschikt raken. De gemeente kan zelf besluiten om regelmatig te controleren of de voorziening nog geschikt is. U kunt ook zelf aangeven dat de voorziening in uw ogen niet langer geschikt is. De gemeente kan dan onderzoeken of een andere voorziening noodzakelijk is.

Speelvoertuigen

Er zijn verschillende hulpmiddelen voor jonge kinderen die zowel voor spelen als voor verplaatsen geschikt zijn. Tot de speelvoertuigen behoren de voorzieningen voor speelmobielen en kruiphulpmiddelen.

Speelmobielen

Speelmobielen zijn bedoeld voor buiten. Uw kind kan de voorziening zelf voortbewegen door middel van een hendel. Een speelmobiel is wendbaar en geschikt voor grotere afstanden. Een voorbeeld van een speelmobiel is een “Vliegende Hollander”.

Kruiphulpmiddelen

Kruiphulpmiddelen of kruipwagens zijn bedoeld voor kinderen die niet kunnen kruipen. Door een kruiphulpmiddel kan uw kind zich liggend of zittend met de handen voortbewegen.

Buggy

Een aangepaste buggy of wandelwagen is een rolstoelvoorziening voor kinderen met lichte beperkingen die nog niet toe zijn aan een rolstoel. Een aangepaste buggy is breder en groter dan een gewone buggy. De buggy biedt lichte ondersteuning en is geschikt voor kinderen met een redelijke spierfunctie.

Zitondersteuningselementen

Een zitondersteuningselement of zitorthese is bedoeld voor kinderen die niet in een gewone kinder(rol)stoel kunnen zitten. De specifieke vorm van deze elementen heeft als doel vergroeiingen te voorkomen.

Zitondersteuningselementen zijn in meerdere maten beschikbaar en kunnen worden voorzien van hoofdsteunen, schouderfixatiebeugels of een vestje om uw kind vast te zetten. Het zitondersteuningselement kan een voorloper zijn voor een rolstoel of een vervoersmiddel.

Kuipstoeltjes

Er zijn ook kuipvormige zitondersteuningselementen, bedoeld voor kinderen vanaf 14 maanden die veel ondersteuning en correctie nodig hebben.

Zitondersteuningselementen voor op school

Als het zitondersteuningselement is bedoeld voor op school, dan gaat het om een onderwijsvoorziening. Deze voorziening valt niet onder de Wmo, maar onder de IWIA (Wet invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen). Dit betekent dat niet de gemeente, maar UWV het ondersteuningselement kan vergoeden.

Voorwaarden

Om recht te hebben op een voorziening moet u voldoen aan een aantal voorwaarden. Aan welke voorwaarden u moet voldoen, is afhankelijk van de voorziening. In onderstaand schema staat per voorziening aan welke voorwaarden u moet doen. Uw gemeente kan daarnaast nog extra regels hebben waaraan u moet voldoen.

VoorzieningAan welke voorwaarden moet u voldoen?
Aangepaste box en aankleedtafel (commode)Voorwaarden voor woonvoorzieningen
Douchestoel op wielenVoorwaarden voor woonvoorzieningen
DuofietsVoorwaarden voor vervoersvoorzieningen
AutozitjesVoorwaarden vervoersvoorzieningen
SpeelvoertuigenVoorwaarden rolstoelvoorzieningen
BuggyVoorwaardenrolstoelvoorzieningen
ZitondersteuningselementenAfhankelijk van waar u het zitondersteuningselement gebruikt, moet u voldoen aan de voorwaarden voor rolstoelvoorzieningen, woonvoorzieningen of vervoersvoorzieningen.

Wat heeft de gemeente bepaald over kindervoorzieningen?

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

Bijdrage

De gemeente kan alleen voor woningaanpassingen een bijdrage in de kosten vragen. In dat geval is de ouder de bijdrage verschuldigd namens het kind.

De AWBZ-aanspraak kortdurend verblijf is per 1 januari 2015 vervallen en deels ondergebracht in de Wmo 2015 (in de Jeugdwet is de gemeente verantwoordelijk voor ondersteuning van mantelzorgers bij jeugdigen). Het hoort bij de verantwoordelijkheid van gemeenten om mantelzorgers te ondersteunen zodat zij niet overbelast worden door het geven van de zorg. Als de mantelzorger overbelast dreigt te raken, kan de cliënt kortdurend verblijven in een instelling om de mantelzorger te ontlasten.

Kortdurend verblijf is een maatwerkvoorziening.

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

Langdurige noodzaak betekent dat uw beperking, op het moment van uw aanvraag, onomkeerbaar is. Er mag geen verbetering in uw situatie te verwachten zijn.

Kent uw beperking een wisselend beeld, waarbij u "goede" en "slechte" periodes hebt? Dan gaat uw gemeente in principe uit van een langdurige noodzaak.

Voor de Wmo worden de volgende documenten in ieder geval als geldig identiteitsbewijs aangemerkt:

U heeft de Nederlandse nationaliteit.U bent vreemdeling.

U kunt zich legitimeren met:

  • een paspoort; of
  • een Europese identiteitskaart.

U kunt zich legitimeren met:

  • vreemdelingendocumenten van het type I, II, III, IV of EU/EER;
  • verblijfskaart ministerie van Buitenlandse Zaken;
  • buitenlands paspoort;
  • vreemdelingendocument W.

De gemeente mag van deze regels afwijken:

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

Een maatwerkvoorziening is een speciaal op u ingerichte voorziening. De voorziening is afgestemd op uw behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden en kan bestaan uit een dienst, hulpmiddel, woningaanpassing of andere maatregel, bijvoorbeeld een scootmobiel of hulp bij het huishouden.

De maatwerkvoorziening gaat over:

zelfredzaamheid, daaronder valt ook kortdurend verblijf in een instelling om de mantelzorger te ontlasten, het daarvoor noodzakelijke vervoer, en ook hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen,

participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, en ook hulpmiddelen en andere maatregelen,

beschermd wonen en opvang.

Maatschappelijke ondersteuning is de verzamelnaam van alle taken waarvoor de gemeente verantwoordelijk is. Het begrip is uiteengezet in 3 hoofdelementen, ook wel prestatievelden genoemd, waar de gemeente zich voor moet inzetten. De prestatievelden zijn:

  1. het bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en het vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, en het voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld;
  2. het ondersteunen van de zelfredzaamheid en de deelname aan de maatschappij van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen, zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving;
  3. het bieden van beschermd wonen en opvang.

Klik hier voor meer informatie over de prestatievelden.

De gemeente moet burgers en burgerorganisaties betrekken bij het voorbereiden en opstellen van het lokale Wmo-beleid. De gemeente moet onder andere haar plannen openbaar maken, onderzoeken hoe burgers daarover denken en burgers in de gelegenheid stellen klachten in te dienen.
Daarnaast moet de gemeente advies vragen aan cliëntenorganisaties. De gemeente is verplicht om in haar beleid op te nemen hoe ze cliënten of hun vertegenwoordigers gaan betrekken bij de uitvoering van de wet.

De gemeente heeft het volgende bepaald over medezeggenschap:

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

Voordat de gemeente een beslissing neemt over uw aanvraag voor een Wmo-voorziening kan ze medisch advies inwinnen. De gemeente bepaalt aan wie ze advies vraagt. Meestal is dat de MO-zaak.

Het onderzoek

Het medisch advies kan op verschillende manieren tot stand komen:

  • U moet telefonisch vragen beantwoorden over uw gezondheid en leefsituatie.
  • U wordt opgeroepen voor een gesprek bij de adviesorganisatie.
  • De medisch adviseur komt bij u op huisbezoek.
  • Noodzakelijke aanvullende gegevens kunnen worden opgevraagd bij uw arts, uitsluitend met uw schriftelijke toestemming.

De medisch adviseur die u spreekt tijdens het onderzoek hoeft geen arts te zijn. Is het onderzoek niet uitgevoerd door een arts? Dan moet een arts het advies goedkeuren voordat het naar de gemeente wordt gestuurd.

U kunt de medisch adviseur vragen welk advies de gemeente krijgt. U mag uw reactie daarop geven. Soms weet de medisch adviseur nog niet hoe het advies luidt, bijvoorbeeld doordat aanvullende gegevens nog ontbreken of overleg over uw situatie noodzakelijk is.

Wat doet uw gemeente met het advies?

Bij het gebruik van het medisch advies ter onderbouwing van het besluit moet de gemeente er zeker van zijn dat het zorgvuldig tot stand is gekomen.

De gemeente hoeft het medisch advies niet zonder meer over te nemen. Bij twijfel kan uw gemeente een nieuw medisch advies vragen bij dezelfde of een andere organisatie. Ten slotte kan de gemeente ook gemotiveerd afwijken van het advies.

Als u vindt dat u problemen hebt waarbij de gemeente maatschappelijke ondersteuning moet bieden, dan kunt u hiervan melding maken. Deze melding is het eerste contact met de gemeente. U maakt eerst melding van uw probleem voordat u gaat aanvragen. 

Wie kan er melding maken?

Iedereen kan zich bij de gemeente melden met een probleem.

Hoe moet ik melding maken?

U kunt telefonisch, via mail of per brief aan de gemeente laten weten dat u behoefte hebt aan maatschappelijke ondersteuning. 

Wat gebeurt er na de melding?

Nadat u melding hebt gemaakt bij de gemeente zal de gemeente u een ontvangstbevestiging sturen. De gemeente gaat na uw melding zo spoedig mogelijk onderzoek doen.  Nadat u melding hebt gemaakt en de gemeente onderzoek heeft gedaan kan u pas een aanvraag indienen.

Nadat de gemeente u een voorziening heeft verstrekt, zal ze van tijd tot tijd bekijken of uw situatie nog dezelfde is, of de voorziening nog voldoet en of u deze nog gebruikt.

Afhankelijk van de uitkomst van het onderzoek, kan de gemeente uw voorziening bijvoorbeeld wijzigen of beëindigen.

Hebt u recht op een Wmo-voorziening? Dan kan de gemeente u de voorziening aanbieden in twee vormen. Een daarvan is het persoonsgebonden budget (PGB).

Persoonsgebonden budget 

Het persoonsgebonden budget (PGB) houdt in dat de gemeente u één bedrag geeft voor de kosten van een voorziening. U mag zelf weten waar u die voorziening koopt. De  gemeente mag bepalen dat u van het bedrag ook onderhoud, reparatie en/of verzekering moet betalen. De hoogte van het PGB moet u altijd in staat stellen een voorziening te kopen vergelijkbaar met de voorziening die de gemeente in natura zou hebben gegeven. Het PGB wordt vrijwel altijd gegeven voor een bepaalde periode. U hebt binnen die periode dan geen recht meer op dezelfde voorziening.

De gemeente kan aan u vragen om te vertellen hoe u het geld hebt uitgegeven. U moet dus een administratie bijhouden van de uitgaven die u doet uit uw budget. Als de gemeente u een PGB aanbiedt, kan het voorkomen dat u een bijdrage in de kosten moet betalen. Dat kan niet als de gemeente u een rolstoel(voorziening) verstrekt.

Wat heeft de gemeente bepaald?

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

Keuzevrijheid

Het PGB en de voorziening in natura zijn aan elkaar gelijk. Uitgangspunt is dat u een voorziening in natura krijgt. U kan vragen om een PGB.

Uitbetaling

De Sociale Verzekeringsbank (SVB) doet namens de gemeente de uitbetaling van de PGB's. Als u al een PGB had vóór 1 januari 2015 dan wordt dit PGB evengoed per 1 januari uitbetaald door de SVB. Oftewel, alle PGB's worden per 1 januari 2015 uitbetaald door de SVB. 

Let op! Er is wel één uitzondering en dat gaat over de eenmalige PGB's. Dit zijn PGB's die maar één keer worden verstrekt. Bijvoorbeeld een woningaanpassing of een verhuiskostenvergoeding. Deze PGB's worden in 2015 nog door de gemeente uitbetaald. Het is de bedoeling dat per 1 januari 2016 alle PGB's worden uitbetaald door de SVB en dat hierop geen uitzonderingen mogelijk zijn.

Lager PGB bij hulp in sociale kring

Het kan zo zijn dat de gemeente heeft geregeld dat  als u uw PGB besteedt aan iemand uit uw sociale kring, u een lager PGB krijgt. Als u bijvoorbeeld met uw PGB hulp inkoopt bij uw zus dan kan de gemeente bepalen dat,  doordat u uw zus betaald van het PGB,  u een lager bedrag krijgt.  De gemeente hoeft dit niet te regelen.

Prestatievelden zijn onderwerpen waar de gemeente zich voor moet inzetten. De prestatievelden zijn:

  1. het bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en het vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, en het voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld;
  2. het ondersteunen van de zelfredzaamheid en de deelname aan de maatschappij van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen, zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving;
  3. het bieden van beschermd wonen en opvang.

Prestatieveld 1:

Bij het bevorderen van de sociale samenhang kan gedacht worden aantrekkelijke plekken waar burgers elkaar kunnen ontmoeten. Het is bij sociale samenhang ook belangrijk dat de gemeente uw naaste omgeving, zoals familie, buren, kerkelijke verbanden of de sportvereniging stimuleert om zich in te zetten. Initiatieven vanuit de buurtbewoners zullen daarom ook vaak worden gestimuleerd door de gemeente.

Het bevorderen van mantelzorgers en vrijwilligerswerk past goed bij de gedachte van de nieuwe wet. Eerst bekijken wat u op eigen kracht of met hulp uit uw sociaal netwerk kan doen. Bij mantelzorg gaat het om hulp die verder gaat dan hulp die mensen horen te geven aan elkaar. Mantelzorg wordt ook niet geboden vanuit een hulpverlenend beroep. De gemeente is verplicht om mantelzorgers te ondersteunen en een waardering te geven ieder jaar. Vrijwilligerswerk is werk dat onverplicht en onbetaald wordt verricht voor anderen of voor de samenleving. Vaak wordt dit gedaan in georganiseerd verband. 

Het bevorderen van de goede toegankelijkheid van voorzieningen houdt in dat de gemeente zorgt voor een samenleving waarbij het voor mensen met beperkingen mogelijk is om op dezelfde manier deel te nemen aan de samenleving als mensen zonder een beperking. 

Prestatieveld 2

Dit prestatieveld omvat alle activiteiten van de gemeente die gericht zijn op het helpen van mensen om deel te nemen aan de maatschappij. Hierbij is het belangrijk dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Dit prestatieveld maakt met name de individuele- en algemene voorzieningen mogelijk. Met deelnemen aan de maatschappij wordt bedoeld dat iemand, ondanks zijn lichamelijke of geestelijke beperkingen, op een redelijke wijze mensen kan ontmoeten, contacten kan onderhouden, boodschappen kan doen en aan activiteiten kan deelnemen. Het is hiervoor dus ook belangrijk dat iemand zich kan verplaatsen. 

Prestatieveld 3

Het bieden van beschermd wonen kan inhouden dat de gemeente u helpt wanneer u ondersteuning nodig hebt bij het wonen. Bij beschermd wonen woont u in een instelling waarbij toezicht en begeleiding is. Het doel hiervan kan bijvoorbeeld zijn om u te leren verantwoordelijk om te gaan met geld en uw woonsituatie. Ook kan er op deze manier op u worden gelet om er zeker van te zijn dat u goed voor uzelf zorgt.

Bij het bieden van opvang wordt er onderdak en begeleiding geboden aan mensen die de thuissituatie hebben verlaten en die zich niet alleen kunnen redden in de samenleving. Het kan zijn dat u in verband met huiselijk geweld uw thuissituatie hebt verlaten en dat u daarom opvang zoekt. Huiselijk geweld houdt in dat er geweld wordt gebruikt door familieleden, gezinsleden, partners of mantelzorgers. Het kan ook zijn dat u met een andere reden thuis bent weggegaan.

De gemeente kan bepalen dat sommige voorzieningen voorrang hebben op andere. Dat betekent dat de gemeente eerst onderzoekt of deze voorzieningen uw beperkingen kunnen verhelpen. Pas als dat niet zo is, kunt u recht hebben op een andere voorziening.

Veel gemeenten hanteren een of meer van de volgende regels, ook wel primaten, genoemd:

Soort primaatToelichting
Primaat van het collectief vervoer Vraagt u een vervoersvoorziening aan? Dan zal de gemeente eerst onderzoeken of het collectief vervoer uw beperkingen voldoende compenseert. Pas als dat niet het geval is, kunt u recht hebben op een andere individuele vervoersvoorziening zoals een scootmobiel of een (aangepaste) auto.
Primaat van verhuizingDe gemeente kan besluiten dat verhuizen in uw situatie de goedkoopst passende oplossing is. De gemeente geeft u een vergoeding voor verhuis- en inrichtingskosten, in plaats van een vergoeding voor aanpassing van uw huidige woning.
Primaat van de losse woonunitIn plaats van een traplift of een aanbouw aan uw woning, kan de gemeente besluiten een losse woonunit te plaatsen. Een losse woonunit kan variëren van een soort porto cabine met slaapkamer en natte cel tot een natte cel die aan een tuin- of keukendeur wordt gekoppeld.

Om in aanmerking te kunnen komen voor een Wmo-voorziening, moet u rechtmatig in Nederland zijn. Dat is het geval als u Nederlander bent. Bent u geen Nederlander? Dan kunt u in de volgende gevallen toch recht hebben op een voorziening. :

1. U hebt een van de hierna opgesomde verblijfsvergunningen.

U verblijft rechtmatig in Nederland als sprake is van een van onderstaande situaties:

U bent een vreemdeling met een verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd op asielgronden
U bent een vreemdeling met een reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Staat de tekst "Beroep op publieke middelen kan gevolgen hebben voor verblijfsrecht" op uw verblijfsvergunning? Dan moet de gemeente uw aanvraag voor een voorziening melden bij de IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst).
U bent vreemdeling met een reguliere verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.
U bent een vreemdeling en u hebt vóór de beëindiging van uw rechtmatig verblijf in Nederland een aanvraag voor voortgezette toelating ingediend.
U bent een vreemdeling en u hebt binnen vier weken bezwaar of beroep ingesteld tegen de intrekking van uw toelating en u wordt niet uitgezet.

2. U bent gemeenschapsonderdaan

U bent een gemeenschapsonderdaan als u de nationaliteit hebt van. :

  • Een EU-land (België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Groot-Brittannië, Hongarije, Ierland, Italië, Kroatië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië en Zweden); of
  • Een EER-land (naast de EU-landen zijn dit IJsland, Liechtenstein en Noorwegen); of
  • Zwitserland.

U bent ook gemeenschapsonderdaan als u een familielid bent van iemand met een van de bovenstaande nationaliteiten. U hebt zelf een andere nationaliteit dan de bovenstaande nationaliteiten. Als u behoort tot deze groep gemeenschapsonderdanen, dan wordt u ook wel “derdelander” genoemd. U bent een familielid als u:

  • Echtgenoot of geregistreerde partner bent; of
  • Kind of stiefkind bent. U moet jonger zijn dan 21 jaar of door uw ouders worden onderhouden; of
  • Ouder of schoonouder bent. Uw (schoon)kind moet u onderhouden. (Schoon)ouders hebben geen verblijfsrecht als hun (schoon)kind in Nederland is als student.

Verblijfsdocument

Om aan te tonen dat u rechtmatig verblijft in Nederland kunt u bij de IND een EU/EER-document of een bewijs van inschrijving (sticker) vragen. Het EU/EER-document is voor u bedoeld als u Roemeen, Bulgaar of een derdelander bent. De overige gemeenschapsonderdanen krijgen een sticker als bewijs van inschrijving. Hebt u geen sticker of EU/EER-document? Dan kunt u wel rechtmatig in Nederland verblijven, maar er kunnen wel gevolgen voor uw recht op een Wmo-voorziening zijn.

Gebruik maken van de Wmo

Bent u gemeenschapsonderdaan en woont u al vijf jaar of langer onafgebroken legaal in Nederland? Dan hebt u een duurzaam verblijfsrecht. Daardoor kunt u mogelijk een beroep op doen op de Wmo. De gemeente moet uw aanvraag melden bij de IND U moet wel aan alle voorwaarden voldoen.

Bent u hier korter dan vijf jaar? En werkt u als werknemer of zelfstandige? En verdient u tenminste 50% van de voor u geldende bijstandsnorm of werkt u tenminste 40% van de gebruikelijke arbeidstijd? Of bent u familielid van zo iemand? Dan kunt u ook recht hebben op Wmo. Dat geldt ook als u werknemer of zelfstandige bent geweest en een van de volgende situaties is op u van toepassing:

  • U bent tijdelijk arbeidsongeschikt door een ziekte of ongeluk; of
  • u bent werkloos geraakt zonder dat u dat wilde en hebt zich ingeschreven bij het UWV WERKbedrijf als werkzoekende; of
  • U start met een beroepsopleiding omdat u werkloos bent geraakt of omdat u dat nodig hebt voor uw werk.

Wanneer u zelf in uw levensonderhoud voorziet en een ziektekostenverzekering hebt of als u student bent, kunt u mogelijk ook een beroep doen op de Wmo. De gemeente moet uw aanvraag wel melden bij de IND.

U kunt geen gebruik maken van de Wmo

U kunt geen beroep doen op de Wmo als u gemeenschapsonderdaan bent en u korter dan 3 maanden in Nederland bent. Bent u hier als werknemer of zelfstandige? Of bent u familielid van zo iemand? Dan kunt u toch recht hebben op Wmo, ook al bent u korter dan drie maanden in Nederland.

Hieronder worden een aantal onderwerpen besproken die gaan over de rolstoel. U kunt hier informatie vinden over:

Soorten rolstoelen

De gemeente kan verschillende soorten rolstoelen leveren. Welke rolstoel voor u geschikt is, hangt af van uw beperkingen.

Actiefrolstoel 

Een actiefrolstoel is een rolstoel voor mensen die in staat zijn zich langdurig zelfstandig te verplaatsen en niet willen worden voortgeduwd. Een actiefrolstoel is in het algemeen voorzien van kleine wielen voor en grote wielen met hoepels achter. Hierdoor kunt u gemakkelijk manoeuvreren en rijdt de rolstoel relatief licht. Een actiefrolstoel kan ook gebruikt worden als sportrolstoel.

Duw-hoepelrolstoel

Een duw-hoepelrolstoel is een rolstoel met twee grote wielen die u zelf kunt voortbewegen met behulp van de hoepels die aan de grote wielen zijn bevestigd. Een duw-hoepelrolstoel heeft ook duwhandvatten, waardoor de rolstoel ook kan worden voortgeduwd door een begeleider.

Een duw-hoepelrolstoel kan een geschikte rolstoel voor u zijn als u de rolstoel met uw armen en handen met behulp van de hoepels zelfstandig kunt voortbewegen. Kunt u dit niet omdat u bijvoorbeeld een beperkt uithoudingsvermogen heeft? Dan kan de rolstoel met behulp van de duwhandvatten ook worden voortgeduwd door een begeleider. Er bestaan ook duw-hoepelrolstoelen met twee hoepels aan één kant. Deze rolstoelen kunnen geschikt zijn voor u als u maar één arm of hand kunt gebruiken. 

Duw(wandel)wagen

Een duw(wandelwagen) is een rolstoel die u niet zelf kunt voortbewegen. Een begeleider zal de rolstoel moeten voortduwen. Duw(wandel)wagens hebben vaak zwenkwielen voor of achter om het sturen te vergemakkelijken. Een duw(wandel)wagen kan een geschikte rolstoel voor u zijn als u zich niet zelfstandig te verplaatsen met behulp van een handbewogen of trippelrolstoel, omdat u bijvoorbeeld te weinig kracht in uw handen hebt of een beperkt uithoudingsvermogen.

Onder een duw(wandel)wagen kan een elektromotor worden gemonteerd als uw begeleider de duw(wandel)wagen alleen een beperkte afstand kan voortduwen. Op deze manier kan uw begeleider ondersteund worden bij het voortduwen van uw rolstoel. 

Elektrische rolstoel

Een elektrische rolstoel is een rolstoel die elektrisch wordt aangedreven. De rolstoel kan rijden met een snelheid van 5 tot 10 km/uur en kan gebruikt worden voor afstanden tussen de 20 en 60 kilometer. Er bestaan drie soorten elektrische rolstoelen, namelijk rolstoelen voor binnen, binnen/buiten en voor alleen buitengebruik. Elektrische rolstoelen hebben vaak een elektronische besturing zoals een joystick en/of knoppen op een stuurkastje dat op de linker of rechter armleuning van de rolstoel is gemonteerd.

Een elektrische rolstoel lijkt enigszins op een scootmobiel. Anders dan bij een scootmobiel, is een elektrische rolstoel speciaal bedoeld voor al uw dagelijkse verplaatsingen. Een elektrische rolstoel kan een geschikte rolstoel voor u zijn als u niet in staat bent door arm- of voetbewegingen een handbewogen- of trippelrolstoel voort te bewegen. Om een elektrische rolstoel goed te kunnen besturen moet u wel (gedeeltelijk) over de arm- en/of handfunctie beschikken.

De accu van elektrische rolstoelen moet regelmatig worden opgeladen. De meeste gemeenten vergoeden deze oplaadkosten niet, omdat de kosten moeilijk vast te stellen zijn en bovendien meestal niet zo hoog zijn. De gemeente kan besluiten deze kosten wel te vergoeden.

Kinderrolstoelen

Een rolstoelvoorziening voor kinderen komt overeen met een rolstoelvoorziening voor volwassenen. De rolstoel voor een kind moet echter op maat zijn en rekening houden met de groei van uw kind. Een kinderrolstoel beschikt meestal over diverse instel- en aanpasmogelijkheden. Om uw kind te stimuleren actief te zijn en om bewegingsvrijheid te geven, zijn kinderrolstoelen van stevig, maar licht materiaal. Er kunnen standaard een aantal voorzieningen op de rolstoel worden aangebracht. U kunt hierbij denken aan anti-kiepwieltjes, duwhandvatten en spaakbeschermers.

Accessoires en training

Een rolstoel kan worden uitgerust met allerlei accessoires. Door het gebruik van accessoires kan een rolstoel worden aangepast aan uw wensen en mogelijkheden. De gemeente is alleen verplicht accessoires te verstrekken die voor u medisch noodzakelijk zijn. Nuttige accessoires hoeft de gemeente niet te verstrekken.

Medisch noodzakelijke accessoires 
Abductieklos. Deze houdt de benen in spreidstand.
Veiligheidsgordel. Veiligheidsgordel worden bijvoorbeeld gebruikt bij spasticiteit.
Amputatiesteun 
Nuttige accessoires 
Rolstoelhandschoenen Bandenpomp
RegenpakBagagetas / boodschappennet 
Been- en voetzak Schootskleed 
Winterbekleding Asbak 
Overtrekhoes om de rolstoel tegen neerslag te beschermen Spaakbeschermers en zonneschermen voor buggy's en duw(wandel)wagens 

Krijgt u een rolstoel? Dan moet u leren daar goed mee om te gaan. Meestal heeft de gemeente met de leverancier van de rolstoel afgesproken dat deze u bij het afleveren van de rolstoel instructies geeft over hoe u de rolstoel moet gebruiken.
Verblijft u in een revalidatiecentrum en krijgt u daar een rolstoel? Dan leert u in het revalidatiecentrum hoe u de rolstoel moet gebruiken.

Als u niet goed met uw rolstoel kunt omgaan, kan de gemeente u mogelijk een rolstoeltraining aanbieden. Er bestaan twee soorten rolstoeltrainingen. In de basis-training leert u vooruit en achteruit rijden, bochten naar links en recht te nemen en tempo te maken. In de specifieke training leert u balanceren met de rolstoel, de stoep op en af te rijden, buiten te rijden en hoe u een helling op en af rijdt.

Voorwaarden

Om in aanmerking te komen voor een van de bovenstaande voorzieningen moet u voldoen aan de voorwaarden voor rolstoelvoorzieningen.

Wat heeft uw gemeente bepaald?

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

Een sportrolstoel is een rolstoel waarmee u recreatieve sporten kunt beoefenen. Eén type sportrolstoel is geschikt voor veel verschillende sporten. Een sportrolstoel wordt door de gemeente vaak verstrekt naast een “gewone” rolstoel die u gebruikt om u in en om de woning te verplaatsen. Er zijn ook rolstoelen die tegelijkertijd als “gewone” rolstoel en sportrolstoel kunnen functioneren, zoals bijvoorbeeld de actiefrolstoel. Kenmerkend voor een sportrolstoel is dat de twee grote wielen van de rolstoel scheef staan (camber) waardoor uw handen niet ingeklemd raken als u langs een andere sportende rolstoeler rijdt.

Voorwaarden

Om in aanmerking te komen voor een sportrolstoel moet u voldoen aan de voorwaarden voor rolstoelvoorzieningen. U moet natuurlijk wel een sport beoefenen waarvoor u een sportrolstoel nodig hebt. Verder moet u de sportrolstoel op een zelfstandige en verantwoordelijke manier kunnen gebruiken. U hebt geen recht op een sportrolstoel als u de rolstoel wilt gebruiken om topsport te bedrijven. De gemeente kan extra regels stellen.

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

Tot het sociale netwerk behoren uw vrienden, familie, buren en kenissen. Belangrijk in de Wmo is dat u eerst kijkt of u met hulp van uw netwerk uw probleem kan oplossen.

Het behoort tot uw eigen verantwoordelijkheid om een beroep op uw eigen netwerk te doen voordat u bij de gemeente aanklopt voor hulp.

Niet afdwingbaar

Hulp van personen uit het sociale netwerk kan echter niet worden afgedwongen. De personen uit het sociaal netwerk zijn namelijk niet verplicht om de cliënt bij te staan. Wanneer er geen sociaal netwerk is, of de personen uit het sociale netwerk geen ondersteuning kunnen of willen bieden, dan zal de gemeente de benodigde ondersteuning moeten organiseren. 

Hebt u ten onrechte een Wmo-voorziening ontvangen? Dan kan de gemeente deze van u terugvorderen. U moet dan uw persoonsgebonden budget of uw voorziening in natura weer inleveren.

De gemeente zal eerst uw voorziening of persoonsgebonden budget intrekken en daarna zullen ze het bedrag terugvorderen. De gemeente mag alleen geld terugvorderen als u opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens hebt verstrekt of als u hebt meegewerkt aan het opzettelijk verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens.

Tegen het besluit om uw voorziening terug te vorderen, kunt u bezwaar maken.

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

Als u de beslissing op uw bezwaarschrift of uw beroep bij de rechtbank niet kunt afwachten dan kunt u een voorlopige voorziening aanvragen bij de president van de rechtbank. Dat houdt in dat u hem verzoekt om een speciale regeling voor u te treffen voor de periode dat uw bezwaarschrift of beroepschrift wordt behandeld. De president van de rechtbank zal pas op uw verzoek ingaan als er sprake is van een ‘noodsituatie’.

Gaat hij in op uw verzoek? Dan wil dat niet zeggen dat u ook gelijk krijgt in de hoofdzaak. Het is dus mogelijk dat u als voorlopige voorziening voor een bepaalde periode geld krijgt en dat u dit achteraf moet terugbetalen aan de gemeente, omdat u in de hoofdzaak (van het bezwaar of beroep) geen gelijk hebt gekregen. U kunt niet in hoger beroep gaan als er geen voorlopige voorziening wordt toegekend. 

Een Wlz-instelling is een instelling die zorg of hulp biedt op basis van de WLz, de Wet Landurige zog. De Wlz verzorgt de vergoeding van medische kosten die u als particulier niet of alleen tegen een heel hoge vergoeding kunt verzekeren. Het gaat dan bijvoorbeeld om de kosten van een langdurige ziekenhuisopname, de kosten van een verblijf in een verpleeghuis en de kosten van zorg voor mensen met een verstandelijke beperking.

Voorbeelden

Wlz-instellingen zijn:

  • verzorgingshuizen;
  • verpleeginrichtingen;
  • instellingen voor gehandicapten;
  • Het Dorp te Arnhem;
  • Regionale instellingen voor beschermd wonen (RIBW's);
  • psychiatrische ziekenhuizen;
  • Psychiatrische afdelingen van algemene ziekenhuizen (PAAZ'en);
  • ziekenhuizen en instellingen voor revalidatie.

Met zelfredzaamheid wordt bedoeld dat u zelf in staat moet kunnen zijn tot het (uit)voeren van:

  1. de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen; en
  2. een gestructureerd huishouden.

1. Algemene dagelijkse levensverrichtingen

Algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) zijn de handelingen die u in het gewone leven verricht, hierbij hoort ook persoonlijke verzorging.

Voorbeelden van enkele noodzakelijke ADL:

  • in en uit bed komen;
  • aan- en uitkleden;
  • eten/drinken;
  • lopen;
  • bewegen;
  • toiletbezoek;
  • medicijnen innemen;
  • ontspanning;
  • lichamelijke hygiëne (wassen);
  • sociaal contact;
  • gaan zitten en weer opstaan.

2. Gestructureerd huishouden

Het voeren van een gestructureerd huishouden is bijvoorbeeld:

  • hulp bij het leren om zelfstandig te wonen;
  • hulp bij het omgaan met geld;
  • hulp bij het brengen van structuur in uw huishouden;
  • hulp bij het omgaan met onverwachte gebeurtenissen die de dagelijkse structuur doorbreken;
  • hulp bij contacten met officiële instanties (zoals de belastingdienst en de bank.

Lees ook