Antwoord op

Ik wil een voorziening voor zelfstandig wonen

 Afbeelding

 

Om recht te kunnen hebben op een voorziening voor zelfstandig wonen, moet u aan een aantal voorwaarden voldoen. U moet in ieder geval:

Behoren tot de doelgroep U hoort tot de doelgroep als u een beperking, chronisch psychisch of psychosociaal probleem hebt. Ook als u uw thuissituatie hebtverlaten kunt u tot de doelgroep behoren.
Rechtmatig in Nederland verblijven  Dat is het geval als u Nederlander bent. Bent u geen Nederlander? Dan kunt u toch recht hebben op een Wmo-voorziening als u rechtmatig in Nederland verblijft.
Geen recht hebben op een andere regeling of vergoeding Als u de benodigde voorziening vergoed kunt krijgen op een andere manier dan uit de Wmo, moet u daar gebruik van maken. Bijvoorbeeld als u de voorziening vergoed krijgt vanuit de Wlz.

Als u aan deze voorwaarden voldoet zal de gemeente daarna de volgende vragen doorlopen om uw recht op de voorziening te bepalen:

  • Kunt u zelf uw probleem oplossen?

  • Kunt u met hulp van uw huisgenoten uw probleem oplossen?

  • Kunt u met hulp van uw sociaal netwerk of mantelzorg uw probleem oplossen?

  • Kunt u uw probleem oplossen met een algemene voorziening?

Kunt u zelf uw probleem oplossen? (bladwijzers maken)

Wat belangrijk is in de Wmo is dat u als burger eerst kijkt of u niet zelf of samen met uw directe omgeving (bijvoorbeeld huisgenoten, famile, buren, vrienden) uw probleem kan oplossen of verminderen. Het is de bedoeling in de Wmo dat u zich inspant om uw eigen situatie te verbeteren of dat u kijkt of uw partner of familielid u misschien kan helpen om uw probleem op te lossen. 

U kunt slechts een maatwerkvoorziening krijgen van de gemeente als u niet zelf (op eigen kracht) of met hulp van uw huisgenoten ( gebruikelijke hulp), met mantelzorg of met hulp van andere personen uit uw sociale netwerk uw problemen kunt oplossen en deel kunt nemen aan de samenleving.

Kunt u met hulp van uw huisgenoten uw probleem oplossen?

Gebruikelijke hulp is de hulp die in het algemeen mag worden verwacht van uw echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Onder gebruikelijke hulp kan ook gebruikelijke zorg vallen. Gebruikelijke zorg is de zorg die gezinsleden normaal aan elkaar verlenen binnen het huishouden, omdat ze samen verantwoordelijk zijn voor dat huishouden. Is iemand binnen uw huishouden door een probleem of gebrek niet in staat huishoudelijke taken te verrichten, dan mag de gemeente van de andere personen in uw huishouden verwachten dat zij (een deel van) de taken overnemen. Uw gemeente mag zelf bepalen van welke personen dat wordt verwacht. De gemeente kan bijvoorbeeld bepalen dat van kinderen beneden een bepaalde leeftijd niet kan worden verwacht dat ze bepaalde taken overnemen.

Gebruikelijke hulp is breder dan gebruikelijke zorg en ziet ook op andere onderdelen dan alleen het voeren van een huishouden, bijvoorbeeld op het normale gebruik van de woning. Een huisgenoot kan u wellicht ook helpen met klusjes in uw woning of bij het verplaatsen in uw woning.

Kunt u met hulp van uw sociaal netwerk of mantelzorg uw probleem oplossen?

Tot het sociale netwerk behoren uw vrienden, familie, buren en kennissen. Belangrijk in de Wmo is dat u eerst kijkt of u met hulp van uw netwerk uw probleem kan oplossen.

Daarnaast kunt u kijken of uw probleem opgelost kan worden met hulp van een mantelzorger. Doorgaans zijn mantelzorgers personen met wie u regelmatig contact houdt. De mantelzorger en u hoeven niet per se in één huis te wonen. 

Mantelzorg kan echter niet verplicht worden. Wanneer niemand mantelzorg wil of kan leveren, zal het college wel een maatwerkvoorziening moeten verstrekken. Alleen wanneer er wel mantelzorg beschikbaar is, kan het college bij het bepalen van de ondersteuning hier rekening mee houden.

Kunt u uw probleem oplossen met een algemene voorziening?

In de wet staat dat u pas recht heeft op een maatwerk (dat wil zeggen speciaal op u gerichte) voorziening als er geen algemene voorziening is die uw beperkingen compenseert. Als de gemeente een algemene voorziening heeft die voor u ook een oplossing biedt dan komt u dus niet in aanmerking voor een maatwerkvoorziening.

Een algemene voorziening is het aanbod van diensten of activiteiten. Hierbij is niet eerst  onderzoek nodig naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers. De algemene voorziening is toegankelijk en gericht op maatschappelijke ondersteuning.

Daarnaast stelt de gemeente de volgende extra voorwaarden: 

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

Wanneer u het idee hebt dat u het niet meer zelf redt,  kunt u hiervan melding maken. Deze melding is het eerste contact met de gemeente. U maakt eerst melding van uw probleem voordat u gaat aanvragen. Wilt u dus in aanmerking komen voor een voorziening? Dan moet u eerst melding maken.

Wie kan er melding maken?

Iedereen kan zich bij de gemeente melden met een probleem.

Hoe moet ik melding maken?

U kunt telefonisch, via mail of per brief aan de gemeente laten weten dat u behoefte hebt aan maatschappelijke ondersteuning. 

Wat gebeurt er na de melding?

Nadat u melding hebt gemaakt bij de gemeente zal de gemeente u een ontvangstbevestiging sturen. De gemeente gaat na uw melding zo spoedig mogelijk onderzoek doen.  Nadat u melding hebt gemaakt en de gemeente onderzoek heeft gedaan kan u pas een aanvraag indienen.

 

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

 

Nadat u melding hebt gemaakt, maar voordat het onderzoek van start gaat moet de gemeente u wijzen op de mogelijkheid om een persoonlijk plan in te dienen.

Wat moet er in het persoonlijk plan staan?

In dit persoonlijk plan moet u omschrijven en aangeven wat volgens u de beste oplossing is voor uw probleem. In dit persoonlijk plan kunt u de volgende punten omschrijven:

  • uw behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren;
  • of er mensen zijn die u kunnen helpen in uw omgeving;
  • of u misschien zelf het een en ander al kan oplossen;
  • of u mantelzorger eventueel ondersteund moet worden;
  • of u ook geholpen bent met een algemene voorziening.

Wanneer kan ik het persoonlijk plan inleveren?

Het college moet 7 dagen na de melding u de kans geven om het persoonlijk plan in te leveren.

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

 

Voldoet u aan de voorwaarden en hebt u een medische indicatie voor een voorziening? Dan kan de juiste voorziening worden bepaald.

Goedkoopst compenserend

De gemeente mag bij het bepalen van de voorziening uitgaan van de goedkoopst compenserende voorziening. Dit betekent dat als er voor u 2 voorzieningen geschikt zijn, de gemeente ervoor mag kiezen om u alleen de goedkoopste te geven. De gemeente kan u ook een persoonsgebonden budget geven ter hoogte van de goedkoopst compenserende voorziening zodat u zelf bij kunt betalen aan de duurdere voorziening.

Primaten

Het kan ook zo zijn dat de gemeente primaten hanteert. Een van de meest voorkomende is het primaat van verhuizing. Uw gemeente kan dan besluiten dat verhuizen in uw situatie de goedkoopst passende oplossing is. U ontvangt dan geen voorziening voor de aanpassing van uw huidige woning, maar meestal een vergoeding voor uw verhuis- en eventueel inrichtingskosten. Legt de gemeente in uw situatie het primaat op? En wilt u niet verhuizen? Dan kan dat gevolgen hebben voor uw recht op een voorziening. De gemeente mag zelf bepalen of het primaat geldt en wat de gevolgen zijn als u vervolgens niet wilt verhuizen:

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

De gemeente kan in haar Wmo-verordening bepalen dat een bijdrage in de kosten wordt gevraagd. De gemeente kan de bijdrage vragen vanaf het moment dat u voor het eerst een voorziening krijgt, maar ook als u al een voorziening hebt. Bij het inkomen dat telt voor de bijdrage wordt een deel van uw vermogen opgeteld.

Een bijdrage in de kosten kan alleen van u gevraagd worden als u een voorziening in natura of een persoonsgebonden budget ontvangt.

Soorten bijdragen

Voor beschermd wonen gelden er twee soorten bijdragen in de kosten namelijk:

  1. Hoge bijdrage en;
  2. Lage bijdrage.

Hoge bijdrage

U moet een hoge bijdrage betalen als:

  • u ongehuwd bent en in een instelling voor beschermd wonen verblijft;
  • u gehuwd bent en u en uw partner beiden in een instelling voor beschermd wonen verblijven;
  • u gehuwd bent en uw echtgenoot een bijdrage voor verblijf in een Wlz-instelling betaalt.

De hoogte van uw bijdrage wordt als volgt berekend:

Uw inkomen van twee kalenderjaren geleden
- Verschuldigde belasting
- Premie zorgverzekering (excl. aanvullende verzekering) 
- Zak- en kleedgeld ingevolge de Participatiewet
- 15% inkomsten uit tegenwoordige arbeid, loondoorbetaling bij ziekte of Ziektewetuitkering 
- Aftrek (niet-)pensioengerechtigde leeftijd (bij ministriële regeling geregeld)
- Uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 of de Wet uitkeringen burgeroorlogsslachtoffers 1940-1945
+ 8% van de grondslag sparen en beleggen
= De te betalen hoge bijdrage (met een maximum van € 2.284,60 per maand)
 

Lage bijdrage

Deze bijdrage geldt alleen als u buiten de instelling voor beschermd wonen nog kosten hebt voor een huishouden. Bijvoorbeeld omdat het verblijf tijdelijk is, omdat u voor de kinderen moet zorgen, of omdat u een thuiswonende partner hebt.

Er zijn verschillende categorieën op basis waarvan gekeken wordt of u een lage bijdrage moet betalen en dat is als:

  1. u ongehuwd bent en in een instelling voor beschermd wonen verblijft;
  2. u gehuwd bent en u en uw partner beiden in een instelling voor beschermd wonen verblijven;
  3. u gehuwd bent en uw echtgenoot verblijft in een instelling voor beschermd wonen.

Optie 1 & 2

In de volgende situaties is de lage bijdrage verschuldigd:

  • u verblijft in een instelling voor beschermd wonen de eerste 6 maanden, tenzij het aansluit op verblijf langer dan zes maanden dat onder de zorgverzekering valt.
  • U betaalt, of u en uw echtgenoot betalen, het levensonderhoud van kinderen waarvoor een kinderbijslag wordt ontvangen of de kinderen krijgen studiefinanciering.

Deze lage bijdrage bedraagt per maand 12,5% van het inkomen, zoals beschreven bij de hoge bijdrage. De bijdrage bedraagt ten minste €158,60 en niet meer dan €832,60 per maand.

Optie 3

Deze bijdrage bedraagt per maand 1/12 van 12,5% van het inkomen zoals dat bij de hoge bijdrage wordt vastgesteld. Deze lage bijdrage geldt als:

  • U in een instelling voor beschermd wonen verblijft en uw echtgenoot geen maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget ontvangt;
  • U of uw echtgenoot in een instelling voor beschermd wonen verblijft en als uw echtgenoot een persoonsgebonden budget of een andere maatwerkvoorziening ontvangt;
  • U in een instelling voor beschermd wonen verblijft en uw echtgenoot zorg ontvangt als bedoeld in artikel 14 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ of een subsidie ontvangt als bedoeld in artikel 44, eerste lid, onderdeel b, van de AWBZ, maar u en uw echtgenoot hoeven de bijdrage samen maar één keer te betalen. 

Aan wie moet u betalen?

De bijdrage wordt vastgesteld en geïnd door het CAK Zie_wet. Nadat de gemeente aan het CAK heeft doorgegeven dat er een bijdrage op uw voorziening wordt geheven, heeft het CAK 2 jaar de tijd om de bijdrage vast te stellen Zie_wet.

Lees ook