Antwoord op

Bijstand & woonsituatie

De wijze waarop u woont is van belang voor uw recht op bijstand. Zo zal bijvoorbeeld het recht bij mensen die in een eigen woning wonen anders zijn dan het recht op bijstand voor mensen die in een inrichting verblijven.

Daarnaast is het van belang om te bekijken met wie u samenwoont. Ook dit kan van belang zijn voor uw bijstandsuitkering.

Over deze onderwerpen is in dit hoofdstuk de volgende informatie te vinden: 

Woont u samen of bent u getrouwd? Dan is dat van invloed op uw recht op en de hoogte van de bijstand. Ook stoppen met samenwonen kan gevolgen hebben voor de bijstand. Als u gaat samenwonen of stopt met samenwonen moet u dat melden aan de gemeente. 

Samenwonen of trouwen

Bent u alleenstaande (ouder), ontvangt u een bijstandsuitkering en bent u van plan binnenkort te gaan samenwonen of trouwen? Meld dit dan bij de gemeente. Heeft u als u gaat samenwonen of trouwen geen behoefte meer aan bijstand omdat uw nieuwe partner een inkomen heeft, dan kan de gemeente de bijstand beëindigen.

Blijft u met uw partner afhankelijk van een bijstandsuitkering dan moet u dat ook melden. U zult samen opnieuw een uitkering moeten aanvragen, waarbij zal worden gekeken naar het inkomen en vermogen van uw nieuwe partner.

Uw nieuwe partner heeft geen recht op bijstand

Ook als u denkt te weten dat uw nieuwe partner geen recht heeft op bijstand, bijvoorbeeld omdat deze een verblijfsvergunning heeft die misschien wordt ingetrokken als een beroep wordt gedaan op bijstand, moet u het samenwonen of trouwen melden. De gemeente zal zelf moeten nagaan of er (toch) recht bestaat op bijstand. Als u samenwoont of getrouwd bent moet u in elk geval samen een aanvraag indienen.

U gaat uit elkaar

U ontving samen bijstand

Als u uit elkaar gaat moet u dit onmiddellijk bij de gemeente melden. De hoogte van de bijstand moet dan namelijk worden aangepast. Ontving u samen bijstand naar de norm voor gehuwden, dan heeft u nu recht op bijstand naar de norm voor een alleenstaande (ouder). Ook de vermogensgrens moet opnieuw worden vastgesteld. Het vrijgelaten vermogen is voor samenwonenden/gehuwden/alleenstaande ouders groter dan dat voor de alleenstaande.

Bent u 21 jaar of ouder? En wonen er nog andere volwassenen van 21 jaar of ouder bij u in de woning? Dan bent u voor de bijstand een kostendeler. En die andere volwassenen zijn uw kostendelende huisgenoten. U kunt namelijk de kosten van het huishouden met hen delen.

Daarom krijgt u maar een deel van de maximale bijstand die voor uw leefsituatie geldt. Het deel dat u krijgt heet de kostendelersnorm. Hoeveel dat voor u precies is, hangt af van het aantal kostendelende huisgenoten. Hoe meer kostendelende huisgenoten, hoe lager uw uitkering wordt. Oftewel, hoe lager de kostendelersnorm.

De kostendelersnorm

In de tabel hieronder ziet u waar u recht op heeft bij verschillende aantallen kostendelers. Deze tabel eindigt bij vijf kostendelers. Maar de kostendelersnorm wordt ook bij meer kostendelers berekend.

Aantal kostendelers, uzelf meegerekend Deel van het maximale bijstandsbedrag dat voor u geldt: de kostendelersnorm
Eén 70%
Twee 50%
Drie 43,33%
Vier 40%

Vijf

38%

Wie tellen niet mee als kostendelende huisgenoot?

Sommige huisgenoten tellen niet mee als kostendelende huisgenoot. Dat zijn deze:

  • Huisgenoten die jonger zijn dan 21 jaar;
  • Uw partner (zie Gehuwd), als hij of zij ook een bijstandsuitkering nodig heeft;
  • Leerlingen en studenten (mbo, hbo of wo) die studiefinanciering krijgen;
  • Huisgenoten die huur betalen. Aan u of aan dezelfde huurbaas als u. Dus een huurder of bijvoorbeeld een kostganger.

Berekening kostendelersnorm

De kostendelersnorm berekent de gemeente zo:

(40% + A x 30%)

------------------ x B

          A

Dan is

A = het aantal kostendelende huisgenoten, uzelf en uw partner meegerekend.

B = het maximale bijstandsbedrag voor uw leefsituatie.

Voorbeeldberekening van het percentage voor de kostendelersnorm 

Hieronder is stapsgewijs uitgelegd hoe de kostendelersnorm berekend kan worden bij 3 kostendelers die allemaal 22 jaar oud zijn:

  1. Eerst vermenigvuldig je 30% met 3: 3 X 30 = 90.  De uitkomst is 90%.
  2. Dan tel je er 40 bij op: 40 + 90 = 130.  Dit is samen 130%
  3. Deze 130 deel je door 3, want A is 3: 130 : 3 = 43,3333   Afgerond is dit 43,33 %  
  4. Stel dat voor uw leefsituatie het maximale bijstandsbedrag geldt van € 1.389,57.
    Dan is B dus € 1.389,57. Als u twee kostendelende huisgenoten heeft, krijgt u daar 43,33% van:
  5. 43,33% van € 1.389,57 is: 0,4333 x € 1.389,57 = € 602,15.

Met twee kostendelende huisgenoten (in totaal drie kostendelers) krijgt u dus een uitkering van € 602,15.

Heeft een van uw kostendelende huisgenoten ook bijstand nodig? Dan krijgt deze huisgenoot ook 43,33% van het maximale bijstandsbedrag dat voor hem of haar geldt.

De wettelijke basis voor de kostendelersnorm staat in artikel 22a lid 1 Participatiewet. 

 

U kunt alleen kostganger of kostgever zijn als er sprake is van een commerciële relatie. De gemeente onderzoekt daarom of:

  • er een schriftelijke overeenkomst is tussen kostganger en kostgever en u kunt aantonen dat u daadwerkelijk kostgeld betaalt;
  • het kostgeld normaal is, dus niet veel te laag;
  • het kostgeld jaarlijks wordt verhoogd.

U moet op verzoek van het college de schriftelijke overeenkomst en de betaling van de commerciële prijs aantonen door het overleggen van het contract en van de bewijzen van betaling.

Vindt de gemeente dat er sprake is van een commerciële relatie en niet van (financiële) zorg? Dan is geen sprake van samenwonen. Dat betekent dat u en degene die in hetzelfde huis woont ieder apart recht op bijstand kunnen hebben.

Kostendelersnorm

Samenwonenden met een commerciële relatie, zoals bijvoorbeeld kostgevers, worden niet meegeteld bij de berekening van de kostendelersnorm.

De groep samenwonenden met een commerciële relatie wordt onderverdeeld in:

  1. personen die op basis van een commerciële relatie met u in dezelfde woning als u wonen, bijvoorbeeld de kostgever. Deze uitzondering geldt niet ten aanzien van een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad (kinderen, broers of zussen, ouders en grootouders). Met hen kan altijd kosten worden gedeeld. De relatie tussen bloed- of aanverwanten in de eerste of tweede graad kan dus nooit een zakelijke zijn; en
  2. personen die ook op basis van een commerciële relatie in dezelfde woning als u wonen, mits zij de overeenkomst hebben met dezelfde persoon als met wie u een schriftelijke overeenkomst hebt.

U bent kostgever: u hebt inkomsten uit kostgeld

Met een bijstandsuitkering mag u een kostganger in huis nemen. Uw inkomsten daaruit zijn van invloed op uw bijstandsuitkering. De kostendelersnorm is niet van toepassing als er een zakelijke relatie bestaat, maar de gemeente kan wel uw werkelijke inkomsten mindering brengen op uw uitkering. Uw gemeente houdt op de volgende manier rekening met uw inkomsten uit kostgeld.

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

Bent u kamerhuurder of kamerverhuurder? Dan moet er sprake zijn van een commerciële relatie. De gemeente onderzoekt of er een schriftelijke overeenkomst is tussen kamerhuurder en kamerverhuurder, of de huurprijs normaal is en periodiek wordt aangepast. Ook moet u kunnen aantonen dat er daadwerkelijk huur wordt betaald.

Is de gemeente van oordeel dat er sprake is van een commerciële relatie en niet van (financiële) zorg? Dan is er geen sprake van samenwonen. Dit betekent dat u en degene die ook in hetzelfde huis woont ieder apart recht op bijstand kunnen hebben als u aan de voorwaarden voldoet.

Kostendelersnorm

Samenwonenden met een zakelijke relatie, zoals bijvoorbeeld huurders en verhuurders, worden niet meegeteld bij de berekening van de Kostendelersnorm.

De groep samenwonenden met een zakelijke relatie wordt onderverdeeld in:

  1. personen die op basis van een zakelijke relatie met u in dezelfde woning als u wonen. Deze uitzondering geldt niet voor een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad (kinderen, broers of zussen, ouders en grootouders). Met hen kan altijd kosten worden gedeeld. De relatie tussen bloed- of aanverwanten in de eerste of tweede graad kan dus nooit een zakelijke zijn; en
  2. personen die ook op basis van een zakelijke relatie in dezelfde woning wonen en een commerciële relatie hebben met dezelfde persoon als u. 

U bent kamerverhuurder

Met een bijstandsuitkering mag u een kostganger in huis nemen. Uw inkomsten daaruit zijn van invloed op uw bijstandsuitkering. De kostendelersnorm is niet van toepassing als er een zakelijke relatie bestaat, maar de gemeente kan wel uw werkelijke inkomsten mindering brengen op uw uitkering. Uw gemeente houdt op de volgende manier rekening met uw inkomsten uit kostgeld:

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

Als dak- of thuisloze kunt u recht hebben op een bijstandsuitkering. Er zijn wel een aantal speciale regels van toepassing. Hierna wordt behandeld:

Uw situatie: wel of niet ingeschreven in BRP

Bent u dak- of thuisloos en wilt u een bijstandsuitkering aanvragen? Dan is het van belang of u bent ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP). Als u bent ingeschreven, kunt u recht hebben op een 'gewone' bijstandsuitkering in de gemeente waar u daadwerkelijk verblijft.

Bent u niet ingeschreven in de BRP? Dan kunt u recht hebben op een bijstandsuitkering van een van de centrumgemeenten:

AlkmaarBergen op Zoom Dordrecht Heerlen Oss Vlissingen 
AlmeloBreda Ede Helmond Purmerend Zaanstad 
AlmereDelft Eindhoven Hilversum Rotterdam Zwolle 
AmersfoortDen Bosch Emmen Hoorn Spijkenisse 
AmsterdamDen Haag Enschede Leeuwarden Tilburg 
ApeldoornDen Helder Gouda Leiden Utrecht 
ArnhemDeventer Groningen Maastricht Venlo 
AssenDoetinchem Haarlem Nijmegen Vlaardingen 

Hoogte van de bijstandsuitkering

De hoogte van de uitkering van dak- en thuislozen is in principe gelijk aan die van anderen. In uw situatie kan uw uitkering worden verlaagd, als u geen woonkosten voor nachtopvang hebt. De gemeente kan daarnaast besluiten dat u een uitkering in natura krijgt. Dat wil zeggen dat u goederen of een slaapplaats krijgt in plaats van geld. Ook kan uw bijstand wekelijks (eventueel contant) worden uitbetaald in plaats van maandelijks.

Verplichtingen verbonden aan de uitkering

Ontvangt u een bijstandsuitkering? Dan moet u zich houden aan een aantal verplichtingen. In uw situatie kunt u te maken krijgen met een aantal speciale verplichtingen. U kunt denken aan:

Uw situatieSpeciale verplichting die kan worden opgelegd
U bent verslaafd.Meewerken aan een medische behandeling
U heeft schulden.
Meewerken aan schuldhulpverlening 
U kunt de bijstand volgens de gemeente zelf niet verantwoord besteden.Bijstand laten uitbetalen aan derden.
U bent niet-ingeschreven in de BRP.U moet staan ingeschreven in de Basisregistratie Personen van een van de centrumgemeenten en gebruik maken van het door die gemeente aangewezen briefadres
 

Wordt u opgenomen in een ziekenhuis of inrichting? Dan kan de hoogte van uw bijstandsuitkering worden aangepast. U bent verplicht om een opname in een ziekenhuis of instelling aan de  gemeente te melden.

Situatie a: U hebt al bijstand 

Als u al een bijstandsuitkering ontvangt en in een inrichting wordt opgenomen, heeft dat gevolgen voor uw recht op bijstand en de hoogte van de bijstand. De gemeente kan hebben bepaald dat uw eerdere bijstandsuitkering nog een tijdje blijft doorlopen:

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

Situatie b: U hebt nog geen bijstand

Hebt u nog geen bijstand en verblijft u in een inrichting? Dan is uw leeftijd van belang voor de vraag of u recht op bijstand hebt en hoe hoog deze bijstand is.

1. U bent jonger dan 21 jaar

Bent u jonger dan 21 jaar? Dan hebt u geen recht op bijstand als u in een inrichting verblijft. In principe zijn uw ouders verplicht bij te dragen in de kosten van uw levensonderhoud tot dat u 21 jaar bent. Voor zak- en kleedgeld moet u dan ook een beroep doen op uw ouders. Als uw ouders niet kunnen bijdragen in deze kosten, bijvoorbeeld omdat zij zelf een bijstandsuitkering hebben, dan kunt u recht hebben op  bijzondere bijstand. 

2. U bent 21 jaar of ouder en hebt de pensioengerechtigde leeftijd nog niet bereikt

Bent u 21 jaar of ouder maar hebt u de pensioengerechtigde leeftijd nog niet bereikt? Dan hebt u in principe recht op een bijstandsuitkering als u aan de voorwaarden voldoet.

De bijstandsuitkering is wel lager dan voor iemand die niet in een inrichting verblijft:

U verblijft in een inrichting
inclusief verhoging
Bedrag per maand zonder vakantiegeld Bedrag per maand met vakantiegeld

U bent alleenstaande of alleenstaande ouder

€ 333,78 € 351,35
U bent gehuwd en verblijft beiden in een inrichting  € 542,30 € 570,84

Als een van de gehuwden in een inrichting verblijft, is de norm de som van de normen die voor ieder van hen als alleenstaande of alleenstaande ouder zouden gelden. Dit betekent dat de bijstandsuitkering in dat geval is opgebouwd uit:

  1. de norm voor een alleenstaande (ouder) buiten een inrichting (een en ander is afhankelijk van de leeftijd van uw echtgenoot); en
  2. de norm voor een alleenstaande die in een inrichting verblijft (dus € 312,35).

3. U bent pensioengerechtigd

Bent u pensioengerechtigd? Dan gelden voor u in principe dezelfde bedragen als voor mensen van 21 jaar en ouder. Maar in de meeste situaties zal uw AOW-uitkering hoger zijn dan het bedrag aan bijstand waar u recht op kunt hebben. U zult dus niet snel recht op bijstand hebben. Als uw AOW-uitkering en pensioen lager zijn dan de bijstand, kunt u recht hebben op aanvullende bijstand tot maximaal de bedragen zoals genoemd in de bovenstaande tabel.

Bijzondere bijstand  

Bent u alleenstaande (ouder)? Dan kan de gemeente hebben bepaald dat u ook recht kunt hebben op bijzondere bijstand voor de vaste lasten van uw woning tijdens uw verblijf in de inrichting en zo ja, onder welke voorwaarden.

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

Bent u gedetineerd? Dan hebt u in principe geen recht op een bijstandsuitkering. Dat geldt ook als u eigenlijk in detentie zou moeten verblijven, maar dat niet doet. Op grond van de inlichtingenplicht bent u verplicht aan de gemeente te melden dat u gedetineerd wordt of bent.

Wel/geen recht op een bijstandsuitkering: 

Geen recht op bijstand tijdens detentie Wel mogelijk recht op bijstand ondanks detentie Bijzondere situaties

Met detentie wordt het volgende bedoeld:

  1. Gevangenisstraf;
  2. Voorlopige hechtenis;
  3. TBS met dwangverpleging;
  4. Uitleveringsdetentie;
  5. Gijzeling als gevolg van het niet nakomen van een wettelijke verplichting;
  6. Vreemdelingenbewaring;
  7. Detentie in het buitenland

Let op: ook tijdens kortdurend verlof (bijv. weekendverlof) hebt u geen recht op bijstand!

U zit in de laatste fase van de detentie:

  1. U hebt proefverlof
  2. U neemt deel aan een penitentiair dagprogramma, zoals:
    1. dagdetentie
    2. elektronisch toezicht
    3. elektronische detentie
  3. programma in het kader van de Strafrechtelijke Opvang Verslaafden (SOV)
 
Is uw straf (langdurig) onderbroken of vervult u een alternatieve straf of taakstraf? Dan is er geen sprake van detentie en kunt u recht op bijstand hebben.


Bijzondere bijstand voor het aanhouden van uw woning

Bent u gedetineerd? Dan hebt u in principe geen recht op bijstand voor de kosten van het aanhouden van woonruimte tijdens uw detentie. Klik hier voor meer informatie.

Uw partner is gedetineerd

Is uw partner gedetineerd? Dan heeft hij/zij in principe geen recht op bijstand. U kunt wel recht op bijstand hebben als u aan alle voorwaarden voldoet. De hoogte van de uitkering is afhankelijk van uw leeftijd en uw woonsituatie. U krijgt dan een bijstandsuitkering van 50% van de gehuwdennorm. Heeft uw gedetineerde partner inkomsten? Dan worden deze inkomsten gekort voor zover ze met de bijstand boven de gehuwdennorm uitkomen. Daarnaast kunt u recht hebben op bijzondere bijstand voor reiskosten in verband met het bezoek aan het gezinslid.

Uw vader of moeder is gedetineerd

Bent u jonger dan 18 jaar? Dan zijn uw ouders nog financieel verantwoordelijk voor u. U hebt dan in principe geen recht op bijstand. U kunt wel recht op bijstand hebben als u maar één ouder hebt en deze ouder gedetineerd is of als allebei uw ouders gedetineerd zijn. De gemeente zal dan kijken naar uw (thuis)situatie, de eventuele plaatsing in een pleeggezin en naar uw leeftijd. Daarnaast kunt u recht hebben op bijzondere bijstand voor reiskosten in verband met het bezoek aan uw ouder(s).

Als u en/of iemand uit uw gezin eigenaar is van een woning en u kunt niet in uw levensonderhoud voorzien, dan kunt u recht hebben op een bijstandsuitkering. Van belang is dat u aan de voorwaarden voldoet. Een van deze voorwaarden is dat u niet te veel vermogen mag hebben. Een eigen huis wordt beschouwd als een onderdeel van uw vermogen. Uw gemeente zal dan ook beoordelen hoeveel vermogen er in uw woning zit. De gemeente kijkt hierbij naar de overwaarde van uw huis.

U heeft een huis maar u of uw gezin woont er niet zelf in

In dat geval heeft u in principe geen recht op bijstand als de overwaarde in het huis hoger is dan het gewone vrij te laten vermogen. 

U en uw partner hebben een woning die is getaxeerd op € 180.000. Uw hypotheek bedraagt nog € 120.000. Het bedrag aan eigen vermogen in het huis is in dat geval € 60.000 (namelijk € 180.000 minus € 120.000).  Het vermogen dat meer bedraagt dan het zogenaamde vrij te laten vermogen (€ 49.900) is € 10.100. U en uw man vragen een bijstandsuitkering aan, omdat u beiden uw baan bent kwijtgeraakt.

De bijstandsuitkering wordt nu aan u geleend tot een bedrag van € 10.100 (€ 60.000 minus € 49.900). Als u na verloop van tijd in het totaal  € 10.100 aan leenbijstand hebt ontvangen en u en uw partner hebben daarna nog steeds recht op bijstand, dan hebt u daarna recht op een bijstandsuitkering om niet, dat wil zeggen dat u de bijstand die u daarna ontvangt niet hoeft terug te betalen.

Gaat u verhuizen? Dan moet u dit altijd melden aan de gemeente. In eerste instantie moet u in de basisregistratie personen (BRP) uw adres laten wijzigen. U kunt hiervoor terecht bij de burgerlijke stand van de gemeente. U moet een verhuizing ook melden bij Sociale Zaken via een inlichtingen- of mutatieformulier.  

Een verhuizing kan verschillende gevolgen hebben voor uw recht op bijstand. De gevolgen zijn afhankelijk van uw situatie:

Uw situatieGevolgen 
U verhuist binnen de gemeente.Over het algemeen zijn er geen gevolgen.
Verhuist u vanwege een verandering in uw leefsituatie, zoals een echtscheiding? Dan kan dat gevolgen hebben voor uw recht op bijstand. 
U verhuist buiten de gemeente.

De bijstandsuitkering zal worden beëindigd. In uw nieuwe gemeente kunt u wel opnieuw een bijstandsuitkering aanvragen. Verhuist u binnenkort naar een andere gemeente? Dan moet u de bijstand toch nog aanvragen in de plaats waar u nu (nog) woont. Pas op het moment dat u echt in de nieuwe woning woont, moet de bijstand worden aangevraagd in uw nieuwe woonplaats.

U verhuist naar het buitenland.De bijstandsuitkering zal worden beëindigd. U moet immers in Nederland wonen of verblijven om recht te hebben op een bijstandsuitkering.
Verhuizing vanwege echtscheiding of niet langer samenwonen

Uw woon- en leefsituatie verandert. Dat kan van invloed zijn op uw recht op een bijstandsuitkering. Zie:

Verhuizing vanwege samenwonen met een partner of iemand anders
Verhuizing vanuit een asielzoekerscentrum (AZC) 

Had u nog geen recht op een bijstandsuitkering? Dan kunt u na de verhuizing wel recht hebben op een bijstandsuitkering. U moet dan aan de voorwaarden voldoen.

Ontving u al een (gedeeltelijke) bijstandsuitkering in het asielzoekerscentrum? Dan kan de verandering van uw woonsituatie van invloed zijn op uw recht op bijstand. Zie:  “Vreemdelingen en asielzoekers”. 

Verhuizing vanuit het ouderlijk huis Deze verhuizing kan gevolgen hebben voor uw recht op een bijstandsuitkering. Mogelijk hebt u na de verhuizing recht op (meer) bijstand. Ook kan uw verhuizing van invloed zijn op de bijstanduitkering van het gezin dat u verlaat. Zie: “Uw kind verhuist”. 
Op kamers vanwege een studie Deze verhuizing kan gevolgen hebben voor uw recht op een bijstandsuitkering. Zie: “U studeert”. Ook kan uw verhuizing van invloed zijn op de bijstanduitkering van het gezin dat u verlaat.
Verhuizing naar een inrichting of instelling 

Voor mensen die in een inrichting of instelling verblijven gelden andere bedragen voor de bijstandsuitkering.

Brengt u gedurende een half jaar de meeste nachten door in de inrichting? Dan moet u uw adres in de basisregistratie personen (BRP) laten wijzigen in het adres van de inrichting. Voor uw privacy kunt u er ook voor kiezen om een briefadres door te geven aan de burgerlijke stand van de gemeente. 

Verhuizing vanuit een inrichting of instelling naar een reguliere woning Deze verhuizing is van invloed op uw recht op bijstand. Na de verhuizing gelden de reguliere regels. Zie: “Hoogte en betaling”. 
Verhuizing naar een aangepaste woning binnen de gemeente Moet u door uw handicap in een aangepaste woning gaan wonen? Dan heeft dat in principe geen invloed op uw recht op bijstand. U kunt mogelijk wel in aanmerking komen voor een vergoeding van de verhuiskosten op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
U bent verplicht te verhuizen.
Soms verplicht de gemeente of iemand anders u om te verhuizen. Meestal heeft deze verplichte verhuizing geen invloed op uw recht op bijstand. U kunt bijvoorbeeld verplicht worden te verhuizen als u een woonkostentoeslag ontvangt.

Bijzondere bijstand voor verhuiskosten

Soms maakt u door uw verhuizing bijzondere kosten, zoals voor verf, gordijnen, administratiekosten voor de huurvereniging of vervoer van uw spullen. U kunt recht hebben op bijzondere bijstand voor deze kosten als u aan alle voorwaarden voldoet.

Verhuist uw kind? Dan heeft dat mogelijk gevolgen voor uw recht op bijstand.

Verhuizing minderjarig kind

Als een minderjarig kind verhuist, kan dat gevolgen hebben voor de bijstand. Hebt u ook nog een partner? Dan zal er niets veranderen, behalve als u en uw partner 18 tot 20 jaar zijn.
Hebt u geen partner en wordt u gezien als een alleenstaande ouder? Dan kan de verhuizing wel gevolgen hebben voor het recht op bijstand. Of de verhuizing gevolgen heeft voor uw bijstandsuitkering is afhankelijk van het feit of u nog kinderbijslag voor uw kind kunt ontvangen of niet: 

Wel kinderbijslag: geen wijziging recht op bijstand

Kunt u (nog) kinderbijslag ontvangen na de verhuizing van uw (enige) kind? Dan zal uw recht op bijstand in principe niet wijzigen. Het is wel van belang dat u uw kind voor het grootste gedeelte financieel blijft onderhouden, omdat u anders uw recht op kinderbijslag verliest.
De Sociale Verzekeringsbank (SVB) geeft meer informatie over uw recht op kinderbijslag. Ook kijkt de gemeente naar de mate waarin u nog zorgt voor uw kind.

Wanneer uw kind niet (voldoende) naar school gaat, u daardoor geen kinderbijslag meer ontvangt en hij thuis blijft wonen, is uw kind voor de bijstand wel nog steeds ten laste komend. Uw bijstand blijft gelijk.

Geen kinderbijslag: wijziging recht op bijstand

Bent u alleenstaande ouder en verliest u het recht op kinderbijslag voor uw enige kind? Dan wordt u beschouwd als alleenstaande. De hoogte van uw uitkering zal hetzelfde blijven. De norm voor een alleenstaande is namelijk hetzelfde als de norm voor een alleenstaande ouder.

Naast een lagere uitkering kan de verhuizing van uw (enige) kind de volgende gevolgen hebben:

  • alleenstaanden mogen minder vermogen hebben;
  • was u vrijgesteld van de arbeidsplicht vanwege de zorg voor uw kind? Dan kan deze vrijstelling komen te vervallen en moet u vanaf de datum van verhuizing weer voldoen aan de arbeidsplicht.

Krijgt u een lagere uitkering doordat uw (enige) kind verhuist? Dan kunt u mogelijk recht hebben op bijzondere bijstand om de terugval in uw inkomen op te vangen.

Uw kind verhuist naar het buitenland

Verhuist uw kind naar het buitenland? Dan wordt dit voor de uitvoering van de bijstand niet geteld als een ten laste komend kind. Het maakt niet uit of u uw kind financieel onderhoudt of dat u nog kinderbijslag ontvangt. Als u alleenstaande ouder was wordt u na de verhuizing van het kind naar het buitenland beschouwd als alleenstaande. De hoogte van uw uitkering zal hetzelfde blijven. De norm voor een alleenstaande is namelijk hetzelfde als de norm voor een alleenstaande ouder.

Lees ook