Antwoord op

Bijstand & financiële situatie

Uw financiele situatie is van belang voor uw recht op bijstand. Zo kunnen uw bezittingen en schulden van invloed zijn op uw bijstandsuitkering. Daarnaast kan het zo zijn dat u beschikkingsonbevoegd bent verklaard. Het kan zo zijn dat de rechter iemand heeft aangesteld om uw financien te beheren. Meer informatie daarover komt ook aan bod in deze paragraaf.

Hebt u schulden? Misschien kunt u in aanmerking komen voor deelname aan schuldhulpverlening. Zie hiervoor het onderwerp Schulden

Schulden en uw vermogen

Hebt u schulden op het moment dat u een bijstandsuitkering aanvraagt? Dan tellen deze schulden mee voor het bepalen van de hoogte van uw vermogen. Als u meer vermogen hebt dan toegestaan is, dan hebt u geen recht op een bijstandsuitkering. De gemeente houdt alleen rekening met schulden:

  • die u aangetoond hebt; en
  • die u ook echt moet terugbetalen

U kunt schulden aantonen door bijvoorbeeld een overeenkomst of een akte van schuldbekentenis.

Studieschulden WSF 2000

De gemeente hoeft geen rekening te houden met studieschulden in het kader van de WSF 2000 (en de WSF 18+).

Schulden aan familieleden

De gemeente houdt alleen rekening met een schuld aan een familielid als u aantoont dat u de schuld ook echt moet terugbetalen. Is alleen bepaald dat u de schuld moet terugbetalen “zodra u daartoe in staat bent”? Dan is het onzeker of u de schuld echt moet terugbetalen. In dat geval hoeft de gemeente geen rekening te houden met die schuld.

Beslag op uw uitkering of vakantiegeld

Hebt u schulden die u niet terugbetaalt of aflost? Dan kunnen uw schuldeiser(s) beslag laten leggen op uw bijstandsuitkering. De gemeente betaalt dan een gedeelte van uw uitkering niet uit aan u, maar rechtstreeks aan uw schuldeiser(s). Er kan niet alleen beslag worden gelegd op uw bijstandsuitkering, maar ook op uw vakantiegeld.

Een auto, motor of caravan zijn voorbeelden van bezittingen waar de gemeente rekening mee kan houden bij het bepalen van de waarde van uw bezittingen en daarmee de hoogte van uw vermogen. Zie verder “Uw vermogen is niet hoger dan toegestaan”.

De gemeente kan zelf bepalen of zij wel of geen rekening houdt met een auto, motor of caravan van een bepaalde waarde. Ook kan de gemeente zelf bepalen hoe zij de waarde van een auto, motor of caravan vaststelt:

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

Om recht te hebben op bijstand is het belangrijk dat u (en uw gezin) niet te veel vermogen hebt. Als u meer vermogen hebt dan is toegestaan, dan hebt u geen recht op bijstand. Ook tijdens de bijstand bekijkt de gemeente of u niet te veel vermogen hebt. Een erfenis is vermogen waar de gemeente rekening mee houdt. U moet het ontvangen van een erfenis melden op grond van uw inlichtingenplicht.

Een erfenis kan gevolgen hebben voor uw recht op bijstand. Hierna wordt ingegaan op de volgende situaties:

 Uw situatieGevolgen 
Voordat u bijstand aanvroeg, hebt u een erfenis ontvangenHet geld dat u hebt gekregen en op uw bankrekening hebt staan, telt mee bij de vaststelling van de hoogte van uw vermogen. Als u het geld (bijna) helemaal hebt opgemaakt, dan zal de gemeente bekijken of u de erfenis niet te snel hebt opgemaakt
U ontvangt een erfenis tijdens de bijstand Als u door het ontvangen van de erfenis meer vermogen hebt dan in de bijstand is toegestaan (zie verder “Uw vermogen is niet hoger dan toegestaan”), dan kan de gemeente uw bijstandsuitkering beëindigen.
U hebt recht op een erfenis, maar wijst deze af De gemeente kan oordelen dat u hierdoor een onnodig beroep op bijstand blijft doen. Dit kan gevolgen hebben voor uw bijstandsuitkering. Als u een erfenis hebt ontvangen, dan kan de gemeente u verplichten om uw aandeel te gelde te maken..
Tijdens de bijstand had u recht op een erfenis, maar u krijgt deze later uitbetaaldDe gemeente kan (een gedeelte van) uw bijstandsuitkering terugvorderen..
U hebt bijstand aangevraagd, maar verwacht binnenkort een erfenis te krijgenDe gemeente kan uw bijstandsuitkering als geldlening verstrekken].

Als een gezinslid overlijdt en u daardoor niet meer kunt voorzien in uw levensonderhoud kunt u recht hebben op een bijstandsuitkering. U moet dan wel voldoen aan de voorwaarden voor algemene bijstand.

Had u al een bijstandsuitkering? Dan kan de hoogte van de bijstand veranderen, omdat vanaf de dag na het overlijden geen recht meer bestaat op bijstand voor de overledene. Om die abrupte overgang in inkomsten iets te verzachten, kunt u recht hebben op een overlijdensuitkering. Voor de kosten van een begrafenis of crematie kunt u recht hebben op bijzondere bijstand.

Overlijdensuitkering: voor wie?

Als u al een bijstandsuitkering had, kunt u na het overlijden van een gezinslid recht hebben op een overlijdensuitkering:

De overledene wasNabestaande(n) met recht op een overlijdensuitkering
Uw partner

De achterblijvende partner
Alleenstaande ouder

De ten laste komende kinderen

Het laatste ten laste komende kind van twee gehuwden. Een of beide gehuwden is/zijn 18, 19 of 20 jaar.

De gehuwden

Hoogte en duur van de overlijdensuitkering

De overlijdensuitkering wordt uitbetaald tot en met één maand na de dag van het overlijden. De overlijdensuitkering is maximaal zo hoog als de bijstand die het gezin van de overledene ontving vóór het overlijden. De overlijdensuitkering wordt verminderd met eventuele inkomsten van de nabestaande(n), zoals loon, een ANW-uitkering of een (overlijdens)uitkering van een (pensioen)verzekeraar. 

Situatie na de overlijdensuitkering

Na de maand waarin u recht kunt hebben op een overlijdensuitkering beoordeelt de gemeente of u als nabestaande(n) voldoet aan de voorwaarden voor recht op bijstand. Het is mogelijk dat u geen recht (meer) hebt op bijstand omdat u recht hebt op een andere uitkering of regeling, zoals een ANW-uitkering of een (overlijdens)uitkering van een (pensioen)verzekeraar. Hebt u nog steeds recht op bijstand? Dan wordt de hoogte van de uitkering aangepast aan uw nieuwe situatie.

Een gift kunt u krijgen van een persoon of een instantie. De gift kan iets eenmaligs zijn, maar kan ook vaker terugkeren. U kunt denken aan een eenmalige uitkering van een armoedefonds of aan een extraatje dat u af en toe van een familielid krijgt. In principe geldt dat al uw inkomsten in mindering worden gebracht op uw bijstandsuitkering. U moet het ontvangen van een gift melden bij de gemeente.

Voor giften kan de gemeente een uitzondering maken. Zij zal dan wel bekijken of u door de gift niet te veel of te luxe dingen kunt kopen in vergelijk met andere mensen met een bijstandsuitkering. Ook kan de gemeente kijken naar de bestemming van de gift: als uw gift voor levensonderhoud bedoeld is, dan kan de gift op uw uitkering in mindering worden gebracht. Uw bijstandsuitkering is immers ook bedoeld voor uw levensonderhoud. Verder is van belang dat aan de gift geen verplichtingen mogen zitten.

Voorbeeld 1
U krijgt een gift van € 500,00 uit het armoedefonds voor de aanschaf van een computer. De gemeente kan bepalen dat deze gift niet in mindering wordt gebracht op uw uitkering. 
Voorbeeld 2
U krijgt een gift van € 10.000,00 van uw tante om een wereldreis te kunnen maken. De gemeente kan bepalen dat de gift te hoog is, omdat andere mensen met een bijstandsuitkering ook geen wereldreis kunnen maken. De gift wordt op uw uitkering in mindering gebracht. 

Schadevergoedingen en recht op bijstand

Schadevergoedingen worden niet automatisch vrijgelaten. De gemeente mag bepalen dat zeer hoge schadevergoedingen niet passen bij het idee dat een bijstandsuitkering een laatste vangnet is. Uw schadevergoeding kan dan in mindering worden gebracht op uw uitkering. Bepaalde vergoedingen worden wel automatisch vrijgelaten. Vraag meer informatie bij de gemeente. U moet het ontvangen van een schadevergoeding melden bij de gemeente.

Soms krijgt u een schadevergoeding (smartengeld) van een rechter toegewezen. Het feit dat de schadevergoeding door een rechter is toegewezen betekent niet automatisch dat de schadevergoeding niet in mindering wordt gebracht op uw bijstandsuitkering. Als een deel van de schadevergoeding is bedoeld voor uw levensonderhoud, dan kan de gemeente bepalen dat een deel van uw schadevergoeding in mindering wordt gebracht op uw bijstandsuitkering. De gemeente mag ook andere redenen hebben om de schadevergoeding op uw uitkering in mindering te brengen. U moet dan wel daadwerkelijk over de schadevergoeding kunnen beschikken.

Sparen of beleggen van de gift of schadevergoeding

De gemeente kan bepalen dat de gift of de schadevergoeding niet in mindering wordt gebracht op uw bijstandsuitkering. Als u deze gift of schadevergoeding gaat beleggen, dan mag de gemeente de opbrengst van de belegging wel in mindering brengen op uw bijstandsuitkering. Hetzelfde geldt voor de rente die u ontvangt als u het geld op een spaarrekening zet.

Wat de gemeente heeft bepaald

De gemeente heeft het volgende bepaald over het in mindering brengen van schadevergoedingen en giften:

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

De gemeente stelt bij aanvang van de bijstand vast of u niet te veel vermogen heeft. Als uw vermogen wijzigt, dan bent u verplicht om dit aan de gemeente te melden. Tijdens de periode dat u bijstand hebt, zal de gemeente eveneens door (her)onderzoeken controleren of uw vermogen is gewijzigd. Als dat het geval is dan moet de gemeente bepalen of u nog steeds recht heeft op bijstand.

Vaststellen vermogen

De gemeente bekijkt de hoogte van uw vermogen zoals dit door haar was vastgesteld. Vermogen dat er daarna is bijgekomen, wordt bij dat bedrag opgeteld, óók als u uw oorspronkelijke vermogen al geheel of gedeeltelijk heeft opgemaakt of als u schulden gemaakt heeft.

Voorbeeld

Stel u hebt geen partner en geen kinderen jonger dan 18 jaar. U ontvangt bijstand vanaf 1 maart 2016. U mocht op dat moment maximaal € 5.920,00 aan vermogen hebben. Bij aanvang van de bijstand was vastgesteld dat u vermogen had. U had namelijk € 5.500,00 op uw spaarrekening staan en een lening van € 2.000. Daardoor is vastgesteld dat u tijdens de bijstandsuitkering nog € 2.420 aan vermogen mocht ontvangen. We noemen dit 'het resterend vrij te laten vermogen'.

In juni 2016 schenkt uw oma u € 5.000. Het resterend vrij te laten vermogen bedroeg € 2.420, zodat de grens van het vrij te laten vermogen door de schenking is overstegen. De gemeente dient het recht op bijstand dan in te trekken. U zult moeten 'interen' op het vermogen. Als u daarna weer bijstand aanvraagt zal de gemeente beoordelen of u het vermogen verantwoord heeft ingeteerd. 

Uitzondering: sparen tijdens de bijstand

De gemeente houdt geen rekening met geld dat u spaart van uw bijstandsuitkering, óók niet als u hierdoor meer vermogen heeft dan het voor u geldende maximum. Er wordt van u in principe verwacht dat u geld reserveert van de bijstand, bijvoorbeeld voor de aanschaf van een nieuwe wasmachine.

Als u meerderjarig bent en door uw lichamelijke of geestelijke toestand (tijdelijk) niet meer in staat bent om uw eigen financiële belangen te behartigen, dan kan de kantonrechter bepalen dat uw goederen (gedeeltelijk) onder bewind gesteld worden. Dit houdt in dat u zelf niet meer mag beslissen over de goederen die onder het bewind vallen. Dat doet de bewindvoerder voor u. U kunt ook een bewindvoerder hebben als u in een WSNP-traject zit.

Gevolgen voor uw aanvraag

Als u een bewindvoerder hebt, dan moet u uw bijstandsuitkering aanvragen in de gemeente waar u zelf woont. U hoeft dit dus niet aan te vragen in de woonplaats van uw bewindvoerder. Als uw bewindvoerder namens u bijstand gaat aanvragen dan moet hij dat doen in de gemeente waar u woont. U zult de bewindvoerder in deze situatie wel moeten machtigen om namens u bijstand aan te mogen vragen. Zie verder.

Gevolgen voor de betaling van uw uitkering

Of de bewindvoering gevolgen heeft voor de betaling van uw bijstandsuitkering, is afhankelijk van welke goederen onder het bewind vallen.
Als uw bijstandsuitkering ook onder het bewind valt, dan wordt deze uitbetaald aan uw bewindvoerder.
Als uw bijstandsuitkering niet onder het bewind valt, dan wordt deze gewoon aan u uitbetaald.
Als de gemeente werkt met een maandelijks inlichtingenformulier, dan blijft u echter altijd zelf verantwoordelijk voor het invullen en ondertekenen ervan..

Als u meerderjarig bent en door uw lichamelijke of geestelijke toestand uw persoonlijke belangen niet of niet voldoende kunt behartigen, kan de rechtbank een mentor voor u benoemen. Persoonlijke belangen zijn belangen die niet met geld of goederen te maken hebben. U kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan beslissingen over verzorging of verpleging voor psychiatrische patiënten.

Heeft u een mentor? Dan kunt u nog altijd zelf een bijstandsuitkering aanvragen in de gemeente waar u woont. Uw mentor kan ook een bijstandsuitkering voor u aanvragen, maar dan moet u uw mentor wel machtigen. De mentor moet de bijstand namens u aanvragen in de gemeente waar u woont.

Als u een mentor heeft, wordt uw bijstandsuitkering gewoon aan u zelf uitbetaald.

Als u meerderjarig bent en door een geestelijke stoornis niet of moeilijk uw belangen kunt behartigen, dan kan de rechtbank u onder curatele stellen. Dit kan ook als er sprake is van:

  • verkwisting;
  • als er sprake is van drankmisbruik dat leidt tot het niet goed waarnemen van uw eigen belangen;
  • aanstoot geven in het openbaar;
  • het in gevaar brengen van uw eigen veiligheid of de veiligheid van anderen.

U kunt ook een faillissementscurator hebben.

Gevolgen voor uw aanvraag

Als u onder curatele gesteld bent, dan moet uw curator uw bijstandsuitkering aanvragen in de gemeente waar u zelf woont. U hoeft dus niet aan te vragen in de woonplaats van uw curator. U hoeft de curator niet te machtigen om namens u bijstand aan te mogen vragen, tenzij het gaat om een faillisementscurator. Die moet u wel machtigen. Zie verder:.

Gevolgen voor de betaling van uw uitkering

Als u onder curatele staat, dan wordt uw bijstandsuitkering uitbetaald aan uw curator.

Als uw inwonende kind inkomsten heeft door bijvoorbeeld vakantiewerk, weekendwerk of een bijbaantje is dat in veel gevallen niet van invloed op de bijstandsuitkering van de ouders, maar dat kan in sommige gevallen wel. Onder meer de inkomstenvrijlating en het recht op kinderbijslag is hiervoor van belang. 

Uw kind is jonger dan 16 jaar

Voor kinderen jonger dan 16 jaar geldt dat zij in principe onbeperkt mogen bijverdienen zonder dat u uw recht op kinderbijslag verliest. Dit betekent dat de inkomsten van uw kind(eren) jonger dan 16 jaar geen invloed hebben op uw bijstandsuitkering. Voor bijzondere bijstand kunnen andere regels gelden. De gemeente mag hierover zelf regels opstellen.

Uw kind is 16 of ouder 

In de Participatiewet worden de inkomsten van minderjarige kinderen vrijgelaten. Dit heeft tot gevolg dat de inkomsten van het ten laste komend kind in beginsel niet worden gekort op bijstandsuitkering van de ouders. Op dit kind is bovendien de kostendelersnorm niet van toepassing. 

Inkomsten anders dan uit arbeid (bijvoorbeeld rente) en vermogen van ten laste komende kinderen tellen altijd mee bij de vaststelling van de middelen van de ouders (tenzij er daarvoor een andere specifieke vrijlating geldt).

Lees ook