Antwoord op

Begrippen

Hierna worden de volgende begrippen beschreven:

Het niet nakomen van uw verplichtingen kan tevens een strafbaar feit opleveren, zoals  bij fraude of mishandeling. In die gevallen kan de gemeente aangifte doen bij het Openbaar Ministerie (OM).

Alimentatie is een geldbedrag dat na het beëindigen van een huwelijk of geregistreerd partnerschap wordt betaald of ontvangen. Het bedrag dient als bijdrage in de kosten van uw levensonderhoud. Er bestaan twee soorten alimentatie:

  • Partneralimentatie
    Bent u getrouwd of hebt u een geregistreerd partnerschap? Dan bent u verplicht om ook financieel voor elkaar te zorgen. Deze verplichting blijft ook na beëindiging van het huwelijk of geregistreerd partnerschap bestaan. Als één van beide ex-partners onvoldoende inkomsten heeft om in het eigen levensonderhoud te voorzien, dan moet de ander in principe alimentatie betalen. De alimentatieplicht eindigt:
    • na een periode die gelijk is aan de duur van het huwelijk of het geregistreerd partnerschap, als dit korter heeft geduurd dan 5 jaar en er geen kinderen uit deze relatie zijn geboren;
    • 12 jaar nadat de echtscheiding is ingeschreven als er uit het huwelijk of geregistreerd partnerschap een of meer kinderen zijn geboren of als het huwelijk of geregistreerd partnerschap kinderloos is gebleven maar 5 jaar of langer heeft geduurd;
    • op het moment waarop degene die alimentatie ontvangt, hertrouwt of een geregistreerd partnerschap aangaat of gaat samenwonen met een nieuwe partner op een manier alsof ze getrouwd zijn.
  • Kinderalimentatie
    Ouders hebben de plicht om de kosten van levensonderhoud voor hun kinderen te betalen totdat zij de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt. De kinderalimentatie wordt tot het 18e levensjaar betaald aan de ouder of verzorger van het kind. Vanaf zijn 18e verjaardag heeft het kind zelf recht op de bijdrage van de onderhoudsplichtige ouder(s).

De hoogte van de alimentatie en de duur van de alimentatieperiode zijn afhankelijk van meerdere factoren.

Bijstand en alimentatie

Alimentatie wordt als inkomen gezien en op uw bijstandsuitkering in mindering gebracht.

Ontvangt u zelf de alimentatie voor een kind dat bij u woont maar inmiddels 18 jaar of ouder is? Dan komt deze alimentatie toe aan uw kind zelf en kan het nietin mindering worden gebracht op uw bijstandsuitkering.

Verplichting tot het indienen van een alimentatieverzoek

De gemeente vindt het belangrijk dat uw ex-partner u voldoende alimentatie betaalt, zodat u minder of geen bijstand nodig heeft. Om deze reden kan de gemeente u verplichten om gerechtelijke stappen te ondernemen als uw ex-partner niet de vastgestelde alimentatie betaalt of als er helemaal geen alimentatieveroordeling is.

Als uw ex-partner een door de rechter bepaalde alimentatie niet betaalt, dan kunt u het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) inschakelen. In de tussentijd heeft u recht op bijstand, zonder inhoudingen van alimentatie die u niet ontvangt. Wordt de achterstallige alimentatie alsnog aan u betaald, dan kan de gemeente de verstrekte bijstand, of een deel ervan van u terugvorderen. 

Verhaal van kosten van bijstand

Als door omstandigheden niet van u verlangd kan worden dat u het innen van de alimentatie op u neemt, kan de gemeente ervoor kiezen de kosten van bijstand te verhalen op uw ex-partner. De gemeente moet immers nu meer bijstand betalen dan nodig zou zijn als uw ex-partner de alimentatieverplichting na zou komen.

Als de rechter geen alimentatie-uitspraak heeft gedaan kan de gemeente er ook voor kiezen zelf een verzoekschrift bij de rechter  in te dienen om een onderhoudsbijdrage vast te stellen.

U wordt voor de bijstand aangemerkt als een alleenstaande als u alleen woont. Dat wil zeggen:

  • u voert geen huishouden met een andere meerderjarige persoon (echtgenoot, geregistreerd partner, partner, familielid);
  • tot uw huishouding behoren geen minderjarige kinderen voor wie u zorgt. 

Let op: u kunt alleenstaand zijn en toch een korting krijgen op de norm voor een alleenstaande. Dit is het geval als u met een ander, of meerdere anderen kosten kunt delen omdat u in dezelfde woning woont. U wordt dan gezien als kostendeler.

U wordt voor de bijstand beschouwd als een alleenstaande ouder als u alleen met uw kinderen en/of stiefkinderen, van wie in ieder geval 1 minderjarig is, een huishouding voert.

Woont u samen met iemand anders? Dan bent u geen alleenstaande ouder, ook als de in het gezin verblijvende kinderen niet van beide partners zijn.  


Als u een alleenstaande ouder bent en geen toeslagenpartner hebt, krijgt u van de Belastingdienst een extra toeslag; de alleenstaande ouderkop. De alleenstaande ouderkop wordt uitbetaald binnen het Kindgebonden budget.

Zie voor meer informatie over de alleenstaande ouder: Kindgebonden budget.

Er zijn verschillende groepen (beginnende) zelfstandigen die in aanmerking kunnen komen voor een Bbz-uitkering. Deze uitkering kan bestaan uit geld voor uw levensonderhoud en bedrijfskapitaal. De duur van een Bbz-uitkering en de bijbehorende voorwaarden verschillen per groep. Voldoet u aan de voorwaarden voor een Bbz-uitkering? Dan hebt u geen recht op een gewone bijstandsuitkering. U kunt bij de gemeente navragen of in uw specifieke situatie een Bbz-uitkering mogelijk is.

Startende zelfstandige vanuit de Participatiewet

Als u algemene bijstand (op grond van de Participatiewet) ontvangt en zelfstandige wilt worden, kan die bijstandsverlening tijdens een voorbereidingsperiode van maximaal 12 maanden doorlopen. Tijdens deze voorbereidingsperiode hoeft u niet te voldoen aan de arbeidsplicht. U kunt wel andere verplichtingen hebben. Tot de voorbereidingsperiode wordt u alleen toegelaten als de gemeente verwacht dat u slaagt als ondernemer.

De bijstand wordt in eerste instantie verstrekt als renteloze lening.
Wordt u aan het eind van de voorbereidingsperiode zelfstandig ondernemer? Dan wordt de renteloze lening omgezet in een rentedragende lening.
Wordt u na de voorbereidingsperiode geen zelfstandig ondernemer? Dan wordt de renteloze lening omgezet in bijstand om niet. Soms kunt u ook recht hebben op vergoeding van (een deel van) de kosten van de voorbereiding.

Aanvraagprocedure

Een aanvraag voor bijstand als (beginnende) zelfstandige dient u in bij de gemeente van uw woonplaats. De gemeente moet in principe binnen 13 weken een beslissing nemen over uw aanvraag. Zolang er nog geen beslissing is, kunt u in aanmerking komen voor een voorschot op de maandelijkse bijstand voor levensonderhoud. Het is niet mogelijk een voorschot op benodigd bedrijfskapitaal te krijgen.

Verplichtingen en afstemming

Als zelfstandige kan de gemeente u verplichten om een correcte administratie te voeren. U moet die administratie binnen zes maanden na het einde van het boekjaar aan uw gemeente laten zien. Afhankelijk van uw situatie kan de gemeente besluiten dat u zich aan andere of meer verplichtingen moet houden. Komt u uw verplichtingen niet na? Dan kan de gemeente uw uitkering verlagen.

Speciale situatie: u ontvangt algemene bijstand en verricht op bescheiden schaal werkzaamheden als zelfstandige 

De gemeente kan toestaan dat een ontvanger van een gewone bijstandsuitkering werkzaamheden als zelfstandige mag verrichten. De gemeente kan aan deze toestemming wel extra voorwaarden verbinden. Het geld dat u met de werkzaamheden verdient, wordt helemaal gezien als inkomen en wordt dus in mindering gebracht op uw bijstandsuitkering. De gemeente kan een eerder verleende toestemming weer intrekken. U kunt bij de gemeente navragen hoe zij met deze specifieke situatie omgaat.

Intrekken of beëindigen van het recht op bijstand

Het kan zijn dat het recht op bijstand moet worden ingetrokken of beëindigd. Dat gebeurt bijvoorbeeld in de volgende situaties:

  • u gaat verhuizen naar een andere gemeente;
  • u heeft werk gevonden en verdient daarmee meer dan uw bijstandsuitkering;
  • u gaat samenwonen of trouwen met een partner die voldoende inkomsten heeft;
  • u heeft geld ontvangen waardoor uw vermogen is gestegen tot boven de grens (bijvoorbeeld een erfenis, een grote prijs in een loterij);
  • u heeft uw inlichtingenplicht geschonden (inkomsten of vermogen niet gemeld) en heeft daardoor ten onrechte bijstand ontvangen;
  • u geeft geen informatie aan de gemeente, zodat die het recht op bijstand niet (meer) kan  vaststellen.

Beëindigingsonderzoek

In gevallen als de eerste vier zal de gemeente nadat de bijstand is beëindigd onderzoeken of er nog wederzijdse rechten of verplichtingen zijn. Misschien moet er nog vakantiegeld aan u worden uitbetaald of staat er nog een schuld van u bij de gemeente open. Als er nog een schuld openstaat kan de gemeente deze verrekenen met het vakantiegeld waarop u nog recht heeft. Hierover ontvangt u dan bericht van de gemeente.

Bent u de inlichtingenplicht niet nagekomen dan zal de gemeente een onderzoek instellen. Meestal leidt dit ertoe dat u (een deel van) de betaalde bijstand moet terugbetalen.

Wordt uw bijstandsuitkering beëindigd? Dan kan de gemeente nog een onderzoek houden. Dat onderzoek kan verschillende doelen hebben, zoals:

Een beschikking is een aan u gericht officieel en schriftelijk besluit van uw gemeente. Met een beschikking wordt dus de brief bedoeld waarin een besluit van de gemeente aan u bekend wordt gemaakt. 

Voorbeelden

U kunt een beschikking krijgen over de volgende besluiten:

  • Toekenning of afwijzing van uw aanvraag;
  • Uw aanvraag wordt niet in behandeling genomen;
  • Verlaging van de bijstand/individuele inkomenstoeslag of een waarschuwing;
  • Beëindiging van de bijstand;
  • Herziening of intrekking van de bijstand/individuele inkomenstoeslag;
  • Terugvordering (terugbetalen) van de bijstand/individuele inkomenstoeslag.

Geen beschikking 

U kunt alleen tegen een beschikking bezwaar maken. Ontvangt u een gewone brief van de gemeente dan kunt u geen bezwaar maken. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Een verzoek om aanvullende gegevens;
  • De mededeling dat uw gemeente medisch advies gaat inwinnen;
  • Een mededeling over een administratieve verwerking;
  • Een oproep voor een gesprek of onderzoek;
  • Gespreksverslagen;
  • Een brief die een herhaling is van een eerder genomen beschikking.

Beschut werk is er voor mensen die begeleiding bij het werken en aanpassing van de werkplek nodig hebben.

U komt voor beschut werk in aanmerking als u:

  • een lichamelijk, verstandelijke of psychische beperking hebt;
  • waardoor u begeleiding op en aanpassing van de werkplek nodig hebt;
  • waardoor van een reguliere werkgever niet verwacht kan worden dat hij u in dienst neemt.

Als u in aanmerking komt voor beschut werk, zorgt de gemeente ervoor dat u een dienstbetrekking krijgt waar u in een beschutte omgeving en onder aangepaste omstandigheden kunt werken.

De gemeente beoordeelt of u in aanmerking komt voor beschut werk. UWV zal de gemeente hierover adviseren. U hoeft hiervoor geen aanvraag in te dienen.

Krijgt een schuldeiser nog geld van u? Dan kan hij van de rechter een vonnis of beschikking krijgen waarmee hij, via een deurwaarder beslag kan leggen op uw:

  • Loon;
  • Uitkering;
  • Bankrekening of
  • Roerende zaken (bijvoorbeeld op uw auto). 

Dat betekent dat u hier niet meer vrij over kunt beschikken. Op een deel van uw inkomen mag echter geen beslag gelegd worden. Dit heet de beslagvrije voet.

Beslag op uw bijstandsuitkering 

Er kan door uw schuldeisers beslag gelegd worden op uw algemene bijstandsuitkering (inclusief uw vakantietoeslag); 

Op uw bijzondere bijstand en individuele inkomenstoeslag of individuele studietoeslag kan geen beslag gelegd worden.

Hoe wordt beslag gelegd op uw bijstandsuitkering?

In de meest voorkomende gevallen zal er een vast bedrag per maand worden ingehouden op uw uitkering. Dat bedrag en de gereserveerde vakantietoeslag worden vervolgens door de gemeente uitbetaald aan de deurwaarder.

Om te zorgen dat iedereen in zijn levensonderhoud kan blijven voorzien, kan op een gedeelte van uw inkomen geen beslag worden gelegd. Dat gedeelte van uw inkomen heet de beslagvrije voet. De beslagvrije voet is ongeveer 90% van uw bijstandsuitkering (inclusief de vakantietoeslag). Beslaglegging is dus mogelijk op ongeveer 10% van uw bijstandsuitkering.

Beslistermijn: in principe 8 weken

Na uw aanvraag neemt de gemeente in principe binnen acht weken een schriftelijke beslissing. De schriftelijke beslissing van de gemeente heet een beschikking.

Een langere termijn

In twee situaties kan de beslistermijn langer dan acht weken zijn:

  1. U heeft een aanvultermijn gekregen
    Komt u bij de aanvraag uw verplichtingen niet na, dat wil zeggen dat u gevraagde inlichtingen niet heeft verstrekt? Dan kan de gemeente u een aanvultermijn geven waarbinnen u wordt gevraagd om dat alsnog te doen. De beslistermijn van acht weken wordt verlengd met de aanvultermijn die de gemeente u heeft gegeven.
  2. Uw gemeente heeft de termijn verlengd
    Als het uw gemeente niet lukt om binnen acht weken een beslissing op uw aanvraag te nemen, dan kan zij deze termijn één keer verlengen. U ontvangt hierover schriftelijk bericht van de gemeente.  

Wat kunt u doen tegen het uitblijven van een tijdige beslissing?

Als de gemeente geen beslissing neemt binnen de beslistermijn en u ook niet binnen acht weken heeft geïnformeerd over een verlenging van de termijn, dan kunt u in Het indienen van een beroepschrift gaan. U kunt ook een dwangsom vragen.

Als u niet goed met uw geld kunt omgaan en rekeningen geregeld niet of te laat bepaalt, kan de gemeente uw rekeningen voor u betalen. U ontvangt dan minder bijstand op uw bankrekening.

Van uw bijstandsuitkering betaalt de gemeente bijvoorbeel de huur direct aan uw verhuurder. Andere voorbeelden zijn het betalen van:

We noemen dit bijstand in natura.

De gemeente heeft hierover onderstaande besloten:

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

 

De bijstandsnorm is het bedrag dat iemand in uw situatie aan algemene bijstand kan ontvangen. De bijstandsnorm is opgebouwd uit een basisuitkering waarvan eventuele verlagingen worden afgetrokken.

Wettelijke basisuitkering
- verlaging
= Bijstandsnorm

De hoogte van de basisuitkering is wettelijk vastgelegd en is afhankelijk van uw leeftijd en uw leefsituatie. Naast de basisuitkering kan de gemeente verlagingen hanteren.

Een ander betaalt uw woonlasten

Uw basisuitkering kan verlaagd worden als u bijvoorbeeld geen woonlasten hebt, omdat een ander uw huur of hypotheek betaalt.

U bent schoolverlater

Als u onlangs een opleiding of studie heeft beëindigd kan de gemeente besluiten uw uitkering tijdelijk (maximaal zes maanden) te verlagen. 

Als u een klein inkomen heeft en wordt geconfronteerd met extra kosten die u niet kunt betalen kunt u recht hebben op bijzondere bijstand. De kosten moeten dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • ze moeten noodzakelijk zijn;
  • er is geen andere regeling of instantie de deze noodzakelijke kosten vergoeden;
  • het moeten bijzondere kosten zijn. 

Hoe wordt uw aanvraag behandeld?

U kunt bijzondere bijstand aanvragen bij de gemeente. 

Na uw aanvraag zal de gemeente onderzoeken of u aan alle voorwaarden voldoet. Heeft u een inkomen boven bijstandsniveau of vermogen? Dan kan de gemeente beslissen dat u zelf aan uw kosten moet meebetalen. Na de beoordeling van uw aanvraag ontvangt u een beschikking over uw recht op bijzondere bijstand.

Voorzieningen voor minima

De gemeente heeft mogelijk nog andere regelingen voor mensen met een laag inkomen, de minimavoorzieningen. Heeft u recht op bijzondere bijstand? Dan heeft u vaak ook recht op deze voorzieningen.

Wat is de hoogte van de bijzondere bijstand?

Als u recht heeft op bijzondere bijstand is deze uitkering in principe gelijk aan de hoogte van de kosten. De gemeente zal wel altijd kijken naar de goedkoopste oplossing. 

Als binnenschipper kunt u mogelijk in aanmerking komen voor een bijstandsuitkering. Voor uw uitkering is het van belang of u kunt worden aangemerkt als zelfstandig ondernemer of niet.

Zelfstandig ondernemer in de binnenvaart

U wordt beschouwd als ondernemer in de binnenvaart als u een zelfstandig ondernemer bent die arbeid verricht door:

  • het vervoeren of opslaan van goederen met behulp van een schip op de Nederlandse binnenwateren, stromen en riviermonden en/of op de Dollard, de Waddenzee en het IJsselmeer.
  • het slepen of duwen van de hierboven bedoelde schepen met een boot die daarvoor bestemd is en waarmee geen vervoer van goederen plaatsvindt.

Waar u de uitkering moet aanvragen hangt af van waar u verblijft:

Verblijfplaats (provincie en/of gemeente)Gemeente waar u moet aanvragen
Provincies Groningen, Friesland en DrentheGemeente Groningen
Provincies Overijssel en FlevolandGemeente Zwolle
Provincie Gelderland en gemeenten Bergen, Boxmeer, Cuijk, Gennep, Grave, Lith, Mook en Middelaar en OssGemeente Nijmegen
Provincie UtrechtGemeente Nieuwegein 
Provincie Noord-Holland Gemeente Amsterdam
Provincie Zuid-HollandGemeente Rotterdam 
Provincie ZeelandGemeente Terneuzen
Provincie Noord-Brabant, met uizondering van: Asten, Boxmeer, Cranendonck, Cuijk, Deurne, Grave, Helmond, Lith, Mierlo, Oss en Someren Gemeente Geertruidenberg 
Gemeenten Asten, Cranendonck, Deurne, Helmond, Mierlo en Someren en de Provincie Limburg, met uitzondering van Bergen, Gennep en Mook en MiddelaarGemeente Maasbracht 

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

U bent geen zelfstandig ondernemer in de binnenvaart

Kunt u niet worden aangemerkt als zelfstandig ondernemer in de binnenvaart? Dan gelden voor u de normale voorwaarden voor een bijstandsuitkering.
Werkt u niet in de binnenvaart maar bent u wel zelfstandige? Dan hebt u mogelijk recht op een Bbz-uitkering.

Een bloedverwant is iemand van wie u familie bent. Van de familie van uw partner bent u een aanverwant.

Voor het recht op bijstand kan het belangrijk zijn om te weten of u een bloedverwant bent van degene met wie u woont. Daarnaast moet u weten in hoeverre u bloedverwanten bent. Dat wordt uitgedrukt in graden. In het onderstaande schema ziet u welk familielid bij welke graad hoort:

Bloedverwant Wie? Uitleg 
in de eerste graad 
  • uw ouders
  • uw kinderen
  • uw adoptie ouders
  • uw adoptie kinderen 
in de tweede graad 
  • uw grootouders
  • uw kleinkinderen
  • uw broers
  • uw zussen
  • uw grootouders zijn uw opa's en oma's.
in de derde graad 
  • uw overgrootouders
  • uw achterkleinkinderen
  • uw neven en nichten
  • uw ooms en tantes
  • uw overgrootouders zijn de ouders van uw opa of oma.
  • uw achterkleinkinderen zijn de kinderen van uw kleinkinderen.
  • uw neven en nichten zijn in dit geval de kinderen van uw broer of zus.
  • uw ooms en tantes zijn de broers en zussen van uw vader of moeder.
in de vierde graad 
  • uw betovergrootouders
  • uw achterneven en achternichten
  • uw neven en nichten
  • uw oudooms en oudtantes
  • uw betovergrootouders zijn de opa en oma van uw eigen opa of oma.
  • uw achterneven en achternichten zijn de kleinkinderen van uw broer of zus.
  • uw neven en nichten zijn in dit geval de kinderen van uw ooms en tantes.
  • uw oudooms en oudtantes zijn de ooms en tantes van uw vader of moeder.

Komt u de inlichtingenplicht niet na? Dan zal de gemeente niet uw uitkering verlagen, maar zal zij u een bestuurlijke boete opleggen. U moet naast het betalen van de boete ook het bedrag dat u te veel  aan bijstand hebt ontvangen terugbetalen aan de gemeente.

Afzien van opleggen boete en waarschuwing

De gemeente kan in een aantal situaties afzien van het opleggen van een boete. Een gemeente kan ook besluiten het bij een waarschuwing te laten. Het is de gemeente zelf die bepaalt of en wanneer wordt afgezien van de boete en wanneer wordt volstaan met een waarschuwing.

De gemeente heeft hierover onderstaande bepaald:

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

 

Hoogte boete

De hoogte van de boete is afhankelijk van de hoogte van het bedrag dat u te veel aan bijstand hebt gekregen, het zogenaamde 'benadelingsbedrag'. Als uw benadelingsbedrag €0 is, is de boete in principe €150, maar dit kan ook lager zijn als er zich daarvoor redenen voordoen. De gemeente bepaalt of en wanneer de boete wordt verlaagt.

Gedraging

Hoogte

Als kan worden aangetoond dat u opzettelijk de inlichtingenplicht geschonden hebt100% van het benadelingsbedrag
Ernstige verwijtbaarheid (grove schuld)75% van het benadelingsbedrag
Geen sprake van opzet en ernstige verwijtbaarheid (grove schuld)
50% van het benadelingsbedrag
Verminderde verwijtbaarheid25% van het benadelingsbedrag

Als u een bijstandsuitkering ontvangt en u krijgt een bestuurlijke boete opgelegd, dan moet het college bij het vaststellen van de boete ermee rekening houden dat u de boete binnen een redelijke termijn kunt betalen (binnen maximaal 2 jaar). De boete moet u kunnen betalen uit het deel van uw inkomen dat boven de beslagvrije voet ligt. De termijn waarbinnen u de boete moet kunnen betalen is afhankelijk van of u iets met opzet of schuld hebt gedaan.

Gedraging

Termijn

Als er sprake is van opzet dan moet u de boete binnen:24 maanden kunnen betalen
Als er sprake is van grove schuld dan moet u de boete binnen:
18 maanden kunnen betalen
Als er geen sprake is van opzet en ernstige verwijtbaarheid (grove schuld) dan moet u de boete binnen:
12 maanden kunnen betalen
Als er sprake is van verminderde verwijtbaarheid dan moet u de boete binnen:
6 maanden kunnen betalen

De gemeente heeft hierover het onderstaande bepaald:

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

Recidive

Komt u herhaaldelijk uw verplichtingen niet na? Dan kan er sprake zijn van recidive. De gemeente zal de boete dan verhogen. Dat gebeurt als u daardoor teveel bijstand hebt ontvangen en u in de vijf jaar voorafgaand aan de gedraging al eens eerder een boete hebt gekregen of u al eerder een strafrechterlijke sanctie hebt gehad.

Legt de gemeente een boete op bij recidive? Dan mag zij tijdens de invordering van de boete over 3 maanden geen rekening houden met de beslagvrije voet, tenzij er dringende redenen zijn. Dat betekent dat de boete wordt verrekend met uw uitkering en dat die tijdelijk flink lager of zelfs nul kan worden.

Procedure

Als de gemeente vermoedt dat u uw inlichtingeplicht hebt geschonden, zal zij daar eerst nader onderzoek naar doen. Als vast staat dat u zich zo hebt gedragen dat u een boete moet krijgen, start de boeteprocedure. De gemeente zal een rapport opmaken en u de gelegenheid geven om uw zienswijze te vertellen.

Wanneer duidelijk is dat u boetewaardig gedrag hebt vertoond, bent u niet meer verplicht tot antwoorden. U hoeft namelijk niet mee te werken aan uw eigen bestraffing. Dit wordt ook wel 'cautie' genoemd en de gemeente zal u dit aangeven aan het begin van een verhoor. U moet wel altijd inlichtingen blijven geven die noodzakelijk zijn om uw recht op een bijstandsuitkering vast te kunnen stellen.

Beschikking

U krijgt van de gemeente een beschikking waarin de boete aan u wordt opgelegd. In principe moet u de boete binnen zes weken betalen, maar de gemeente kan ook een ander voorstel doen. Als u bezwaar maakt tegen de boete, moet u toch de boete betalen.

Iedereen in Nederland is verplicht een basisverzekering voor ziektekosten af te sluiten. Iedereen kan zich vrijwillig bijverzekeren door een of meer aanvullende ziektekostenverzekeringen af te sluiten. Vaak is het mogelijk een collectieve ziektekostenverzekering af te sluiten via uw gemeente. Het voordeel van collectieve verzekeringen is dat ze goedkoper zijn. Soms vergoedt de gemeente een deel van de premie voor de collectieve aanvullende verzekering. Dit is afhankelijk van wat uw gemeente daarover heeft bepaald.

De gemeente heeft het volgende bepaald over een collectieve (aanvullende) verzekering:

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

Als u en uw ex-partner niet meer samenwonen en de zorg voor uw kind(eren) jonger dan 18 jaar verdelen, dan kan er sprake zijn van co-ouderschap.

U bent co-ouder als u en uw ex-parter de zorg voor uw kinderen gelijk hebben verdeeld. In de praktijk betekent dit dat de kinderen (nagenoeg) gelijke perioden bij u en uw ex-partner verblijven.

Duurzaam gescheiden leven 

Wanneer leeft u duurzaam gescheiden? Als u gehuwd of geregistreerd partners bent en u hebt elkaar verlaten omdat u wilt scheiden of het geregistreerd partnerschap wilt laten ontbinden dan leeft u duurzaam gescheiden. In ieder geval een van u wil niet meer als gehuwden of geregistreerd partners leven.

Voor de bijstand betekent dit dat u beiden als alleenstaande (ouder) wordt gezien als u een beroep doet op bijstand.

Niet-duurzaam gescheiden leven

Het komt voor dat gehuwden of geregistreerde partners tijdelijk of voor langere tijd gescheiden leven, zonder dat er sprake is van een wens om niet langer als gehuwden te leven. Denk hierbij aan de situatie waarin uw partner langdurig of duurzaam moet worden opgenomen in een instelling of tijdelijk elders verblijft.

Partner verblijft in een instelling
Voor de bijstand betekent dit dat u beiden recht heeft op bijstand. De hier geldende norm is dan gelijk aan de norm voor een alleenstaande (ouder) vermeerderd met de norm bij verblijf in een inrichting.

Partner verblijft elders
Als uw partner voor langere tijd ergens anders woont en als het de bedoeling is dat u in de toekomst weer samen gaat wonen, heeft de achterblijvende partner recht op de norm voor een alleenstaande (ouder). Er moet wel informatie verstrekt worden over het inkomen van de tijdelijk gescheiden wonende partner. Is dat inkomen hoger dan de op hem van toepassing zijnde norm, dan wordt het meerinkomen in mindering gebracht op de bijstand van de achterblijvende partner.

Heeft de gemeente op uw aanvraag of bezwaar nog niet beslist?  Dan kunt u een dwangsom vragen als de beslistermijn is verstreken. 

Wanneer is de termijn verstreken

Aanvraag
De gemeente moet binnen acht weken op uw aanvraag beslissen. Deze termijn kan de gemeente verlengen. Zij moet dit dan wel aan u meedelen. Als de acht weken zijn verstreken en de gemeente heeft de beslistermijn niet verlengd, dan is de gemeente in gebreke.

Heeft de gemeente de beslistermijn verlengd maar ook in die verlenging geen besluit genomen, dan is de gemeente op dat moment in gebreke.

Bezwaar
U moet binnen zes weken bezwaar maken tegen een besluit. Als u het bezwaar heeft ingediend, dan is de beslistermijn de van die zes weken nog resterende termijn en nog eens extra zes weken. Heeft de gemeente dan nog niet beslist en heeft zij de beslistermijn niet verlengd, dan is de gemeente in gebreke.

Heeft de gemeente de beslistermijn verlengd maar ook in die verlenging geen besluit genomen, dan is de gemeente op dat moment in gebreke. 

In gebreke stellen

Als de gemeente de beslistermijn heeft laten verstrijken dan stelt u haar schriftelijk in gebreke. Soms kunt u dit per e-mail doen, kijkt u dat even na op de site van uw gemeente.

U meldt in uw brief of e-mail dat de gemeente nog geen beslissing heeft genomen en dat de termijn inmiddels is verstreken. U stelt de gemeente in de gelegenheid om binnen twee weken alsnog een beslissing te nemen. Dit is wettelijk geregeld. Doet zij dit niet dan is de gemeente een dwangsom verschuldigd aan u.

In uw brief vermeldt u duidelijk om welke belissing het gaat. Heeft u een ontvangstbevestigingvan de aanvraag of het bezwaar met een kenmerk, vermeld dit dan op de brief.

De gemeente heeft nog steeds niet besloten

Als de gemeente nog steeds niet heeft besloten binnen twee weken nadat u haar in gebreke heeft gesteld, dan is een dwangsom verschuldigd. De gemeente is dan verplicht u per dag dat er nog geen beslissing is genomen een vergoeding te betalen. Hieronder vindt u een overzicht van de (maximale) hoogte van de dwangsom. 

De hoogte van de dwangsom

U krijgt per dag een dwangsom, maar maximaal voor 42 dagen. De termijn begint twee weken nadat de gemeente uw ingebrekestelling heeft ontvangen. 

Voorbeeld 
De gemeente ontvangt op 2 januari uw brief waarin u de gemeente ingebreke stelt. De termijn van twee weken loopt dan van 3 januari tot en met 16 januari. Op 17 januari hebt u voor het eerst recht op een dwangsom, als u dan nog steeds geen besluit hebt ontvangen.

In de termijn van 42 dagen tellen alle dagen mee. Het maakt niet uit of dat weekdagen, weekenddagen of feestdagen zijn. 

Hoogte

De hoogte van de dwangsom verschilt per dag:

dag 1 t/m 14 € 20,00 per dag 
dag 15 t/m 29 € 30,00 per dag 
dag 30 t/m 42 € 40,00 per dag 

Betaling

De gemeente moet in een beschikking bekend maken dat u recht hebt op een dwangsom. Dat moet gebeuren binnen twee weken na de dag dat u voor het laatst recht had op een dwangsom. Meestal kan de hoogte van de dwangsom worden vermeld in het besluit op uw aanvraag of bezwaarschrift. Kan dat niet? Dan moet de gemeente de beschikking over de dwangsom afgeven binnen twee weken na de beschikking op uw aanvraag of bezwaarschrift.

De gemeente moet de dwangsom betalen binnen 6 weken nadat ze de beschikking heeft afgegeven.

U en uw partner kunnen voor de bijstand worden aangemerkt als gehuwd in één van de volgende situaties:

  • U bent getrouwd
    U wordt aangemerkt als gehuwd als u voor de wet getrouwd bent. U wordt niet als gehuwd beschouwd als u duurzaam gescheiden leeft van uw echtgenoot.
  • U bent een geregistreerd partnerschap aangegaan
    U wordt aangemerkt als gehuwd als u een geregistreerd partnerschap bent aangegaan. U wordt niet als gehuwd beschouwd als u duurzaam gescheiden leeft van uw geregistreerd partner.
  • U woont samen
    U kunt worden aangemerkt als gehuwd als u met iemand samenwoont. Van samenwonen is niet alleen sprake als er een liefdesrelatie is. Als u bijvoorbeeld met uw broer of zus samen in een woning woont en u zorgt voor elkaar en samen voor het huishouden, kan het zijn dat u voor de bijstand als gehuwden moet worden gezien (let op voor de uitzondering hieronder).

Wanneer wordt u niet gezien als 'gehuwd'? 

U wordt niet aangemerkt als gehuwd als u samenwoont met uw broer, zus, grootouder of kleinkind en één van u heeft zorg nodig. U wordt ook niet als gehuwd aangemerkt als u samenwoont met uw meerderjarige kind of met uw ouder.

Een geldig legitimatiebewijs is een identiteitsbewijs dat uw nationaliteit vermeldt. Als u de Nederlandse nationaliteit heeft dan is dat een geldig paspoort of een geldige Europese identiteitskaart.

Als u niet de Nederlandse nationaliteit heeft, dan is dat:

  • Een vreemdelingendocument van het type I, II, III, IV of EU/EER;
  • Een verblijfskaart van Buitenlandse Zaken;
  • Een buitenlands paspoort;
  • Een Vreemdelingendocument van het type W (asielzoekers).

Een andere wijze van legitimeren is voor de bijstand niet toegestaan. U kunt zich dus niet legitimeren met, bijvoorbeeld, een rijbewijs.

De gemeente kan aan een werkgever loonkostensubsidie verstrekken om verminderde productiviteit van een werknemer te compenseren. Zo kan de gemeente een bijvoorbeeld een loonkostensubsidie inzetten om tijdelijk het verschil in het werken tussen u en uw collega's te compenseren en zo bij te dragen aan uw re-integratie. Uw werkgever kan loonkostensubsidie ontvangen als u met voltijdse arbeid niet het wettelijk minimumloon kunt verdienen.

Hoogte
De hoogte van de loonkostensubsidie is het verschil tussen het wettelijk minimumloon (inclusief vakantietoeslag) en uw loonwaarde. Uw loonwaarde is een percentage van het loon voor de arbeid die u verricht in vergelijking met een gemiddelde werknemer die dezelfde arbeid verricht.

Regels van de gemeente
De gemeente heeft het volgende geregeld over de loonkostensubsidie:

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

 

U wordt voor de bijstand aangemerkt als gezin als er sprake is van een van de volgende situaties:

U bent gehuwd of woont samen U vormt een gezin met uw partner 
U bent gehuwd of woont samen en u heeft een of meer ten laste komende kinderen U vormt een gezin met uw partner en kind(eren) 
U bent een alleenstaande ouder U vormt een gezin met uw ten laste komend(e) kind(eren)
Let op: andere dan bovengenoemde personen met wie u kosten kan delen voor toepassing van de kostendelersnorm, vallen niet onder het begrip 'gezin'. Zie over de kostendelersnorm ook “Kostendelersnorm”.

Een heffingskorting is een korting die u krijgt op het bedrag dat u aan belasting moet betalen. Een deel van de heffingskortingen ontvangt u via uw werkgever of uitkeringsinstantie, de zogenaamde loonheffingskortingen. Andere heffingskortingen ontvangt u via een teruggave van de belastingdienst. Naast de heffingskortingen zijn er nog andere fiscale regelingen die voor u van belang kunnen zijn. 

Welke heffingskortingen?

Iedere belastingbetaler heeft recht op de algemene heffingskorting. Daarnaast kunt u recht hebben op aanvullende kortingen. Of u hiervoor in aanmerking komt, hangt af van uw persoonlijke situatie. De volgende aanvullende kortingen komen voor:

  • Arbeidskorting
  • Ouderenkorting
  • Alleenstaande ouderenkorting
  • Jonggehandicaptenkorting
  • Levensloopverlofkorting
  • Inkomensafhankelijke combinatiekorting
  • Korting voor maatschappelijke beleggingen
  • Korting voor directe beleggingen in durfkapitaal en culturele beleggingen


Voor meer informatie en de voorwaarden die gelden voor de aanvullende heffingskortingen, kijkt u op de site van de Belastingdienst.

Vrijgelaten heffingskortingen

Als u een algemene bijstandsuitkering hebt, dan geldt het bedrag van de heffingskorting voor u als inkomen. De jonggehandicaptenkorting wordt voor mensen van 27 jaar of ouder niet als inkomen geteld.

Voorlopige teruggave

Een aantal heffingskortingen kunt u ontvangen via een voorlopige teruggave van de belastingdienst. Dat zijn de volgende heffingskortingen:

Aanvragen

U moet bij het aanvragen van een heffingskorting goed opletten of u hier wel recht op hebt. Als u namelijk onterecht een heffingskorting krijgt, dan zult u die later terug moeten betalen aan de belastingdienst.

Als er tussentijds een wijziging optreedt in uw situatie, kan dat gevolgen hebben voor uw recht op heffingskortingen. U moet wijzigingen doorgeven aan de Belastingdienst en aan de gemeente. De wijziging kan namelijk ook gevolgen hebben voor uw recht op bijstand.

Beschikking

Als u een voorlopige teruggave hebt aangevraagd, krijgt u van de Belastingdienst een beschikking. Om te voldoen aan de inlichtingenplicht moet u een kopie van de beschikking aan de gemeente geven. De gemeente kan dan bepalen welke heffingskortingen als inkomen worden gezien.

Wat de gemeente heeft bepaald

De gemeente kan zelf bepalen hoe en wanneer zij een voorlopige teruggave kort op uw bijstandsuitkering:          

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

Ontvangt u een bijstandsuitkering? Dan mag de gemeente regelmatig onderzoeken of u nog recht hebt op bijstand. Dit heet een heronderzoek. Een heronderzoek kan beperkt van omvang zijn. De gemeente kijkt dan bijvoorbeeld alleen naar uw inspanningen om algemeen geaccepteerde arbeid te krijgen. De gemeente kan ook besluiten een volledig heronderzoek uit te voeren. In dat geval zal de gemeente in ieder geval het volgende onderzoeken:

  • Hebt u sinds uw aanvraag of sinds het laatste heronderzoek terecht bijstand ontvangen?
  • Bent u uw verplichtingen nagekomen?
  • Hebt u in de toekomst nog recht op bijstand?
  • Komen uw adresgegevens overeen met de gegevens in de gemeentelijke basisadministratie?
  • Moeten er in de toekomst voor u meer, minder of andere verplichtingen gelden?
  • Wat zijn uw mogelijkheden voor arbeidsinschakeling en welke ondersteuning hebt u daarbij nodig?

Voor het heronderzoek moet u een aantal gegevens verstrekken. De gemeente zal de gegevens controleren en u uitnodigen voor een gesprek. Na afronding van het onderzoek ontvangt u van de gemeente:

  • een brief, als er geen wijzigingen zijn in uw situatie.
  • een beschikking, als uw situatie zich gewijzigd heeft. In de beschikking worden dan uw nieuwe rechten en plichten vastgelegd.

Uw recht op bijstand wordt herzien als uw financiële situatie verandert, bijvoorbeeld als u een baan krijgt, maar toch recht blijft houden op (aanvullende) bijstand.

Het kan zijn dat de gemeente in de tussentijd per ongeluk de hele bijstand heeft uitbetaald. In dat geval moet u de bijstand die u teveel ontving aan de gemeente terugbetalen. De bijstand wordt dan voor een deel teruggevorderd. 

Een huisbezoek kan aangekondigd en onaangekondigd plaatsvinden. In principe bent u verplicht om mee te werken aan een huisbezoek. U kunt alleen een huisbezoek weigeren als daar zeer dringende redenen voor zijn.

Wat zijn geen dringende redenen

Dat u eerst uw huis wilt opruimen, een advocaat wilt bellen of u eerst toestemming wilt vragen aan de hoofdbewoner van het huis, zijn géén zeer dringende redenen.

Ook uw aanwezigheid bij een huisbezoek maakt onderdeel uit van uw medewerkingsplicht. U moet actief meewerken aan het huisbezoek. Doet u dat niet, dan schendt u uw medewerkingsplicht.

Als een medewerker van de gemeente een huisbezoek aflegt, moet hij of zij:

  • zich kunnen legitimeren;
  • het doel van het huisbezoek vertellen;
  • toestemming vragen om binnen te komen;
  • uitleggen wat de gevolgen van een weigering kunnen zijn.

Aantonen van uw situatie

De gemeente kan u aanbieden om uw situatie aan te tonen met een huisbezoek. De gemeente kan dat bijvoorbeeld doen in de volgende situaties:

  • De gemeente vraagt u aan te tonen dat u een alleenstaande of alleenstaande ouder bent.
  • De gemeente vraagt u aan te tonen dat de woonsituatie zoals u die aangegeven hebt overeenkomt met de daadwerkelijke woonsituatie van uzelf, uw partner of uw kind.
  • De gemeente vraagt u aan te tonen dat u geen gezamenlijke huishouding hebt.
  • De gemeente vraagt u aan te tonen of u daadwerkelijk een kamerhuurder in huis hebt.

Woont u in een huurwoning en heeft u een laag inkomen? Dan kunt u recht hebben op huurtoeslag. Huurtoeslag is een bijdrage van de overheid in uw huurkosten. Met de huurtoeslag moet het voor iedereen in Nederland mogelijk zijn in een passende woning te wonen. Een passende woning past bij uw persoonlijke situatie en is niet ruimer of duurder dan noodzakelijk. De huurtoeslag wordt uitgevoerd door de Belastingdienst Toeslagen.

Voorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor huurtoeslag moet u aan een aantal voorwaarden voldoen. Ook voor uw woning zijn er voorwaarden gesteld. Voor meer informatie over alle voorwaarden, zie de website Toeslagen van de Belastingdienst.

Hoogte van uw huurtoeslag

De hoogte van uw huurtoeslag is afhankelijk van uw huur, uw inkomen en uw vermogen. Om een goede indicatie te krijgen van de hoogte van uw huurtoeslag, kunt u een proefberekening laten uitvoeren.

Geen recht op huurtoeslag

Heeft u een laag inkomen en vermogen, maar geen recht op huurtoeslag? Dan kunt u mogelijk wel recht hebben op bijzondere bijstand in de vorm van woonkostentoeslag.

De individuele inkomenstoeslag is een toeslag op de bijstandsuitkering voor wie langdurig heeft moeten rondkomen van een laag inkomen. De gemeente kan besluiten u een individuele inkomenstoeslag toe te kennen als u voldoet aan de voorwaarden. De gemeente bepaalt wat zij verstaat onder een langdurig laag inkomen. De gemeente moet dit beoordelen aan de hand van uw individuele omstandigheden. Daarbij moet de gemeente in ieder geval rekening houden met:

  • uw krachten en bekwaamheden, dat wil zeggen dat de gemeente zal onderzoeken wat u kunt om uw inkomen te verbeteren; en
  • de inspanningen die u hebt verricht om tot inkomensverbetering te komen. De gemeente zal dus ook kijken naar uw solliciteeractiviteiten.

Om recht te krijgen op de individuele inkomenstoeslag moet u gedurende een bepaalde periode een laag inkomen hebben. Dit wordt ook wel de referteperiode genoemd. De duur van deze referteperiode wordt door de gemeente vastgesteld. As u de referteperiode hebt doorlopen, dan is de eerste dag na die periode uw peildatum. Vanaf de peildatum kunt u individuele inkomenstoeslag aanvragen.

De individuele inkomenstoeslag wordt uitbetaald door de gemeenten. U moet een verzoek om individuele inkomenstoeslag indienen bij de gemeente waaronder uw Woonplaats valt. 

Voorzieningen voor minima

De gemeente heeft mogelijk nog andere regelingen voor mensen met een laag inkomen, de minimavoorzieningen. Hebt u recht op individuele inkomenstoeslag? Dan hebt u vaak ook recht op die voorzieningen.


Voor wie is de individuele inkomenstoeslag bestemd?

U moet tussen de 21 jaar en de pensioengerechtigde leeftijd zijn en rechtmatig in Nederland verblijven. Bovendien mag u op de peildatum niet gedetineerd zijn en mag u niet meer vermogen bezitten dan toegestaan voor de bijstand.

Daarnaast mag u geen uitzicht op inkomensverbetering hebben. Bent u op de peildatum Gehuwd of woont u samen? Dan gelden de voorwaarden ook voor uw partner.

De gemeente wijst een verzoek om individuele inkomenstoeslag af als u in de periode van 12 maanden onmiddelijk voorafgaande aan de aanvraag al eerder eens individuele inkomenstoeslag heeft ontvangen.

Wat is de hoogte van de individuele inkomenstoeslag?

De hoogte van de individuele inkomenstoeslag wordt bepaald door uw gemeente.

Betaling

De gemeente bepaalt wanneer ze u de toeslag uitbetaalt.

Terugbetalen

Blijkt achteraf dat u te veel of ten onrechte individuele inkomenstoeslag hebt ontvangen? Dan zult u worden verplicht de individuele inkomenstoeslag terug te betalen.

Welke verplichtingen hebt u?

U moet zich na uw verzoek om individuele inkomenstoeslag houden aan verplichtingen. Doet u dat niet? Dan kan de gemeente uw individuele inkomenstoeslag verlagen of een boete opleggen.

Uw verplichtingen zijn:

Verplichtingen Uitleg
Legitimatieplicht U moet zich legitimeren met een (geldig) legitimatiebewijs als de gemeente dat vraagt.
Inlichtingenplicht U moet uw gemeente alle informatie verstrekken die van invloed kan zijn op uw recht op individuele inkomenstoeslag.
Medewerkingsplicht U moet meewerken aan onderzoeken die uw gemeente wil (laten) verrichten om uw recht op individuele inkomenstoeslag vast te stellen.
Correct gedrag bij de gemeente U moet zich correct gedragen tegenover alle medewerkers van de gemeente. U mag bijvoorbeeld niet schelden, niet discrimineren en geen vernielingen aanrichten.

Om uw recht op bijstand te bepalen, onderzoekt de gemeente hoeveel (gezamenlijk) inkomen u heeft. Behalve het geld dat u verdient met werk, kan de gemeente ook andere inkomsten bij uw inkomen optellen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan:

  • inkomen uit lijfrente;
  • alimentatie;
  • teruggave inkomstenbelasting 

Vrijlating inkomsten uit arbeid

Als u een algemene bijstandsuitkering ontvangt kan uw gemeente bepaalde inkomsten niet meetellen (vrijlaten) voor de berekening van uw inkomen. Dit kan gedaan worden als de vrijlating bijdraagt aan uw arbeidsinschakeling. Er zijn drie soorten vrijlatingen:

  • reguliere inkomstenvrijlating;
  • aanvullende inkomstenvrijlating voor alleenstaande ouders;
  • inkomstenvrijlating voor personen met een medische urenbeperking.

Inkomensperiode

Uw inkomsten worden opgeteld bij uw inkomen van de maand waarop ze betrekking hebben. Ontvangt u dus in maart nog loon over januari? Dan telt dit mee voor uw inkomen van januari. Mocht u in januari een bijstandsuitkering ontvangen hebben, dan kunt u deze (gedeeltelijk) moeten terugbetalen.

Inkomen uit (deeltijd)werk

Ontvangt u een bijstandsuitkering en vindt u een (deeltijd)baan die uw reïntegratie bevordert? Dan kan de gemeente een deel van uw inkomsten vrijlaten. U mag dan tot 6 maanden lang maximaal € 200,00 per maand houden naast uw bijstandsuitkering. Voor alleenstaande ouders kan deze periode verlengd worden met nog eens 30 maanden.

De gemeente kan zelf bepalen in welke gevallen u een deel van uw loon mag houden:

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

U hebt een minimuminkomen als uw inkomen op of rond het bijstandsniveau ligt. Het maakt niet uit of dat inkomen komt uit werk, bijstand of een andere uitkering. Met een inkomen onder het bijstandsniveau kunt u recht hebben op een aanvullende bijstandsuitkering. U moet dan wel voldoen aan de voorwaarden voor het recht op bijstand. Met een minimuminkomen kunt u daarnaast recht hebben op extra regelingen, ook wel voorzieningen voor minima genoemd. [verwijscode] minimavoorzieningen. Het gaat onder meer om:

Verblijft u in een inrichting? Dan gelden voor u speciale regels met betrekking tot de bijstand.

Wat heeft de gemeente bepaald? 

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

Hebt u te veel vermogen? Dan zal uw aanvraag voor een bijstandsuitkering worden afgewezen. U moet dan eerst het teveel aan eigen vermogen gebruiken om zelf uw levensonderhoud mee te betalen. Dat heet het interen van vermogen.

Bijzondere bijstand 
Ook als u bijzondere bijstand aanvraagt, kan de gemeente van u verlangen dat u uw kosten (gedeeltelijk) zelf betaalt uit uw eigen vermogen. Ook dan moet u dus interen op uw vermogen.


Aanvraag na interen

Vraagt u na het interen van uw vermogen opnieuw een bijstandsuitkering aan? Dan zal de gemeente beoordelen of u uw vermogen verantwoord hebt opgemaakt. U mag geen onverantwoorde uitgaven hebben gedaan en u mag niet te luxe geleefd hebben. Hebt u het vermogen te snel opgemaakt? Dan kan de gemeente de bijstand verlagen, of de bijstand aan u lenen.

Als u geen recht op bijstand meer heeft, wordt dit recht met ingang van de datum waarop u dat niet meer had ingetrokken. Als u nog bijstand heeft ontvangen vanaf de dag waarop het recht is ingetrokken zal de gemeente de teveel verstrekte bijstand van u terugvorderen. 

De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) voorziet in een inkomen voor oudere werkloze werknemers die de volledige uitkeringsduur van de WW hebben doorlopen. De IOAW wordt uitgevoerd door de gemeente.

Voorwaarden

Om recht te hebben op een IOAW-uitkering, moet u aan de volgende voorwaarden voldoen:

 Voorwaarde  Uitleg
1. U behoort tot de doelgroep van de IOAW In de volgende situaties behoort u tot de doelgroep van de IOAW:
  1. U bent geboren voor 1 januari 1965 en bent na het bereiken van de 50-jarige leeftijd werkloos geworden en u hebt de volledige voor u geldende (eventueel verlengde) uitkeringsduur op grond van de WW doorlopen.
  2. U bent geboren voor 1 januari 1965 en hebt na het bereiken van de leeftijd van 50 jaar recht gekregen op een loongerelateerde werkhervattingsuitkering voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten (WGA- uitkering) én deze uitkering is geëindigd omdat u niet meer ten minste 35% arbeidsongeschikt bent.
  3. U bent gehuwd of woont samen met de werkloze werknemer zoals bedoeld onder a.
  4. U hebt op grond van overgangsrecht recht op een IOAW-uitkering.
2.

Uw inkomen is lager dan het sociaal minimum

Om recht te kunnen hebben op een IOAW-uitkering mag uw inkomen (en dat van uw partner) niet hoger zijn dan het sociaal minimum waarop u volgens de IOAW recht kunt hebben.
3.  U bent niet uitgesloten van het recht op een IOAW-uitkering U bent uitgesloten van het recht op een IOAW-uitkering als u:
  1. Buiten Nederland woont of verblijft (anders dan in verband met vakantie);
  2. Een vreemdeling bent en u illegaal in Nederland verblijft;
  3. Gedetineerd bent of had moeten zijn;
  4. U of uw echtgenoot onbetaald verlof heeft opgenomen en u alleen daardoor een laag inkomen hebt;
  5. De pensioengerechtigde leeftijd hebt bereikt.

Hoogte van de IOAW-uitkering

De hoogte van de IOAW-uitkering is afhankelijk van uw situatie. De hoogte van een IOAW-uitkering is gelijk aan het verschil tussen het IOAW-normbedrag en uw inkomen (en dat van uw partner).

Categorie belanghebbenden netto uitkering  bruto uitkering 
Werkloze werknemer en de echtgenoot, beiden 21 jaar of ouder (netto: helft normbedrag, bruto: heel normbedrag)
€ 687, 59
€ 1.586,22
Alleenstaande werkloze werknemer die met één of meer meerderjarige personen zijn hoofdverblijf heeft in dezelfde woning € 935,12* € 1.182,59
Alleenstaande werkloze werknemer van 23 jaar of ouder € 962,63 € 1.226,02

* Dit bedrag is gebaseerd op de stapsgewijze invoering van de Kostendelersnorm en het overgangsrecht dat daar op van toepassing is. 

Duur van de IOAW-uitkering

U kunt recht hebben op een IOAW-uitkering totdat u de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Nadat u pensioengerechtigd bent geworden kunt u recht hebben op een AOW-uitkering. Overlijdt u terwijl u een IOAW-uitkering ontvangt? Dan kunnen uw nabestaanden recht hebben op een overlijdensuitkering.

Verplichtingen

Als u een IOAW-uitkering aanvraagt of ontvangt, kan de gemeente u de volgende verplichtingen opleggen:

Inhoudelijk komen deze verplichtingen nagenoeg overeen met de verplichtingen die de gemeente u in verband met het ontvangen van een bijstandsuitkering kan opleggen.

Gevolgen van niet nakomen van verplichtigen 

Komt u een van de verplichtingen niet na? Dan wordt de IOAW-uitkering blijvend of tijdelijk geheel of gedeeltelijk geweigerd.

De gemeente kan u ook een waarschuwing geven. Houdt u zich niet aan de inlichtingenplicht? Dan legt het college een boete op.

Heeft de gemeente ten onrechte of een te hoog bedrag verstrekt aan IOAW, bijvoorbeeld omdat achteraf blijkt dat u geen recht had op een IOAW-uikering? Dan zal de gemeente u verplichten dit bedrag (gedeeltelijk) terug te betalen.

De Wet Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen (IOAZ) voorziet in het inkomen van zelfstandigen die na hun 55e levensjaar hun bedrijf of beroep hebben beëindigd. De IOAZ is ook bedoeld voor hun partner. De IOAZ wordt uitgevoerd door de gemeente en moet voorkomen dat u een beroep moet doen op de bijstand. Op grond van de IOAZ kunt u recht hebben op een uitkering op het niveau van het sociaal minimum.

In de bijstand wordt vaak de term "kalenderjaar" gebruikt. Een kalenderjaar is een periode van precies één jaar. Het kalenderjaar begint altijd op 1 januari en eindigt op 31 december.

Voorbeeld

U ontvangt bijstand en mag per kalenderjaar maximaal 4 weken met behoud van bijstand naar het buitenland op vakantie. De gemeente beoordeelt dan of u in de periode van 1 januari tot en met 31 december niet langer dan 4 weken op vakantie bent geweest.

Uw kind is in de bijstand een in Nederland wonend:

  1. Eigen kind; of
  2. Geadopteerd kind; of
  3. Stiefkind.  

Een pleegkind wordt in de bijstand niet als uw kind aangemerkt.   

Alleenstaande of alleenstaande ouder?

Hebt u geen partner? Dan is van belang of uw kind ten laste komend is. Hebt u geen ten laste komende kind(eren)? Dan wordt u gezien als alleenstaande. Hebt u wel ten laste komende kind(eren)? Dan wordt u gezien als alleenstaande ouder. De bijstandsnorm voor de alleenstaande en de alleentaande ouder zijn hetzelfde.

U kunt recht hebben op kinderbijslag voor uw kind(eren) op grond van de Algemene kinderbijslagwet (AKW). Kinderbijslag is mogelijk voor uw eigen kind, uw geadopteerde kind of uw stiefkind. Heeft u een pleegkind en ontvangt u voor dit kind pleegvergoeding dan heeft u geen recht op kinderbijslag voor dit kind.

 
Het doel van de AKW is om een tegemoetkoming te bieden in de kosten van:

  • kinderen die jonger zijn dan 16 jaar en tot uw huishouden behoren;
  • kinderen die jonger zijn dan 18 jaar en in belangrijke mate door u worden onderhouden.

De AKW wordt uitgevoerd en uitbetaald door de Sociale Verzekeringsbank (SVB). 

Hebt u een kind en gaat uw kind naar de betaalde kinderopvang? Dan kunt u recht hebben op een bijdrage in de kosten van de kinderopvang.

Er zijn twee soorten bijdragen:

  • De kinderopvangtoeslag van de overheid
  • De werkgeversbijdrage of tegemoetkoming van de gemeente of UWV

De kinderopvangtoeslag kunt u aanvragen bij de Belastingdienst Toeslagen.

Voorwaarden en hoogte

Om recht te hebben op kinderopvangtoeslag moeten u en uw eventuele partner aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moet er bijvoorbeeld sprake zijn van betaalde kinderopvang die u zelf betaalt en mag uw kind nog niet op het voortgezet onderwijs zitten. Zie voor alle voorwaarden de website van de belastingdienst .

De hoogte van de kinderopvangtoeslag wordt berekend door de Belastingdienst en is afhankelijk van verschillende factoren. Maakt u gebruik van kinderopvang voor meer dan één kind? Dan wordt de bijdrage voor elk kind afzonderlijk bepaald. Om een goede indicatie te krijgen van de kinderopvangtoeslag kunt u een proefberekening laten uitvoeren op toeslagen.nl.

Kinderopvangtoeslag en bijstand

Ontvangt u een bijstandsuitkering en maakt u gebruik van een voorziening die gericht is op uw arbeidsinschakeling? Dan hebt u mogelijk recht op kinderopvangtoeslag en een tegemoetkoming van de gemeente. Hebt u recht op kinderopvangtoeslag? Dan telt de gemeente uw kinderopvangtoeslag niet bij uw inkomen.

Bewoont u een woning met een of meer meerderjarige personen, dan kan het zijn dat op u de kostendelersnorm van toepassing is. Bij de kostendelersnorm wordt ervan uit gegaan dat u kosten kunt delen met de personen met wie u de woning deelt. Het maakt daarbij niet uit of u familie van diegene bent en om welke reden u in dezelfde woning woont. Ook als u met iemand woont die u verzorgt, bijvoorbeeld uw ouder(s) of een meerderjarig gehandicapt kind is de kostendelersnorm van toepassing.

Achtereenvolgens komen op deze pagina de volgende onderwerpen voorbij:

  1. Hoogte kostendelersnorm
  2. Personen die geen kostendelende medebewoners zijn

Hoogte kostendelersnorm

Bij de berekening van de kostendelersnorm houdt de gemeente rekening met het aantal meerderjarige bewoners met wie u de woning bewoont. Dit leidt tot de volgende percentages per type huishouden:

HuishoudtypeIndividuele norm
Eénpersoonshuishouden70%
Tweepersoonshuishouden50%
Driepersoonshuishouden43,33%
Vierpersoonshuishouden40%

Vijfpersoonshuishouden

38%

U hebt een partner die jonger is dan 21 jaar.

Bent u 21 jaar of ouder en bent u getrouwd of woont u samen met een partner die 18, 19 of 20 jaar is? Dan geldt voor u een afwijkende norm. De gemeente kan hierover informatie verstrekken. 

Personen die geen kostendelende medebewoners zijn

De volgende personen zijn geen kostendelende medebewoner:

  • u bent gehuwd en uw partner heeft ook recht op bijstand en er zijn geen kostendelende medebewoners;
  • personen tot 21 jaar;
  • mensen die bij u in de woning wonen en daar een commerciële huurprijs voor betalen (bijvoorbeeld een huurder of kostganger);
  • de medebewoners die bij u in de woning wonen een daar een commerciële huurprijs voor betalen (bijvoorbeeld een huurder of kostganger) aan dezelfde huurbaas als u;
  • Leerlingen en studenten (MBO, HBO, WO), die studiefinanciering kunnen ontvangen.

Klik hier voor veelgestelde vragen over de kostendelersnorm.

Moet ik mij eigen huis opeten voordat ik bijstand kan ontvangen?

Dit wordt weleens gezegd, maar dat is niet waar. Als uw huis, woonboot of woonwagen een overwaarde heeft, heeft dit voor de bijstand pas gevolgen als de overwaarde groter is dan een bepaald bedrag. Zie ook 'U hebt een eigen huis'. In dat geval wordt de bijstand als geldlening verstrekt. 

Als de bijstandsuitkering aan u geleend wordt, kan de gemeente u verplichten een hypotheek op de woning te vestigen - dit wordt een krediethypotheek genoemd. Gemeenten doen dit om zekerheid te hebben dat de lening in de toekomst wordt afgelost.  Bent u eigenaar van een woonwagen of een niet-geregistreerd woonschip? Dan kan de gemeente u verplichten een pandrecht vestigen. Als de hypotheek of het pandrecht is gevestigd, kunt u gewoon in uw woning blijven wonen.

De gemeente kan zelf bepalen of en wanneer zij overgaat tot het vestigen van pandrecht of hypotheek op uw huis, woonschip of woonwagen:

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

Gevolgen krediethypotheek

Door het vestigen van een krediethypotheek gebruikt u de overwaarde van uw woning als onderpand voor uw leenbijstand. Onderpand wil zeggen dat de gemeente uw woning mag verkopen als u uw betalingsverplichtingen niet nakomt. Als u uw rente- en aflossingsverplichtingen niet nakomt, dan kan de gemeente uw woning verkopen en van de opbrengst uw rente– en aflossingsverplichtingen betalen. Als u zelf besluit om uw woning te verkopen, dan moet u (een deel van) de opbrengst gebruiken om uw leenbijstand af te lossen.

Kosten krediethypotheek

Voor de kosten die u eventueel maakt in verband met de taxatie van de woning en het vestigen van een krediethypotheek kunt u bijzondere bijstand ontvangen. U moet dan wel aan de voorwaarden voor het recht op bijzondere bijstand voldoen.

Aflossing lening

Hieronder worden de situaties beschreven wanneer de lening moet worden afgelost.

U stroomt uit de bijstand omdat u werk heeft gevonden

Als u uit de bijstand stroomt omdat u werk heeft gevonden moet u in principe de lening gaan aflossen. Wanneer dat het geval is, is afhankelijk van het gemeentelijke beleid.

U moet opnieuw bijstand aanvragen

Is uw bijstand in de vorm van een geldlening geëindigd, maar doet u binnen een bepaalde periode opnieuw een beroep op bijstand? Dan kunt u mogelijk opnieuw bijstand in de vorm van een geldlening ontvangen. Informeer bij de gemeente.

U verkoopt de woning

Verkoopt u de woning? Dan moet de lening meestal worden terugbetaald, mits de verkoop voldoende heeft opgebracht.

U overlijdt

Als u overlijdt valt de woning in uw nalatenschap. Uw erfgenamen zullen de geldlening dan moeten terugbetalen uit de nalatenschap. De gemeente zal hierover met de erven  deren.

Leenbijstand moet u in principe terugbetalen. De gemeente zal u aflossingsverplichtingen opleggen. Komt u die niet na? Dan kan de gemeente u verplichten om (het restant van) de lening direct in één keer terug te betalen.

Wanneer krijgt u leenbijstand?

In de volgende situaties kan of moet de gemeente besluiten om u leenbijstand te verstrekken:

Situatie Voorbeeld
De verwachting is dat u op korte termijn voldoende inkomen en/of vermogen ontvangt om over de betreffende periode zelf in uw levensonderhoud te voorzien of uw eigen bijzondere kosten kunt betalen.U kunt bijvoorbeeld denken aan een erfenis of loon dat u nog moet ontvangen. Zodra u dat ontvangt, kan de gemeente u verplichten de leenbijstand terug te betalen. 
Uw beroep op bijstand was te voorkomen. U had € 50.000 op de bank staan, maar hebt dit in twee maanden opgemaakt. Daardoor hebt u eerder dan noodzakelijk bijstand nodig. Of u bent door uw schuld uw baan kwijtgeraakt.
U krijgt een voorschot op uw bijstandsuitkering Als de gemeente u tijdens de aanvraagprocedure een voorschot op de bijstand geeft, dan is dit in de vorm van een geldlening.
Als u een eigen woning, woonwagen of woonschip bewoont en er aan enkele aanvullende voorwaarden is voldaan. Zie voor meer informatie “U hebt een eigen huis”.
U hebt bijzondere bijstand nodig voor een waarborgsom.  Uw huurbaas vraagt u borg te betalen. U krijgt voor die borg leenbijstand, omdat u de borg in principe weer terug krijgt. Zodra u de borg terugkrijgt, kan de gemeente u verplichten de lening terug te betalen.  
U hebt niet gespaard voor de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen Er wordt van u verwacht dat u voor de aanschaf of vervanging van duurzame gebruiksgoederen spaart. Hebt u niet (voldoende) kunnen sparen? Dan kan uw gemeente besluiten u bijzondere bijstand in de vorm van een lening te verstrekken.  

Rente over de leenbijstand?

De gemeente bepaalt zelf of en hoeveel rente zij over de lening berekent.

.

De bijstand is bedoeld voor mensen die niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Niet in uw levensonderhoud kunnen voorzien wil zeggen:
  1. Dat u niet genoeg inkomsten en/of eigen vermogen hebt om de kosten van huur, ziektekostenverzekering, gas, water, elektriciteit, eten en kleding te betalen; én
  2. Dat u om in deze te kosten te voorzien geen beroep kunt doen op een andere uitkering/regeling dan de bijstand.

Zie verder “U heeft niet voldoende inkomen”.

In principe kunt u als zelfstandige alleen bijstand ontvangen als u een levensvatbaar bedrijf of beroep hebt. Daarmee wordt bedoeld dat u ná het ontvangen van bijstand weer inkomen hebt waarmee u in uw levensonderhoud kunt voorzien en waarmee u uw bedrijf kunt voortzetten. De eis van levensvatbaarheid geldt niet voor:

  • zelfstandigen van 55 jaar of ouder met een inkomen dat blijvend onder bijstandsniveau zit ; en
  • zelfstandigen van wie het bedrijf of beroep niet levensvatbaar is en die zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen 12 maanden, hun bedrijf beëindigen.

Is uw bedrijf levensvatbaar? 

De gemeente moet onderzoeken of uw bedrijf levensvatbaar is. Daarvoor kan ze bijvoorbeeld uitgaan van:

  1. Uw bedrijfsbeleid en commerciële mogelijkheden
  2. Uw begroting
  3. Uw eventuele schulden

Daarnaast kan uw gemeente een advies opvragen bij een deskundige (zoals het Intermediair Midden- en Kleinbedrijf, het IMK). De deskundige moet het advies eerst met u bespreken, voordat de gemeente het advies krijgt.

Voor het nemen van een zorgvuldige beslissing over bijvoorbeeld uw reïntegratieverplichtingen, kan de gemeente medisch advies inwinnen. De gemeente maakt hiervoor vaak gebruik van onafhankelijke adviesinstanties zoals de GGD , Argonaut of de MO-zaak.

Het medisch advies wordt opgesteld door een arts. De arts kan zich daarbij baseren op een (medisch) rapport dat door een andere deskundige van de organisatie waar hij werkt, is opgesteld. U heeft dus niet altijd persoonlijk contact met een arts.

Als u het niet eens bent met de beslissing die uw gemeente neemt op basis van het medisch advies, kunt u bezwaar maken bij de gemeente.

U hebt een minimuminkomen als uw inkomen op of rond het bijstandsniveau ligt. Het maakt niet uit of dat inkomen komt uit werk, bijstand of een andere uitkering. Met een inkomen onder het bijstandsniveau kunt u recht hebben op een aanvullende bijstandsuitkering. U moet dan wel voldoen aan de voorwaarden voor het recht op bijstand. Met een minimuminkomen kunt u daarnaast recht hebben op extra regelingen, ook wel voorzieningen voor minima genoemd. Zeer uitgebreide informatie kunt u onder meer hier vinden:

Bijstand 'om niet' wil zeggen dat u de bijstand in principe niet hoeft terug te betalen.

U hebt een onderhoudsplicht ten opzichte van iemand anders als u (gedeeltelijk) financieel verantwoordelijk bent voor die persoon. Bent u onderhoudsplichtig? Dan bent u dus verplicht om bij te dragen aan de kosten van het levensonderhoud van diegene voor wie u financieel verantwoordelijk bent.  

Ouders

Ouders hebben in principe een onderhoudsplicht ten opzichte van hun kinderen tot 21 jaar.

Ex-partners

Ex-partners kunnen een onderhoudsplicht hebben ten opzichte van elkaar.

Is de onderhoudsplicht door de rechter vastgesteld, dan wordt gesproken van een alimentatieverplichting. Alimentatie voor kinderen wordt een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding genoemd.

Einde van de onderhoudsplicht

Uw onderhoudsplicht eindigt automatisch als uw ex-partner opnieuw gaat samenwonen met iemand anders. Een alimentatieplicht voor de ex-partner blijft in prinicipe maximaal 12 jaar bestaan. Een onderhoudsplicht of alimentatieplicht kan korter duren als:

  1. u en uw ex-partner in een overeenkomst hebben afgesproken dat deze korter duurt of
  2. het huwelijk of geregistreerd partnerschap korter dan 5 jaar heeft geduurd en u samen geen kinderen hebt gekregen. In dat geval duurt de onderhoudsplicht zo lang als het huwelijk of het geregistreerd partnerschap heeft geduurd.

Als u een jongere bent tussen de 16 en 27 jaar en u dreigt uit te vallen op school, kunt u door een leer-werktraject alsnog een startkwalificatie behalen. De gemeente biedt u hiermee extra ondersteuning.

U kunt ondersteuning krijgen bij een leer-werktraject als u:

  • 16 of 17 jaar bent en leerplichtig; of
  • u tussen de 18 en 27 jaar bent en nog geen startkwalificatie heeft behaald.

U kunt alleen ondersteuning bij een leer-werktraject krijgen als:

  • de gemeente vindt dat een leer-werktraject nodig is; en
  • de ondersteuning nodig is voor het volgen van een leer-werktraject.

Als de gemeente u informatie vraagt die van belang is voor de vraag of u (nog) recht heeft op bijstand moet u die informatie verstrekken. Doet u dat niet of onvoldoende, dan kan de gemeente uw recht op bijstand tijdelijk opschorten. U komt met andere woorden uw inlichtingenplicht niet (goed) na. Bij het opschorten van uw recht op bijstand wordt de betaling van uw bijstand tijdelijk gestopt. 

De opschorting stopt op het moment dat u weer voldoende meewerkt of alsnog de gevraagde informatie verstrekt. De maximale duur van een opschorting is 8 weken.

Hersteltermijn

Als het recht op bijstand wordt opgeschort, geeft de gemeente u een hersteltermijn waarin u alsnog de gevraagde informatie kunt verstrekken. In dat geval wordt de betaling van uw bijstand hervat. U ontvangt uw bijstand dan alsnog. Komt u uw verplichtingen in de hersteltermijn niet na? Dan kan de gemeente uw recht op bijstand intrekken

De gemeente kan zelf de duur van de hersteltermijn bepalen. De termijn verschilt dus per gemeente. Er zijn gemeenten die een termijn hanteren van 3 of 5 werkdagen. Andere gemeenten hanteren een termijn van 2 weken. De gemeente heeft het volgende bepaald:

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

Gevolgen opschorting

U verstrekt de informatie alsnog binnen de gestelde termijn

De gemeente kan het onderzoek naar het recht op bijstand vervolgen, maar zal wel overwegen om u een boete op te leggen. 

U verstrekt de informatie niet (binnen de gestelde termijn)

De gemeente zal het recht op bijstand intrekken, omdat ze uw recht niet (meer) kan vaststellen. Mogelijk wordt (een deel van) de door u ontvangen bijstand van u teruggevorderd. 

De overwaarde van uw huis is de huidige waarde van uw huis minus de nog niet afgeloste hypotheek.

De gemeente kan zelf bepalen hoe zij de waarde van uw woning vaststelt. De gemeente kan bijvoorbeeld uw woning laten taxeren door een taxateur. Ook kan de gemeente uitgaan van de waarde van uw huis zoals die staat in een recente WOZ-beschikking. Uw WOZ-beschikking krijgt u als u de gemeentelijke belasting moet betalen.

U kunt in principe 2 jaar gebruik maken van een participatieplaats met behoud van uw uitkering. Andere vormen van werken met behoud van uw uitkering tellen mee voor de duur van 2 jaar.

Er zijn een paar uitzonderingen voor trajecten die niet meetellen voor de duur van 2 jaar. Maximaal 6 maanden tellen dan niet mee bij de berekening van 2 jaar. Het gaat daarbij om trajecten waarbij:

  • er een reële kans bestaat dat u na afloop van deze 6 maanden een arbeidscontract kan krijgen;
  • dit arbeidscontract tenminste dezelfde omvang heeft als het werken met behoud van uitkering;
  • u dit arbeidscontract krijgt bij de werkgever waarbij u de werkzaamheden met behoud van uw uitkering heeft verricht.

Verlenging

De gemeente kan de duur twee keer met 1 jaar verlengen. De gemeente moet dan tot het oordeel komen dat uw kans op arbeidsinschakeling aanmerkelijk is verbeterd. Ook moeten de werkzaamheden tijdens de verlenging in een andere omgeving worden uitgevoerd.

Het is echter niet de bedoeling dat het gebruik van de participatieplaats eeuwig duurt. Daarom wordt na 9 maanden onderzocht of de participatieplaats nog geschikt is.

Met uw partner wordt degene bedoeld met wie u gehuwd bent of samenwoont. Voor de bijstand kunt u in drie situaties een partner hebben:

 1.U bent gehuwd Als u gehuwd bent met iemand en u leeft niet duurzaam gescheiden, dan heeft u voor de bijstand een partner. U en uw partner kunnen dan samen een bijstandsuitkering voor een gezin ontvangen. Als een van u beiden geen recht heeft op een bijstandsuitkering, dan gelden afwijkende regels. 
2. U heeft een geregistreerd partnerschap Als u een geregistreerd partnerschap heeft met iemand en u leeft niet duurzaam gescheiden, dan heeft u voor de bijstand een partner. U en uw partner kunnen dan samen een bijstandsuitkering voor een gezin ontvangen. Als een van u beiden geen recht heeft op een bijstandsuitkering, dan gelden afwijkende regels. 
3. U woont samen met iemand

Als u samenwoont met iemand, dan kan deze persoon voor de bijstand gezien worden als uw partner als u een gezamenlijke huishouding heeft. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer een goede vriend altijd bij u in huis verblijft, meebetaalt aan de boodschappen en alleen in zijn eigen huis komt om de vissen te voeren en de post op te halen.

Als u voor de bijstand een partner heeft, dan kunnen u en uw partner samen een bijstandsuitkering voor gehuwden ontvangen. Als een van u beiden geen recht heeft op een bijstandsuitkering, dan gelden afwijkende regels.


Broers, zussen, (groot)ouders en (klein)kinderen

Uw kind(eren) of ouder(s) worden nooit als uw partner aangemerkt. Hetzelfde geldt voor broers en zussen of grootouders en kleinkinderen als een van beide huisgenoten zorg nodig heeft en de andere huisgenoot die zorg biedt. Let op: dit laatste geldt alleen als de huisgenoot of u zorg nodig heeft. Is dat niet het geval, dan kunnen deze familieleden wel kostendeler zijn.

U kunt ondersteuning van een jobcoach krijgen als u een beperking heeft en zonder ondersteuning uw werk niet kunt verrichten. U krijgt dus alleen ondersteuning van een jobcoach als dit noodzakelijk is.

Een jobcoach kan u gedurende een langere periode op vaste tijden ondersteunen tijdens uw taken. Het is de bedoeling dat u uiteindelijk zonder begeleiding bij een werkgever aan het werk kan gaan.

De gemeente kan u ondersteuning bij een leer-werktraject bieden. U hoeft hiervoor niets te doen. U kunt ook zelf bij de gemeente aangeven dat u graag een jobcoach wilt. U kunt dit bij uw klantmanager aangeven.

Heeft de gemeente uw bijstandsuitkering al een keer verlaagd of heeft u al een keer een boete gehad, maar komt u uw verplichtingen opnieuw niet na? Dan kan de gemeente bepalen dat er sprake is van recidive. Hetzelfde kan het geval zijn als u al een keer gewaarschuwd bent en u daarna opnieuw een verplichting niet nakomt. 

Inlichtingenplicht

Komt u binnen vijf jaar opnieuw de inlichtingenplicht niet na? Dan is er sprake van recidive. U krijgt dan opnieuw een boete en moet de te veel of ontrecht ontvangen bijstand wederom terugbetalen. De boete wordt bij recidive hoger, namelijk maximaal 150% van het benadelingsbedrag. De recidiveperiode wordt verdubbeld als u voor de vorige schending van de inlichtingenplicht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf heeft gehad.

Legt de gemeente een boete op bij recidive? Dan mag zij gedurende drie maanden geen rekening houden met de beslagvrije voet, tenzij er dringende redenen zijn. Dat betekent dat de boete wordt verrekend met uw uitkering en dat die tijdelijk flink lager of zelfs nul kan worden. 

Overige verplichtingen

Als er sprake is van recidive, dan kan de gemeente uw bijstandsuitkering extra verlagen. De gemeente kan dit doen op grond van de bepalingen in haar afstemmingsverordening en/of op grond van individuele omstandigheden. Uw gemeente kan zelf bepalen wanneer er sprake is van recidive:

Zie voor een overzicht van de standaardverlagingen:“Verlaging bijstand door niet nakomen verplichtingen”.

Zie:.

De gemeente is verplicht om een re-integratieverordening op te stellen. In die verordening zijn alle regels opgenomen over re-integratie. Ook de regels over het aanbieden van U wilt re-integreren, die erop gericht zijn dat u zo snel mogelijk weer een (betaalde) baan heeft.

Als u samenwoont, dan kunt u voor de bijstand soms gelijk worden gesteld met gehuwden. Zie verder “U gaat samenwonen, trouwen of juist uit elkaar”. U kunt dan samen recht hebben op een bijstandsuitkering voor gehuwden. In plaats van het woord ‘samenwonen’ wordt in juridische termen ook wel gesproken van ‘een gezamenlijke huishouding voeren’. Hierna worden de volgende onderwerpen beschreven:

Wanneer is er sprake van samenwonen?

Hiervan is sprake als u aan drie voorwaarden voldoet:

1. U en iemand anders

U kunt samenwonen met bijvoorbeeld uw vriend of vriendin. Er hoeft geen sprake te zijn van een liefdesrelatie. Dit betekent dat u ook kunt samenwonen met gewoon een goede vriend of vriendin, uw broer of zus of een ander familielid. Hierna wordt degene met wie u samenwoont ook wel ‘uw partner’ genoemd. Woont u samen met uw ouder of uw meerderjarige kind? Dan wordt u niet als partners aangemerkt. U kunt dan beiden een bijstandsuitkering voor een alleenstaande (ouder) ontvangen. Dat geldt ook als u samenwoont met uw grootouder, kleinkind, broer of zus en een van u heeft zorg nodig die de ander biedt.

Het is mogelijk dat u met meerdere mensen in een huis woont. De gemeente zal dan bekijken wie van u (financieel) voor elkaar zorg draagt. Zie ook hierna bij “(Financiële) zorg tussen u en degene met wie u samenwoont”. In de bijstand kan alleen van samenwonen worden gesproken bij twee personen. Als u dus met drie personen samenwoont, dan zal de gemeente gaan beoordelen of en zo ja tussen welke twee personen sprake is van samenwonen.

2. Het hoofdverblijf in dezelfde woning

Er kan pas sprake zijn van samenwonen als u en uw partner het hoofdverblijf hebben in dezelfde woning. Onder een woning wordt ook verstaan een woonwagen of woonschip. Hieronder staan enkele voorbeelden waaruit kan blijken dat u in dezelfde woning het hoofdverblijf hebt:

  • U bent op hetzelfde adres ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP)
  • U hebt bij andere instanties (banken, de belastingdienst, uitkeringsinstanties, uw zorgverzekeraar enz.) of uw werkgever aangegeven dat u op hetzelfde adres woont als uw partner.
  • U woont bij uw partner, waardoor uw eigen woning een zeer laag energie- en waterverbruik heeft.
  • Uw eigen woning is maar gedeeltelijk ingericht en uit verklaringen van uw buurtbewoners blijkt dat u niet in de woning woont.
  • U gaat alleen af en toe naar uw eigen woning om bijvoorbeeld post op te halen of voor huisdieren te zorgen.

3. (Financiële) zorg tussen u en degene met wie u samenwoont

Het is niet alleen van belang dat u op hetzelfde adres het hoofdverblijf hebt. U moet ook financieel voor elkaar zorg dragen. Dit moet verder gaan dan alleen het delen van vaste woonlasten. Hieronder staan enkele voorbeelden waaruit kan blijken dat u financieel voor elkaar zorg draagt:

  • U betaalt gezamenlijk de vaste lasten, boodschappen, auto en vakantie.
  • U hebt een gezamenlijke bank- of girorekening.
  • U gebruikt een gezamenlijke auto.
  • U hebt elkaar in een testament tot erfgenaam benoemd.
  • U doet huishoudelijk werk (koken, wassen, strijken) voor elkaar.
  • U doet de was samen.
  • U kookt en eet samen.
  • U gaat samen op vakantie.

Situaties waarin het samenwonen vaststaat

Soms staat het vast dat er sprake is van een gezamenlijke huishouding. Hiervan is sprake als u het hoofdverblijf in dezelfde woning hebt met iemand:

  • Met wie u gehuwd bent geweest in de afgelopen twee jaar;
    Met gehuwd zijn geweest wordt ook bedoeld dat de gemeente in de afgelopen twee jaar al eerder heeft vastgesteld dat u en uw partner samenwoonden.
  • Van wie u een kind hebt, of van wie u het kind hebt erkend (of andersom);
  • Met wie u een samenlevingscontract hebt, waarin is opgenomen dat u een bijdrage aan het huishouden levert.

In deze situaties hoeft de gemeente niet te onderzoeken of er sprake is van (financiële) zorg tussen u en uw partner.

Er kan ook worden aangenomen dat er sprake is van samenwonen als uw samenwoning door andere wet- of regelgeving als gezamenlijke huishouding is geregistreerd.

Speciale situatie: kostganger of kamerhuurder

Soms woont u in dezelfde woning, maar is er geen sprake van samenwonen. Dat kan het geval zijn als u een kostganger bent of bijvoorbeeld zelf een kamer verhuurt. De gemeente onderzoekt dan of er sprake is van een commerciële relatie. Er wordt onder andere gekeken naar:

  • Er is een schriftelijke overeenkomst tussen de kostganger en kostgever (of kamerhuurder en verhuurder) en u kunt aantonen dat u daadwerkelijk huur of kostgeld betaalt;
  • Het kostgeld of de huurprijs is een normale prijs, dus niet veel te laag
  • Het kostgeld of de huur wordt jaarlijks verhoogd

Als de gemeente vindt dat er sprake is van een commerciële relatie en niet van (financiële) zorg, dan is er geen sprake van samenwonen. Dit betekent dat u en degene die ook in hetzelfde huis woont ieder apart recht op bijstand kunnen hebben. Zie verder “Voorwaarden ”.

De gemeente kan u scholing of opleiding aanbieden om uw kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. De gemeente hoeft u geen scholing of opleiding aan te bieden als verwacht wordt dat de scholing of opleiding uw krachten en bekwaamheden te boven gaan en het niet bij zal dragen aan de vergroting van de kans op arbeid.

Afhankelijk van uw situatie wordt u scholing of opleiding aangeboden.

Jonger dan 27 jaar

Als u jonger dan 27 jaar bent en onderwijs kan volgen dat door de overheid betaald wordt, heeft u geen recht op ondersteuning bij arbeidsinschakeling.

Alleenstaande ouders met de zorg over een kind jonger dan 5 jaar

Als u een alleenstaande ouder bent en u hebt de zorg over uw kind dat jonger is dan 5, wordt u uitgezonderd van de arbeidsplicht. Wel moet u voldoen aan uw re-integratieplicht.

Alleenstaande ouder zonder startkwalificatie

Als u een alleenstaande ouder bent zonder startkwalificatie (diploma MBO vanaf niveau 2, diploma HAVO of diploma VWO) kunt u scholing of opleiding krijgen ter bevordering van de toegang tot de arbeidsmarkt.

Alleenstaande ouder met startkwalificatie

Als u wel een startkwalificatie hebt, kunt u bij de gemeente een verzoek indienen om een extra opleiding te volgen om uw kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. De gemeente biedt u dit traject niet als zij vindt dat uw krachten en bekwaamheden niet voldoende zijn om de scholing of opleiding te kunnen volgen. Hierbij kunt u denken aan een verstandelijke of lichamelijke beperking of een taalbarrière. Als dit bij u het geval is, kan de gemeente u een educatieopleiding aanbieden. De gemeente bepaalt wat voor u een passende opleiding is.

U heeft een startkwalificatie

Als u al een startkwalificatie hebt, is scholing niet verplicht. U kunt wel gebruik maken van scholing om uw competenties en vaardigheden te houden, bijvoorbeeld door stage of vrijwilligerswerk. Ook kunt u zich laten omscholen.

Sociale activering is een voorziening die inhoudt dat u maatschappelijk nuttige activiteiten gaat verrichten. De stap naar een betaalde baan kan soms te groot zijn, bijvoorbeeld als u door persoonlijke omstandigheden niet meer zo veel contact heeft met de buitenwereld. Sociale activering kan dan worden ingezet om die contacten te herstellen of te versterken.

De voorziening wordt dan gezien als een van de eerste stappen richting een betaalde baan. Vrijwilligers- en buurthuiswerk zijn voorbeelden van sociale activering. Of een proefplaatsing of een leerwerkstage.

De gemeente kan zelf bepalen welke maatschappelijk nuttige activiteiten als voorzieningen worden aangeboden.

Als de gemeente fraude vermoedt, dan kan zij hier een onderzoek naar instellen. Bij dit onderzoek kan zij de hulp van een sociaal rechercheur inschakelen. De sociaal rechercheur is een buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) en is bevoegd om onderzoek te doen naar strafbare feiten. De sociaal rechercheur stelt naar aanleiding van de onderzoeksbevindingen een rapportage op voor de gemeente.

Als de sociaal rechercheur zich bezighoudt met de opsporing van strafbare feiten die te maken hebben met bijstandsfraude, dan moet hij/zij u wijzen op uw zwijgrecht als hij/zij hierover vragen aan u stelt. De rechercheur mag u verhoren en observaties verrichten (ook wel ‘posten’ genoemd). Het is niet verplicht dat u een advocaat bij het verhoor hebt, aangezien u nog niet vervolgd wordt. Als er voldoende bewijs is voor een strafbaar feit, dan wordt er een proces-verbaal opgemaakt. Er kan aangifte tegen u worden gedaan bij het Openbaar Ministerie (OM).

De Sociale Verzekeringsbank voert een aantal wetten uit. Een voorbeeld daarvan is de bijstandsuitkering voor mensen die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt en te weinig inkomen hebben.

In de bijstand wordt gesproken van “een ten laste komend kind” als aan twee voorwaarden is voldaan:

  1. Uw kind is jonger dan 18 jaar
    Het moet gaan om een eigen kind, geadopteerd kind of stiefkind, dat in Nederland woont. Een pleegkind of kind dat in het buitenland woont, wordt voor de bijstand niet als uw kind aangemerkt.
  2. U kunt kinderbijslag voor uw kind ontvangen
    Op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) kunt u recht hebben op kinderbijslag voor uw kind(eren). De kinderbijslag wordt uitbetaald door de SVB (sociale verzekeringsbank). 

Als u een toeslagpartner hebt , heeft dit gevolgen voor de toeslagen die u krijgt van de Belastingdienst. Op de site van van de Belastingdienst kunt u bekijken of u een toeslagpartner heeft.

Uw bijstandsaanvraag wordt in ontvangst genomen tijdens de uitkeringsintake. U moet uw ingevuld en ondertekend aanvraagformulier en de gevraagde bewijsstukken overhandigen (oftewel: indienen). Het is belangrijk dat u alle gevraagde gegevens en/of bewijsstukken verstrekt.

Tijdens de uitkeringsintake komen de volgende zaken aan de orde:

  1. Zijn er andere uitkeringen en regelingen (bijvoorbeeld huurtoeslag, kinderbijslag of kinderopvang) waar u voor in aanmerking komt? Zo ja, hebt u deze aangevraagd en wat was de uitkomst hiervan (voor zover bekend)?
  2. De informatie die nodig is voor het vaststellen van het recht op bijstand. Het gaat om de informatie die u via het inlichtingenformulier en de bewijsstukken heeft gegeven en de vragen die deze informatie oproept.
  3. Algemene en specifieke informatie over de bijstand (mondeling).
    Het gaat onder meer om:
    • De hoogte van de bijstand;
    • De relatie tussen belasting en bijstand (denk aan de voorlopige teruggaaf);
    • De aan de bijstand verbonden verplichtingen;
    • De gevolgen van het niet nakomen van de verplichtingen;
    • De mogelijkheden van bijzondere bijstand (inclusief woonkostentoeslag);
    • Het verdere verloop van de procedure.
  4. Algemene en specifieke informatie over de bijstand (schriftelijk), zoals het uitreiken van voorlichtingsmateriaal (als dit nog niet is gebeurd).

Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV):

  • bemiddelt tussen werkgevers en werknemers op zoek naar werk;
  • ontvangt aanvragen voor WW- en bijstandsuitkeringen;
  • verleent ontslagvergunningen; en
  • geeft informatie over arbeidsrecht aan werkgevers en werknemers.

UWV is een overheidsinstelling die als zelfstandig bestuursorgaan werkt in opdracht van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

UWV en de bijstand

Als u een bijstandsuitkering wilt aanvragen, dan moet u zich in de meeste gevallen melden bij UWV. Vóór u een uitkering kunt aanvragen, moet u zich inschrijven als werkzoekende.

Kosten van bijstand kan de gemeente in een aantal situaties op iemand of iets verhalen:

  • een onderhoudsplichtige ouder die deze plicht niet nakomt;
  • een onderhoudsplichtige (ex-)echtgenoot of (voormalig) geregistreerd partner;
  • iemand heeft een schenking aanvaard van iemand die kon weten dat hij daardoor (eerder of langer) een beroep moet doen op bijstand;
  • op de nalatenschap van een overleden bijstandsgerechtigde als na diens dood blijkt dat er bijstand moet of kan worden teruggevorderd.
  • op de nalatenschap van een overledene als een lening nog niet is afgelost of als er een waarborgsom is verstrekt.

U komt uw onderhoudsplicht jegens uw minderjarige kind(eren) niet na

Er is een alimentatiebeschikking van de rechter

Als u de door de rechter vastgestelde alimentatie niet voldoet en de verzorgende ouder doet een beroep op bijstand dan kan de gemeente twee dingen doen:

  • de verzorgende ouder verplichten de alimentatie te laten innen door het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO); of
  • de kosten van bijstand zelf verhalen met de alimentatiebeschikking.

Er is geen alimentatiebeschikking van de rechter

Als de rechter (nog) geen alimentatie heeft vastgesteld, of als u niet gehuwd of geregistreerd partner was en u geen afspraken heeft gemaakt over een bijdrage voor de kinderen dan heeft de gemeente eveneens twee mogelijkheden:

  • als het aannemelijk is dat u alimentatie kan betalen kan de gemeente de verzorgende ouder verplichten bij de rechter een alimentatieverzoek in te dienen;
  • is uw financiële situatie niet duidelijk of kan van de verzorgende ouder niet verlangd worden dat hij/zij (weer) een procedure tegen u moet voeren, dan kan de gemeente ervoor kiezen de kosten van bijstand op u te verhalen. Als u hieraan niet voldoet zal de gemeente de rechter verzoeken een verhaalsbijdrage op te leggen.

U komt uw onderhoudsplicht jegens uw jong-meerderjarige kind (18 t/m 20 jaar) niet na

Ouders zijn onderhoudsplichtig jegens hun kinderen totdat zij 21 jaar zijn geworden. Als een jong-meerderjarige bijstand ontvangt, krijgt hij de lage jongerennorm. De norm is zo laag, omdat er van wordt uitgegaan dat de ouders bijdragen in de kosten van het levensonderhoud. Kunt u dit niet, of weigert u dat, dan moet uw kind een beroep doen op aanvullende bijstand. Als u niet wilt bijdragen in de kosten terwijl u dit wel kunt, kan de gemeente de kosten van deze aanvulling op u verhalen. Betaalt u niet dan zal de gemeente de rechter verzoeken een bijdrage vast te stellen.

U heeft een schenking ontvangen van iemand die nu een beroep doet op bijstand

Het gebeurt wel dat iemand een deel van zijn vermogen aan een ander (kind(eren), ouder(s)) schenkt terwijl hij/zij weet dat hij/zij hierdoor een beroep moet doen op bijstand. Als iemand eerder of langer een beroep moet doen op bijstand omdat hij/zij een deel van het vermogen heeft geschonken, dan kunnen de kosten van bijstand door de gemeente worden verhaald op degene die de schenking heeft ontvangen.

Er is een bijstandsvordering maar de bijstandsgerechtigde is overleden

Bijstand is teruggevorderd voor het overlijden

Als de bijstand is teruggevorderd voordat de bijstandsgerechtigde is overleden valt de schuld in de nalatenschap. De bijstandsvordering moet dan door de erven worden voldaan. De gemeente kan afzien van (verdere) invordering, maar hoeft dat niet. 

Bijstand wordt teruggevorderd na het overlijden

Als teveel verstrekte bijstand, nog niet (volledig) afgeloste leenbijstand of een waarborgsom wordt teruggevorderd van iemand die al overleden is valt deze nieuwe schuld niet in de nalatenschap. De gemeente kan zulke vorderingen wel op de nalatenschap verhalen.

Omvang verhaal

Onderhoudplicht

De hoogte van het bedrag dat de gemeente op u kan verhalen is gelijk aan de hoogte van uw onderhoudsplicht of alimentatieverplichting, die door de rechter is vastgesteld of zoals die door de rechter zou zijn vastgesteld. Gemeenten moeten de verhaalsbijdrage vaststellen zoals ook een rechter de alimentatie zou hebben vastgesteld. Hiervoor worden in de regel de zogenaamde Tremanormen gebruikt.  

De gemeente kan maximaal de totale (bruto) verstrekte bijstand op u verhalen. Dit gebeurt als u voldoende draagkracht heeft, maar kan ook gebeuren als u weigert of nalaat als onderhoudsplichtige informatie te verstrekken over uw financiële situatie.

Overig

De omvang van het verhaal op de nalatenschap of op een persoon die een schenking heeft ontvangen, wordt bepaald door de hoogte van de vordering(en) of de schenking. 

Duur van het verhaal in verband met onderhoudsplicht

De gemeente kan de (extra) verstrekte bijstand verhalen op u zolang u een onderhoudsplicht of alimentatieverplichting hebt ten opzichte van uw ex-partner en/of uw kinderen. 

Als het recht op bijstand eindigd eindigt ook de bevoegdheid tot verhaal.

Geen bezwaar mogelijk tegen verhaal

Als u het niet eens bent met de beslissing van de gemeente om kosten van bijstand op u te verhalen, dan kunt u tegen deze beslissing geen bezwaar maken. Het enige dat u in dat geval kunt doen is de gevraagde bijdrage niet betalen. De gemeente zal u in de gelegenheid stellen om alsnog tot betaling over te gaan. Als u blijft weigeren te voldoen zal de gemeente de rechter verzoeken de verhaalsbijdrage vast te stellen. U kunt uw verweer dan instellen bij de rechter.

Uiteraard kunt u wel proberen in gesprek te gaan met de gemeente, als u denkt dat er voldoende redenen zijn om de bijdrage te wijzigen of als u van mening bent dat de berekening onjuist is. De gemeente kan terugkomen op een besluit als daarvoor redenen aanwezig zijn. 

Voor de vaststelling van de hoogte van uw vermogen bij de aanvang van de bijstand, bekijkt de gemeente welke bezittingen u heeft en hoeveel deze waard zijn. Daarna bekijkt de gemeente of u schulden heeft. Deze worden van het totaalbedrag van uw bezittingen afgetrokken. De uitkomst is de hoogte van uw vermogen. Als u (en uw gezin) meer vermogen heeft dan is toegestaan, dan heeft u geen recht op bijstand. U mag maximaal aan vermogen hebben:

  • € 5.920,00 voor een alleenstaande;
  • € 11.840,00 voor een alleenstaande ouder;
  • € 11.840,00 voor gehuwden samen.

Tijdens de bijstand wordt het vermogen op een andere manier vastgesteld.

Hoogte van uw bezittingen

Voorbeelden van bezittingen waar de gemeente rekening mee houdt zijn:

  • Contant geld;
  • Tegoeden op (lopende)bank- en girorekeningen;
  • Tegoeden op (internet)spaarrekeningen;
  • (Vakantie)huizen;
  • Aandelen;
  • Auto’s, caravans, motoren en boten;
    De gemeente kan hebben bepaald dat zij geen rekening houdt met een auto, caravan of motor zo lang deze niet te veel waard is.

De gemeente kijkt ook naar bezittingen in het buitenland (zoals huizen, grond of tegoeden op buitenlandse spaarrekeningen).

Heeft u bezittingen (in het buitenland)? Dan bent u verplicht de gemeente daarover te informeren als u bijstand aanvraagt of ontvangt. 

Bezittingen waar u aan kunt komen

De gemeente houdt niet alleen rekening met bezittingen die u heeft, maar ook met bezittingen die u zou kunnen hebben als u zich hier voor zou inzetten. Voorbeelden hiervan zijn geld dat u aan iemand geleend heeft, maar dat u direct terug kunt vragen of spaargeld dat u op kunt nemen, ook als u daarvoor een boete moet betalen. Als u er zelf voor kiest om vastgezet geld niet op te nemen, een verzekering niet af te kopen of geleend geld niet terug te vragen, dan worden deze bezittingen door uw gemeente toch meegerekend bij het vaststellen van de waarde van uw bezittingen.

Saldo op uw lopende rekening

Van uw betaalrekening moet u een aantal (vaste) lasten betalen, zoals huur, gas, water en licht en eten. De gemeente kan zelf bepalen of zij daarom met een gedeelte van het geld op uw lopende rekening geen rekening houdt:

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.


Reservering voor uw uitvaart

Uw gemeente kan zelf bepalen in hoeverre zij rekening houdt met een afkoopbare verzekering of geld dat u zelf heeft gespaard voor uw begrafenis of crematie:

Wilt u weten wat het beleid is in uw gemeente?

Deze ruimte is bestemd voor de regels van uw gemeente. Klik bovenaan deze pagina op de knop "Selecteer uw gemeente" en geef vervolgens aan in welke gemeente u woont.

Giften en schadevergoeding

Het ontvangen van giften en schadevergoeding kan van invloed zijn op de hoogte van uw bijstandsuitkering.

Hoogte van uw schulden

Bij het vaststellen van uw vermogen, houdt de gemeente rekening met uw schulden. Deze worden afgetrokken van het bedrag aan bezittingen dat u heeft. De gemeente houdt alleen rekening met schulden:

  1. die u heeft aangetoond; en
  2. die u ook echt moet terugbetalen

Studieschulden WSF 2000

De gemeente hoeft geen rekening te houden met studieschulden in het kader van de WSF 2000 (en de WSF 18+). De reden hiervoor is dat de aflossing van studieschulden afhankelijk is van wat u aan inkomen ontvangt en dat na een bepaalde tijd de studieschuld kan worden kwijtgescholden.

Schulden aan familieleden

De gemeente houdt alleen rekening met een schuld aan een familielid als u aantoont dat u de schuld ook echt moet terugbetalen. Als alleen is bepaald dat u de schuld moet terugbetalen “zodra u daartoe in staat bent”, dan hoeft de gemeente geen rekening te houden met die schuld.

Toekomstige uitgaven

De gemeente houdt bij de bepaling van de hoogte van uw vermogen geen rekening met toekomstige uitgaven.

De gemeente is verplicht om regelmatig te overleggen met mensen die bijstand ontvangen of hun vertegenwoordigers. Hoe dit overleg er uitziet, moet de gemeente vastleggen in de Verordening cliëntenparticipatie. In de praktijk zal de gemeente er voor kiezen om te overleggen met een kleine vertegenwoordiging en niet met iedereen persoonlijk. Alle deelnemers moeten onderwerpen voor dit overleg kunnen indienen. Daarnaast moeten zij genoeg informatie krijgen om goed aan het overleg te kunnen deelnemen.  

In de Verordening cliëntenparticipatie is meestal te vinden:

De vorm van het overlegHier vindt u of er een cliëntenraad in de gemeente is of dat er op een andere manier overleg plaatsvindt. 
De samenstelling van het overlegHier vindt u hoe veel leden het overleg heeft en wat hun achtergrond is.
Hoe de leden benoemd en ontslagen kunnen wordenVaak wordt hier ook de maximale zittingsduur van de leden vermeld.
Hoe vaak er overleg plaatsvindtHier wordt ook vermeld hoe vaak er een vergadering met de gemeente is.
Hoe het overlegorgaan te bereiken isHier vindt u het correspondentieadres en meestal ook een contactpersoon.

Het is mogelijk dat de gemeente andere dingen in de verordening heeft staan. Wat de gemeente heeft bepaald over het overleg met de cliënten kunt u vinden onder “Cliëntenraad”.

Als u de beslissing op uw bezwaarschrift of uw beroep bij de rechtbank niet kunt afwachten, dan kunt u een voorlopige voorziening aanvragen bij de rechtbank of het gerechtshof. Dat houdt in dat u verzoekt om een speciale regeling te treffen voor de periode dat uw bezwaarschrift of beroepschrift wordt behandeld.
De rechter zal pas op uw verzoek ingaan als er sprake is van een ‘noodsituatie’ (spoedeisend belang).

Gaat hij in op uw verzoek?
Dan wil dat niet zeggen dat u ook gelijk krijgt in de hoofdzaak. Het is dus mogelijk dat u als voorlopige voorziening voor een bepaalde periode bijstand krijgt maar dat u dit achteraf moet terugbetalen aan de gemeente. U kunt niet in hoger beroep gaan tegen het al dan niet toekennen van een voorlopige voorziening.

U kunt werken terwijl u uw uitkering houdt, om te bevorderen dat u uit de bijstand komt. U werkt dan zonder arbeidsovereenkomst en zonder loon, maar bent aan het werk gezet op een participatieplaats. Deze situatie is anders dan bij Beschut werk, waar wel een dienstbetrekking bestaat. Het moet wel gaan om zogenaamde "additionele" werkzaamheden.

Werkzaamheden

Op een participatieplaats verricht u "additionele" werkzaamheden. Dat betekent dat u geen gewone functie hebt die in uw bedrijf ook door een betaalde werknemer verricht zou kunnen worden. In plaats daarvan wordt er speciaal voor u een baan gecreëerd. Ook kunt u in uw baan extra begeleiding of scholing krijgen.

Voorwaarden

De volgende voorwaarden gelden voor werken met behoud van uw uitkering:

  • Werken met behoud van uw uitkering is ter bevordering van de uitstroom naar betaalde arbeid. De activiteiten moeten daarom essentieel verschillen van productieve arbeid op basis van een arbeidsovereenkomst.
  • De werkzaamheden die u uitvoert moeten vastgelegd worden in een individuele beschikking.
  • Uw werkzaamheden dienen zo te zijn vormgegeven dat er geen situatie ontstaat die vergelijkbaar is met een reguliere arbeidsovereenkomst.

De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) moet bijdragen aan:

  • het bevorderen en behouden van de zelfredzaamheid,
  • de maatschappelijke participatie van burgers,
  • beschermd wonen en opvang. 

De gemeente voert de Wmo uit. Zij zorgt ervoor dat iedereen zo goed mogelijk mee kan doen in de maatschappij. Hierbij moet u denken aan persoonlijke verzorging, hulpmiddelen in en om het huis, vervoersvoorzieningen en dergelijke.

Uw woonplaats is de plaats waar u gelet op alle omstandigheden daadwerkelijk woont.

Als u studeert, dan kunt op basis van de Wet Studiefinanciering 2000 (WSF 2000) recht hebben op een vergoeding van uw opleidingskosten als u een HBO-opleiding, een universitaire opleiding of een opleiding in het beroepsonderwijs volgt. De WSF 2000 wordt uitgevoerd door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO).

Voor het recht op bijstand voor zelfstandigen is van belang dat u zelfstandige wordt of bent. U wordt als zelfstandige beschouwd als u voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • U bent tussen de 18 en de pensioengerechtelijke leeftijd.
  • U werkt tenminste 1225 uur per kalenderjaar als ondernemer.
  • U heeft (samen met degenen met wie u het bedrijf heeft) de volledige zeggenschap over uw bedrijf en u draagt hier ook de financiële risico’s van.

Het maakt niet uit welke juridische constructie (bijvoorbeeld een stichting, BV of eenmansbedrijf) uw onderneming heeft, als u maar activiteiten verricht als zelfstandig ondernemer. Als u starter bent, dan hoeft u tijdens de opstartperiode van uw bedrijf niet aan alle voorwaarden te voldoen. Zie: "U bent zelfstandige of u bent beginnende zelfstandige".

De Zorgverzekeringwet (Zvw) regelt de ziektekostenverzekering voor iedereen die in Nederland woont of in Nederland loonbelasting betaalt. U bent verplicht om een zorgverzekering af te sluiten. U bent niet automatisch verzekerd. U kunt zich verzekeren door u te melden bij een zorgverzekeraar. De verzekering gaat in op de dag waarop uw verzekeraar uw aanvraag ontvangt.

Lees ook